Kippen en kuikens massaal gedood: noodzakelijke ingreep

Het lijkt erop dat door snel en adequaat ingrijpen van overheidswege de vogelgriep die afgelopen zondag bij een pluimveebedrijf in Hekendorp werd vastgesteld, onder controle is gebracht. De maatregelen om verspreiding van het H5N8-virus te voorkomen, zijn goeddeels ingetrokken nu is gebleken dat omliggende bedrijven er niet door zijn getroffen. Wel blijft het nog ten minste dertig dagen verplicht commercieel gehouden pluimvee op te hokken en af te schermen. Houders van hobbydieren wordt aangeraden hetzelfde te doen. Het hok biedt meer bescherming dan de buitenlucht.

Dat is de stand van zaken van nu. Helaas kan het morgen alweer anders zijn omdat het uitbreken van een vogelgrieppandemie een natuurverschijnsel lijkt als uitbarstende vulkanen of aardbevingen: er is weinig tegen te doen. Het is een epidemie die zich geen grenzen laat opleggen. Onderzoek heeft uitgewezen dat griepvirussen in wilde vogels voorkomen en door trekvogels wereldwijd kunnen worden verspreid. Alleen defensieve maatregelen kunnen de schade beperken. In het geval van de kippen en kuikens die in Hekendorp aan het virus leden of konden gaan lijden, betekende dat een radicale en tevens enig juiste ingreep: ze moesten massaal, met miljoenen per dag, worden afgemaakt. Vaccineren heeft slechts als effect dat de dieren blijven leven, maar het schadelijke en soms gevaarlijke virus wordt er niet door uitgeroeid.

Nu is ‘ruimen’ in de pluimveesector een ingreep die ook massaal wordt uitgevoerd als er geen epidemie heerst die gevaar voor dier, en soms ook mens, met zich meebrengt. De Wageningen Universiteit becijfert dat er per jaar ongeveer veertig miljoen haantjes worden vergast of versnipperd omdat ze onrendabel zijn: ze leggen geen eieren en doen er, economisch gezien, te lang over om op een eetbaar gewicht te komen. Het is de consequentie van het gegeven dat de mens graag kip en ei consumeert, tegen een als schappelijk ervaren prijs. Het massaal houden van dieren leidt dus tot massaal afmaken als de dier- en volksgezondheid daarom vraagt. Een bedrijfsrisico voor, in dit geval, de pluimveesector.

Uit oogpunt van dierenwelzijn is het intussen gewenst dat het kortstondige leven dat productiekip en -kuiken is gegeven wel enige kwaliteit kent. Dat wordt in het algemeen in verplichte centimeters uitgedrukt. Per vleeskuiken moet er, bijvoorbeeld, 1.300 vierkante centimeter vloeroppervlakte beschikbaar zijn, met zitstokken van ten minste zeven centimeter per dier. Enzovoorts. Legbatterijen zijn sinds 2012 verboden, maar voor sommige bestaande ‘verrijkte kooien’ geldt een overgangstermijn tot 2021. Leefruimte bieden, hoe kort ook, is het minste wat de mens voor het kuiken kan doen.