Column

Mommy

Mommy is een film die je niet snel vergeet, een heftige, emotionele film over een moeder-zoon-relatie.

©

Mommy is een film die je niet snel vergeet. Hij is gemaakt door het onwaarschijnlijk grote regietalent Xavier Dolan, een 25-jarige Canadees die eerder al vier speelfilms maakte, waaronder het meesterwerk Laurence Anyways. Mommy is van dezelfde klasse, een heftige, emotionele film over een moeder-zoon-relatie.

Ik houd eigenlijk meer van sobere films, maar toch laat ik me steeds weer meeslepen door de lawaaiige drukte bij Dolan, die zijn personages bij voorkeur profileert in scherpe confrontaties. In dat opzicht doet zijn werk denken aan dat van zijn al even getalenteerde Franse collega Abdellatif Kechiche, die in 2013 de Gouden Palm van Cannes won met de indrukwekkende film La vie d’Adèle. (Dolan won met Mommy dit jaar in Cannes de juryprijs.)

Ook in Mommy wordt veel gescholden en geschreeuwd. Wat wil je: een labiele moeder, zelf ook niet op haar mondje gevallen, wil haar met ADHD behepte zoon temmen. Ze probeert alles, haalt hem uit een jeugdgevangenis en geeft hem thuis weer een kans, maar het ontaardt in een opvoeding die meer op een gevecht lijkt. De enige die een matigende invloed heeft op moeder en zoon is een buurvrouw, die daarmee haar eigen mentale problemen kan verdringen.

Dolan maakt graag lange films – deze duurt 140 minuten. Veel speelfilmers zoeken het tegenwoordig in de lengte, meestal tot mijn verdriet, maar Dolan geeft mij nooit het gevoel dat ik naar een lange film kijk. Hij vertelt zijn verhaal met zoveel dynamiek, dankzij verrassend camerawerk en snelle overgangen, dat je geen tijd krijgt om je te vervelen. Hij maakt daarbij nadrukkelijk gebruik van muziek – vaak harde pop.

Zonder muziek zou Mommy zelfs niet ontstaan zijn. Dolan hoorde Experience, een zes minuten durend muziekstukje met een bezwerende eentonigheid van Ludovico Einaudi. Toen zag hij de scène voor zich die daarbij moest horen: de moeder die, haar zoon naast zich, al autorijdend fantaseert over een gloedvolle toekomst voor hem; hij trouwt, krijgt academische onderscheidingen, kortom, hij wordt even haar Kees de jongen. Tot de realiteit ingrijpt.

Vanuit die scène ontwikkelde hij het hele scenario. Ja, hij doet alles zelf. Scenario, regie, montage, maar ook de posters, de kostuums – en zelfs de perscontacten. „Ik heb het geld niet om het door anderen te laten doen”, zegt hij. Maar er zit ook een principiële gedachte achter: „Ik zie geen reden om een kunstwerk te verbreiden door iemand anders dan de kunstenaar die de film bedacht heeft.” Dat zal hij, naarmate hij beroemder wordt, niet lang kunnen volhouden, vermoed ik.

Als alle grote regisseurs heeft Dolan een scherp oog voor casting. Hij bleek in zijn eigen films soms zelf ook een goed acteur, maar in deze film laat hij de actrices Anne Dorval (de moeder) en Suzanne Clément (de buurvrouw) schitteren naast de jongen (Antoine-Olivier Pilon). Anne Dorval speelde al de moeder in zijn opmerkelijke debuut J’ai tué ma mère. Dat was een semi-autobiografische film over een moeder die haar homoseksuele zoon niet aankon. „Een anekdotische teenagefilm”, vindt Dolan nu; Mommy noemt hij „een existentieel drama”.

Hij wil die twee films liever niet met elkaar vergelijken – daar hebben de meeste kunstenaars een hekel aan -, maar ik zag wel degelijk één grote overeenkomst: een rebelse jongen zonder vader en een wanhopige moeder die hem in het gareel probeert te krijgen.