Roken op kantoor? Daar ga je dood van

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter

Je moet toch wel een volslagen idioot zijn om te roken op kantoor. Om te roken überhaupt natuurlijk, maar in de kantoorjungle is het helemaal triest. In zo’n afzuighok waar je op drie centimeter in elkaars gezicht staat te blazen. Voor de draaideur bij zo’n walmende paal en dan maar schaapachtig lachen naar de mensen die binnenkomen en weggaan. Of áchter het pand, in het verdomhoekje, langzaam stervend in de sneeuw tussen de afvalcontainers.

Roken is een middelvinger naar het lichaam in het algemeen en de mensen die je lief zijn in het bijzonder en toch snap ik rokers op kantoor heel goed. Sterker nog, ik raad het al mijn onzekere jonge collega’s aan: begin ermee als je het nog niet deed. Want roken geeft je een houding als je die niet hebt, gezelligheid als je die op je eigen afdeling niet vond, en als je ongelukkig bent is het leven ook veel sneller voorbij.

Maar wat belangrijker is: rokers vormen een geheim bondgenootschap waar niet tegenop te netwerken valt. Rokers wéten dingen, omdat ze werken in alle echelons, van CEO tot stagiair, en ze ontmoeten elkaar op hun zelfmoordmissie: dat schept een band.

De koffieautomaat is ook zo’n plek waar je het hele bedrijf tegenkomt, ongesegregeerd en los van elke gezagsrelatie. Maar daar sta je toch weer in het tl-licht terwijl rokers naar buiten kunnen, even los van alle stippen op de horizon, aanvliegpunten en systeemplafonds.

Rokers hebben het ook altijd over interessante dingen. Gaat het binnen over targets en belangrijk doen, tijdens het roken gaat het over de liefde, over poëzie, over de vergankelijkheid, de duivel en de dood en stijg je, zeker door de grote hoeveelheid koolmonoxide in je longen, tot grotere hoogten dan je ooit tijdens een brainstormsessie kwam.

Rokers scheren voortdurend langs de afgrond. Ze gaan ten onder, zeker, maar dan wel samen. Jammer dat binnen niemand meer met ze wil praten omdat ze zo uit hun straatje stinken, maar ze zijn wel altijd slanker dan niet-rokers, en ze eten niet steeds al je snoep op. Ga er anders eens voor de grap bijstaan, met een gasmasker op. Het zijn best leuke mensen, rokers. Jammer dat ze zo snel weer dood zijn.

De collega’s die timen hoelang rokers van hun werkplek zijn en hoe oneerlijk dat is voor de niet-rokers, kunnen hier overigens mee ophouden. Bij rokers giert er zo veel aceton, benzeen, fosforzuur, ammoniak, cadmium, lood, nicotine, teer en blauwzuurgas door de aderen dat ze drie tot vier keer meer werk verzetten in dezelfde tijd dan niet-rokers.

Ik zou dus zeggen: weg met de rookplek. Maak het rokers zo moeilijk mogelijk, laat ze maar lopen, kijk ze hijgen, dat smeedt hen nog dichter aaneen. Verbied roken desnoods helemaal, zodat ze ondergronds belanden en elkaar daar vinden.

Zorg verder dat je altijd sigaretten hebt voor de wanhopigen – dat geeft je macht en krediet voor het leven – geniet van je eigen schone longen en betracht respect voor hen die gaan sterven.

Zonder dood is er geen leven in de jungle.