Een nogal narcistische Che Guevara

Katniss Everdeen (Jennifer Lawrence) strijdt met vriendGale (Liam Hemsworth) in een echte oorlog.

Een lastige opgave: de eerste Hunger Games-film zonder Hunger Games. Want zover is het gekomen in deze tweedelige finale, tevens afscheid van de tijdens de opnames overleden acteur Philip Seymour Hoffman als verlepte imagostrateeg.

Waar waren we? Ver in de toekomst. Het Capitool, de decadente hoofdstad van het rijk Panem, dwingt zijn twaalf districten jaarlijks twee adolescenten te leveren om op leven en dood te strijden in een televisie-arena: een bloedsport die amuseert, intimideert en verdeelt. In die ‘Hongerspelen’ wordt Katniss (Jennifer Lawrence), mijnwerkersdochter met pijl en boog, idool tegen wil en dank.

Nu is het ernst: nadat Katniss in deel twee de Hongerspelen had beëindigd met een welgemikte pijl, is een algehele opstand uitgebroken tegen het regime van de oude krokodil president Snow (Donald Sutherland). Katniss is afgevoerd naar District 13, waar een rebellenleger zich in bunkers heeft ingegraven. Is het Capitool Versailles vlak voor de guillotine, bij de rebellen is het leven sober, krap behuisd, op rantsoen en in uniform; de kille leider Alma Coin (Julianne Moore) neigt tot droge speeches. Deze Castro zonder baard wil dat Katniss haar Mockingjay (Spotgaai) wordt, het icoon van de revolutie. Na het bombarderen van Katniss’ District 12 is ze om: een filmploeg volgt haar tijdens het oorlog voeren. Maar voorwaarde is wel dat haar geliefde Peeta, door het Capitool gebruikt voor tegenpropaganda, de revolutionaire toorn straks bespaard blijft.

Wat filmserie The Hunger Games tot dusver boeiender maakt dan andere actieromantiek voor tienermeisjes is de nadruk op populariteit en authenticiteit. Katniss werd eerst gedwongen ster te zijn in een dodelijke realityshow die de massa dom en apathisch houdt. Ze leunde daarbij op een team wufte stilisten, visagisten en media-adviseurs, al moest ze het uiteindelijk van haar spontaniteit hebben. Maar al doende wist ze zelfs in de liefde niet meer wat ze voelde of simuleerde.

Dat raakt wellicht een snaar bij een generatie die zich constant gekeurd en begluurd weet door sociale netwerken en mobiele cameraatjes, op tv de ene na de andere populariteitswedstrijd voorbij ziet komen en ingepeperd krijgt zichzelf te ‘branden’, want je bent een uniek merk tenslotte. Katniss leeft in een glazen huis; alles wat echt spontaan en eigen is, wordt gestaag weggeslepen. Voor het regime moest ze de dolverliefde Girl on Fire spelen; voor de revolutie de grimmige, maar sexy Mockingjay.

Die obsessie met imago maakt Katniss gek genoeg tot de zwakke schakel van The Hunger Games, Mockingjay. Nu het spel voorbij is en duizenden hun leven geven in een – best verdienstelijke – oorlogsfilm, is haar amoureuze gepruil minder op zijn plaats: alsof Che Guevara tijd heeft de emo uit te hangen. Aan het eind wrijft president Snow haar dat ook in. Nu zij aanjager van de opstand is, denkt Katniss kennelijk dat de wereld om haar geluk draait. „Ik betwijfel of je nog weet wat eerlijkheid is.”

Eigenlijk best interessant: Katniss als narcistische prima donna. Tienerfilms gaan over volwassen worden en bevatten doorgaans episodes van adolescent verzet, van zelfmedelijden en navelstaren. Daar bevindt Katniss zich. Nu moet ze opgroeien en vergeten wat eerlijkheid is. Sadder and wiser, als president Snow en wij.