Steden moeten weer zin krijgen om Olympische Spelen te organiseren

Goedkoper, flexibeler, duurzamer, maar ook moreel verdedigbaar. Dat moeten de nieuwe Spelen worden.

Stel je eens voor: Olympische Winterspelen in Nederland. Wie verzint zoiets? Vooralsnog niemand, maar theoretisch bestaat de mogelijkheid als de hervormingsvoorstellen die het Internationaal Olympisch Comité (IOC) gisteren presenteerde worden ingevoerd.

De olympische wereld gaat veranderen. Dankzij Thomas Bach, de Duitse voorzitter, die ruim een jaar terug bij zijn verkiezing ingrijpende wijzigingen aankondigde. Hij heeft woord gehouden, want op 8 en 9 december beslist het IOC in een buitengewone vergadering in Monaco over 40 voorstellen die de Olympische Spelen goedkoper, flexibeler, duurzamer, maar ook moreel en politiek verdedigbaar moeten maken.

Een ingrijpende wijziging vormt de format van de Spelen. Een olympische stad mag verder kijken dan zijn eigen grenzen. Sterker, het krijgt zelfs de mogelijkheid over de landsgrenzen te trekken. Die aanpassing biedt een Nederlandse stad daadwerkelijk de kans zich kandidaat te stellen voor de Winterspelen. Even theoretiseren: voor ijssporten en eventueel langlaufen kan in Nederland ruimte worden gevonden, om voor sneeuwsporten als alpineskiën, bobsleeën en schansspringen uit te wijken naar Duitsland. Zo’n combinatie ligt niet voor de hand, maar de mogelijkheid bestaat straks wel.

Het IOC komt met meer voorstellen om de kandidatuur voor Olympische Spelen aantrekkelijker te maken. Dat is bijna een voorwaarde om de Spelen interessant te houden voor met name westerse landen. In toenemende mate wendt het Westen zich af van vooral de Winterspelen. Belangrijkste oorzaken: geen (financiële) steun van overheden en afnemende draagkracht onder de bevolking. De laatste jaren vielen referenda over de wenselijkheid van Spelen altijd negatief uit.

Geldverslindend imago

Olympische Spelen moeten vooral af van het slechte, geldverslindende imago, weet Bach. Kandidaten moeten met een sportief, economisch, sociaal en duurzaam rendabel bid komen. Het IOC accepteert niet langer Spelen die een spoor van nutteloosheid achterlaten. Er komt bijvoorbeeld een sterke verplichting op tijdelijke sportaccommodaties. Als tegenprestatie stelt het IOC een verlaging van de drempel door tijdens de kandidaatsprocedure het merendeel van de kosten voor zijn rekening neemt.

Het programma van de Spelen blijft evenmin heilig. De limiet van 28 sporten wordt losgelaten. Elke olympische stad krijgt in de nieuwe situatie de gelegenheid één of twee sporten toe te voegen. Maar wel onder voorwaarde dat het aantal sporters niet stijgt. Voor de Zomerspelen geldt een grens van 10.500 deelnemers, voor de Winterspelen zijn er dat 2.900. Die nieuwe regel maakt het aannemelijk dat ‘Tokio’ in 2020 het enkele jaren geleden weggestemde, maar in Japan razend populaire honkbal en softbal laat terugkeren. En mocht het in Nederland ooit tot Zomerspelen komen, dat zou korfbal als olympische sport geïntroduceerd kunnen worden.

Een ethische aanpassing vormt het verbod voor een organiserende stad te discrimineren op grond van seksuele geaardheid. Die regel vloeit voort uit de problemen die rond de Winterspelen in Sotsji ontstonden over de Russische antihomowet. Het IOC voelde zich ernstig beschadigd door de Russische overheid en wil herhaling hoe dan ook voorkomen. Daar tegenover staat dan weer dat het IOC, weliswaar onder strikte voorwaarden, de leeftijdsgrens van permanente IOC-leden – met niet meer dan vijf tegelijk – wil oprekken van 70 tot 74 jaar. Ethisch pluspuntje: het bezoekrecht van IOC-leden aan kandidaatssteden blijft verboden.

Transparantie is een belangrijk facet van de hervormingsvoorstellen. Het IOC gaat zelfs zo ver door het contract met de organiserende stad openbaar te maken. Daarin staat precies vermeldt hoe hoog de organisatiekosten zijn en aan welke voorwaarden een stad moet voldoen. Dan zal ook helder worden hoe hoog de financiële bijdrage van het IOC is. Gelet op het bedrag dat Rio de Janeiro voor de Zomerspelen van 2016 toucheert, zal dat rond de 1,2 miljard euro liggen.

Eén verandering wil Bach niet doorvoeren: de bouw van verschillende atletendorpen. De IOC-voorzitter beschouwt zo’n dorp als dé plek waar de verbondenheid van sporters het sterkst wordt gevoeld. Voormalig schermer Bach negeerde de voorstellen om uit kostenoverweging het olympisch dorp te splitsen, zodat reistijden verkort kunnen worden.

Een praktisch puntje, zou je zeggen. Maar niet voor Bach, die tenminste één oude waarde overeind wil houden.