Negen veilingen: $ 2.230.800.000

Nooit in de geschiedenis werd er op een veiling van wat dan ook voor zoveel geld verkocht als vorige week woensdag in New York: 852,9 miljoen dollar voor naoorlogse kunst.

Vincent van Gogh,Nature Morte, Vase aux Marguerites et Coquelicots (1890, olieverf op doek, 66x51cm);

Na een strijd tussen op het laatst nog vijf bieders bracht Warhols Triple Elvis woensdagavond bij Christie’s in New York 81,8 miljoen dollar op (65,5 miljoen euro). Meteen daarna werd nog een Warhol geveild, Four Marlons, die voor 69,6 miljoen dollar een nieuwe eigenaar vond.

Vorig jaar was Warhol de bestverkopende kunstenaar ter wereld, met volgens databank Artprice.com een veilingopbrengst van 368,2 miljoen dollar. Dit jaar moet hij voorlopig nog Picasso voor zich dulden. Van hem werden tot nu toe 1.491 werken geveild. De gemiddelde waarde daarvan steeg met 11 procent. Sinds 2000 zijn Warhols zo’n 250 procent duurder geworden. Zijn schilderijen zelfs 450 procent. Drukwerk in oplage, goed voor 73 procent van het aantal verkopen, daalde met 20 procent in waarde.

De zilverkleurige Triple Elvis uit 1963 baseerde Warhol op een beeld uit de cowboyfilm Flaming Star. Op het doek van 208,3×175,3 centimeter richt de meer dan levensgrote Elvis in drievoud zijn revolver op de kijker. Het is de op één na duurste Warhol ooit, na de Silver Car Crash die vorig jaar bij Sotheby’s voor 94 miljoen werd geveild.

De veiling van deze twee Warhols was omstreden in Duitsland. Ze hingen tot voor enkele jaren in het casino van Aken en waren sinds 1977 (Elvis kostte toen 85.000 dollar) eigendom van casino-exploitant Westspiel, een dochter van overheidsbedrijf NRW Bank. Critici vrezen dat de veiling de deur openzet voor meer verkopen van met belastinggeld betaalde kunst. De opbrengst, nog zo’n 30 miljoen meer dan verwacht, wil deelstaat Nordrhein-Westfalen gebruiken om de noodlijdende speelhal op te knappen.

Met de vertrouwde Warhol op 1 en 2 bij Christie’s was de derde plaats, eigenlijk een gedeelde tweede, voor Cy Twombly. Zijn ongetitelde doek uit 1970 vol met de voor hem kenmerkende subtiel grijze krassen leverde 69,6 miljoen dollar op, even veel als de Four Marlons van Warhol.

Christie’s avondveiling bracht in totaal maar liefst 852,9 miljoen dollar op, een absoluut record. De grootste verrassing die avond was Martin Kippenberger, die eindelijk ook van kunstliefhebbers met geld waardering krijgt. Zijn ontwapenende zelfportret in onderbroek leverde 22,6 miljoen dollar op.

Het was sowieso een prima november voor de veilinghuizen, want ook Sotheby’s deed het een dag eerder niet slecht met een omzet van 343,7 miljoen dollar op de veiling voor naoorlogse kunst. Daarbij was Mark Rothko’s No. 21 (Red, Brown, Black And Orange) het topstuk met 45 miljoen dollar. Een Amerikaanse vlag van Jasper Johns volgde met 36 miljoen (dubbel de verwachting en een record voor Johns) en een Elizabeth Taylor van Warhol bracht 31,5 miljoen op. De nieuwe eigenaar zou de Turkse verzamelaar Kemal Has Cingillioglu zijn. Zowel Christie’s als Sothebys’s zette bij de New Yorkse kunstveilingen van november meer dan een miljard dollar om.

Bij Sotheby’s leverde geen enkele veiling in hun 270-jarige bestaan ooit meer op dan die van impressionistische en moderne kunst op 4 november: 422,1 miljoen dollar. Het liet daarbij Christie’s ver achter zich liet.

Bij Christie’s kocht het J. Paul Getty Museum in Los Angeles Eduard Manets Le Printemps (1881), een in een park flanerend meisje (actrice Jeanne Demarsy) met hoedje en parasol, voor het recordbedrag van 65,1 miljoen dollar. Het was sinds 1909 in bezit geweest van de New Yorkse kolonel Oliver H. Payne en zijn nazaten.

Bij Sotheby’s was beeldhouwer Alberto Giacometti weer eens de held. Zijn 1,44 meter hoge bronzen Le Chariot uit 1950 laat een ranke wagenmenster zien op een plateau tussen twee al even ranke wielen. Het herinnert aan klassieke beelden en is een indrukwekkend wonder van kwetsbare evenwichtskunst. Het resultaat bleef met 101 miljoen dollar maar een paar miljoen achter bij zijn recordstuk, L’Homme qui marche I (1960).

Een stenen beeld van Amedeo Modigliani was met 70 miljoen Sotheby’s nummer twee en Vincent van Gogh eindigde met een heerlijke vaas met klaprozen en madeliefjes voor 61,8 miljoen dollar op een eervolle derde plaats. Hij schilderde Nature Morte, Vase aux Marguerites et Coquelicots op 16 en 17 juni 1890; enkele weken voor zijn dood op 29 juli. Het is de hoogste prijs voor een Van Gogh sinds 1998. Het is ook een van de weinige werken die Van Gogh tijdens zijn leven verkocht (vermoedelijk aan dokter Paul Gachet). De koper is de Chinese filmmagnaat Wang Zhongjun, samen met zijn broer oprichter van Huayi Brothers Media Corp in Shenzhen.

Pablo Picasso kwam bij Sotheby’s met 11,6 miljoen dollar niet verder dan de zesde plaats. Dat was dit jaar meteen zijn novemberrecord. Van de 19 Picasso’s die in New York werden aangeboden door de twee grote veilinghuizen, werden er vier niet verkocht. De rest bracht samen 41,5 miljoen op. Het wordt nog spannend of Picasso dit jaar de eindstreep haalt als bestverkopende kunstenaar.