IS kan letterlijk iedereen gebruiken

Ex-jihadi, onderzoeker radicalisme

Shiraz Maher radicaliseerde, ontdekte de nuance en ontwikkelde zich tot wetenschapper. „Jihad-toerisme was cool; nu gaan de mensen serieus voor het kalifaat.”

Fragment uit een door IS op 16 november verspreide propagandafoto. Onduidelijk is wie de Fransman Maxime H. is. De vierde man van links werd eerst herkend als Belg, maar dit blijkt onjuist te zijn. Foto AFP

Voor Shiraz Maher radicaliseerde, was hij helemaal niet religieus. Al-Qaeda’s aanslagen van 9/11 wekten zijn interesse in de islam. Hij zocht het antwoord in de moskee. „Ik ontmoette mensen van [de salafistische organisatie] Hizb ut Tahrir. Zij zeiden: Amerika is een boosaardige macht in de islamitische wereld, die ons wil koloniseren.”

Die boodschap sloot perfect aan bij het latente anti-Amerikanisme dat Maher had overgehouden aan zijn verblijf in Saoedi-Arabië. Daar woonde hij tot zijn veertiende, als kind van Brits-Pakistaanse expats. „Toen de aanslagen van 9/11 plaatsvonden was mijn eerlijke gevoel: dit is de wraak. Jullie hebben dit verdiend.”

Maher, geschiedenisstudent in Leeds, werd streng religieus. Hij stopte met drinken, dumpte zijn vriendin en werd lid van Hizb ut Tahrir. „George Bush zei: je bent voor ons of tegen ons. Dus ik zei: dan ben ik tegen jullie.”

Maher klom snel op binnen Hizb ut Tahrir, dat het kalifaat, een grenzenloos islamitisch rijk, met vreedzame middelen tot stand probeert te brengen. Maar voor zijn promotieonderzoek moest hij zich verdiepen in een scala aan islamitische denkers. „Ik was het met velen niet eens, maar ik ontdekte dat hun werk best goed was, genuanceerd.”

„Dogma vereist zwart-wit denken. Voor ons of tegen ons. Moslim of niet-moslim. Wanneer je nuances erkent, kan de wereld niet dogmatisch zijn. Dan verkruimelt je hele denken snel. Dat gebeurde met mij.”

Nu bestudeert hij het gedachtegoed waar hij zelf een voormalig aanhanger van is. Hij coördineert het onderzoek van het Internationaal Centrum voor de Bestudering van Radicalisering bij King’s College in Londen. Maher en zijn mede-onderzoekers volgen meer dan 500 Europese jihadisten, en sinds kort ook 60 vrouwen, die naar Syrië zijn vertrokken. „We sporen ze op op de sociale media. Als iemand zegt dat hij in Syrië, is, is dat niet genoeg voor ons. We willen fotografisch bewijs, we checken waarvandaan zijn tweets worden verstuurd.”

De onderzoekers praten met een groot aantal van hen. „We overreden hen om mee te werken. We vertellen dat we ons materiaal geven aan het Britse parlement, aan de premier, aan het Amerikaanse Congres. Dus je kunt met ons praten en dan klinkt je stem daar door, of je doet het niet. Maar het is in je belang dat wel te doen.”

Wat de Islamitische Staat heeft bereikt, zegt Maher, „is nogal adembenemend. Ik bedoel, ik zag hen in Irak oprukken. Wow! Wat zijn ze aan het doen? Tot een paar maanden geleden wist niemand dat ze bestonden.”

Wat zijn de motieven om naar het kalifaat te vertrekken?

„Aan het begin, twee jaar geleden, was de belangrijkste reden humanitair: het Syrische volk helpen. Ik plaats de bekende Nederlandse strijder Yilmaz in deze categorie.

„Vorig jaar gingen een heleboel mensen naar het gebied voor het avontuur, jihad-toerisme. Het was cool. Britse strijders bedachten de frase vijf-sterren-jihad. Mensen gingen voor een paar maanden, tijdens de kerstvakantie of de paasvakantie van de universiteit.

„Maar nú gaan de mensen voor de Islamitische Staat. Ze geven niet om de burgers die er wonen, ze geven eigenlijk ook niet om president Assad. Het gaat hun erom het kalifaat op te bouwen en uit te breiden.”

Hoe radicaliseren ze?

„Ze zijn natuurlijk al sterk geradicaliseerd voor ze gaan. Internet speelt daarbij een grote rol. Voor die jongens is de oorlog de kans om het visioen te realiseren waarin ze altijd geloofden. En dan zien ze daar 130 Nederlandse jongens vechten, die allemaal op Twitter te volgen zijn. Ze denken: als zij het kunnen, dan kan ik het ook. Voor je het weet zitten er 200.”

Wat voor soort mensen gaat naar de Islamitische Staat?

„Iedereen. Er is geen specifiek profiel.”

Hoeveel buitenlanders zijn er?

„Wij hebben geprobeerd de buitenlandse strijders die naar Syrië gaan te catalogiseren. Uit Europa zijn dat er ruwweg 2.500 [op een totaal van 12.000 uit 74 landen, red.]. Die zitten niet allemaal bij IS, maar wel in meerderheid.”

Hoe belangrijk zijn de buitenlanders voor IS?

„Heel belangrijk. Iedereen is welkom. Ik ben vragen tegengekomen als: ik heb een arm verloren, ik kan niet vechten, kan ik toch komen? En ze antwoordden: ja kom! Kom! Want we zijn een staat, je kan je ook op een andere manier nuttig maken. Je kan bij de brandweer, er is altijd wel werk. En zelfs als je niets kunt, kom! Want het kalifaat heeft massa nodig om het terrein te ontwikkelen en te behouden. Ook vrouwen zijn welkom, om kinderen te krijgen die het gebied moeten bevolken.”

Hoe is de relatie tussen de buitenlanders en de lokale bevolking?

„Een Bengaalse strijder was daarover heel eerlijk. Hij zei: ‘Als ze vroom zijn steunen ze ons, en de andere helft haat ons. Maar dat geeft niet. Het land behoort toe aan Allah, niet aan hen’.”

Hoe komt het dat zoveel Syriëgangers bereid zijn zulk afschuwelijk geweld te gebruiken?

„Ze betogen dat ze zich verdedigen. Zo rationaliseren ze het. Ze doen het in naam van de nationale veiligheid. Ze zien journalisten en hulpverleners als spionnen. Die vinden ze een existentiële bedreiging.”

IS zet vaak zelfmoordterroristen in. Hoe kunnen ze zoveel mensen ertoe bewegen zich op te blazen?

„Mensen bieden zich vrijwillig aan. Jongens daar vertellen ons: er is een lijst met zelfmoordterroristen en iedereen zet zijn naam daarop. Een zelfmoordaanslag is de kortste weg naar het paradijs: 05:30 uur boem, 05:31 uur in de hemel.”

Waarom keren sommigen toch terug naar hun thuisland?

„Sommigen gingen voor het jihadtoerisme. Anderen raakten gedesillusioneerd. Er is een Britse jongen – ik kan hem niet noemen omdat zijn zaak onder de rechter is – die onlangs naar Groot-Brittannië terugkeerde. Hij wilde niet tegen andere rebellen vechten, en hij was het geweld van de Islamitische Staat beu.”

Is er ook een categorie die terugkomt om hier iets op te blazen?

„Ja, die is er zeker. Je hebt natuurlijk Mehdi Nemmouche, die vier mensen doodschoot in het Joods Museum in Brussel. Er is ook zo’n zaak in het Verenigd Koninkrijk. Het is niet bekend of zij werden gegidst of dat ze gewoon zelf hadden besloten iets te doen. Als de VS hun militaire operatie voortzetten, dan verwacht ik dat je meer daarvan zult zien.”

Is het mogelijk om jihadisten te deradicaliseren?

„Absoluut. Ik geloof dat het mogelijk is om mensen een tweede kans te geven. Ik ben er zeker van dat niet iedereen die naar Syrië gaat een terrorist is. Vergeet niet, er zitten jongens van 17, 18 jaar tussen. Die erg overhaaste beslissingen kunnen nemen en na vier, vijf maanden tot de conclusie komen: o God, dit was het niet. Ik wil terug naar huis.”

Geldt dit ook voor mensen die geweld hebben gebruikt?

„Ik denk dat dat wel kan. Het hangt af van je motivatie om geweld te gebruiken. Hier kijken we naar die jongens alleen vanuit het perspectief van veiligheid. Word jij een terrorist? Ga je iets opblazen? Ik ben niet naïef. Er zitten werkelijk slechte mensen tussen. Die de seconde dat ze uit het vliegtuig stappen moeten worden opgepakt.

„Maar dat geldt niet voor iedereen. Je moet een uitweg bieden aan degenen die dat willen, anders blijven ze de rest van hun leven jihadist. Dan zit iemand als Yilmaz over tien jaar nog steeds in Syrië. En dan zegt hij: wat ga ik nu doen? Wel, er is een nieuw conflict in Tsjetsjenië. Of de Saoediërs hebben een nieuwe oorlog. Andere opties heeft hij niet. Of hij zegt: laten we een 9/11 gaan organiseren. Hij heeft immers doel en richting in zijn leven nodig.

„Het is beter voor onze veiligheid en die van onze bondgenoten om hen los te weken.”

Zullen de luchtaanvallen iets uithalen?

„De luchtaanvallen zijn rampzalig. Wat is het doel, wat is de strategie? Stel je voor dat een bom ontploft in Parijs of Amerika of Londen. De publieke opinie zal dan zeggen: ga die jongens aanpakken. Dan zal het Westen een nieuwe oorlog moeten voeren in het Midden-Oosten.”