Korter, intensiever, meer spanning

Speelsters nog onwennig met vier kwarten van vijftien minuten, het nieuwe format van de grote toernooien

Het Nederlands vrouwenhockeyteam tijdens één van de pauzes in de met 3-2 gewonnen oefeninterland tegen Duitsland, die werd gespeeld volgens het nieuwe format van vier keer vijftien minuten. Foto Merlin Daleman

Het tempo is hoog, moordend zelfs. De ene keer gaat de bal zo snel rond tussen de Nederlandse hockeysters dat het de Duitse tegenstanders duizelt, de andere keer leveren ze hem in alle haast zomaar in. Ook al is het maar een oefeninterland, op een steenkoude avond in Zwolle: saai wordt het nooit. Wel wat kort, zegt topaanvaller Ellen Hoog naderhand. „Niet heel leuk.” Ben je net lekker op gang, is het alweer rust.

Zo wordt internationaal hockey de komende jaren gespeeld: vijftien minuten actie, pauze. Vier kwarten van vijftien minuten garanderen volgens de internationale hockeyfederatie (FIH) „snellere” sport met „een hogere intensiteit” en „meer spanning”.

De Nederlandse vrouwen, olympisch en wereldkampioen, spelen vanaf eind volgende week hun eerste toernooi volgens het nieuwe format, de Champions Trophy in het Argentijnse Mendoza. „Ik sta niet te juichen, maar het is zoals het is”, zegt bondscoach Sjoerd Marijne. Hij heeft zijn twijfels. Maar weet ook: „Hockey is de sport die altijd experimenteert om het spel aantrekkelijker te maken. Wij zullen ons voordeel hieruit gaan halen.”

Hoe precies, dat wordt de grote puzzel. „Dat gaan we in Argentinië ontdekken ”, zegt Marijne. Hij heeft zijn trainingen er al op aangepast. Kortere sessies, meer actie. Want één ding staat vast: het spel, de combinaties – alles zal sneller moeten om de tegenstanders in die korte tijd „kapot te spelen”. Hoog: „Dat is wel een van onze oplossingen. Nog meer diepte, nog meer bewegen zonder bal. Daar werken we hard aan.”

Toen de maatregel ruim een half jaar geleden bekend werd, brak een storm van kritiek los in de hockeywereld, binnen en buiten Nederland. De FIH zou het hebben gedaan voor extra reclameblokken, naar analogie van het Amerikaanse basketbal, of ijshockey. „Maar dat geeft mensen ook extra mogelijkheden om weg te zappen”, riposteert Marijne. De FIH zelf wees overigens op andere voordelen: meer herhalingen en expertanalyses voor kijkers en meer instructiemogelijkheden voor coaches aan hun spelers.

Maar de hockeyers zelf vrezen dat de wedstrijden vooral korter worden: vier kwarten van een kwartier betekent tien minuten minder hockey dan in het gebruikelijke format van twee maal 35 minuten. De FIH wil dat opvangen door de klok veertig seconden stil te zetten bij elke strafcorner en elk doelpunt. De oefeninterlands van maandag en dinsdag in Zwolle duurden nog geen 67 minuten, zeker drie minder dan gebruikelijk.

Volgens critici speelt dit format de ‘kleine landen’ in de kaart: over het algemeen zijn hun spelers minder fit, en extra pauzes zouden juist hun goed van pas komen. Vechthockeyers blijven langer overeind. Maar is dat een probleem? „We moeten af van de hegemonie van Nederland, Duitsland en Australië”, betoogde oud-international Rob Reckers op hockey.nl. „We moeten op zoek naar nieuwe kampioenen en een bredere achterban.”

Het Nederlandse spel zal in elk geval anders worden, is de overtuiging van Marijne. De verleiding bestaat om topspeelsters als Hoog, Naomi van As en Maartje Paumen langer te laten spelen – want ook zij kunnen vaker uitrusten. Maar Marijne neigt juist naar kortere speeltijd voor de speelsters. „Dan moet je nog meer vlammen op het moment dat je in het veld staat.” Een paar minuten spelen, twee minuten rust. Het roept het beeld op van ijshockey, waar de linies zo veel energie leveren dat ze het maar heel kort volhouden.

De internationals mogen hun bedenkingen hebben, zij hebben de knop omgezet. Ze moeten wel: het nieuwe format ligt vast voor de Spelen van Rio (2016). De vraag is wel hoe de rest van de hockeywereld eruit zal zien. Want er zijn nu drie formats: de traditionele (2 x 35 minuten), de FIH-variant (4 x 15) en die van de Euro Hockey League, met vier kwarten van 17,5 minuut. Zoveel smaken – het ziet er op zijn minst slordig uit.

In de nationale competitie blijft alles bij het oude. In elk geval in Nederland. Spanje (4 x 15 minuten) en België (4 x 17,5) hebben hun hoogste klassen wel aangepast. „Dit tekent de zoektocht in de vernieuwing die wij als sport hebben”, zegt Guido Davio van de hockeybond (KNHB). „In Nederland willen we eerst zien hoe het nieuwe format uitpakt.” Een overgang van het hele nationale hockey is alleen al om logistieke redenen ondenkbaar. „Je kunt niet van scheidsrechters bij heren 29 verlangen dat ze bij elke corner veertig seconden bijtellen.”

Op het topniveau ontstaan problemen, denkt Marijne. „Het verschil tussen nationaal en internationaal hockey wordt steeds groter. Er wordt fysiek iets anders van een speelster gevraagd als ze international wordt. Die overstap kost tijd.”