Dit doe je dus sowieso niet voor het geld

Geen röntgenapparaat of zelfs CT-scan. Als net afgestudeerde arts word je in een ontwikkelingsland op je intuïtie teruggeworpen. Wie er geschikt voor is, leert als tropenarts daarom heel veel.

Foto’s: Artsen zonder Grenzen en privécollectie Sjoerd Steendijk

In de hal ruikt het naar ingewanden. Aan drie lange tafels hecht een aantal Nederlandse tropenartsen uiterst secuur varkensdarmen aan elkaar. Een goede training: een varkensdarm lijkt veel op die van mensen. De roze, zachte, gladde darm wordt touwtje voor touwtje aan elkaar gehecht. In Nederland worden darmen in ziekenhuizen altijd geniet. Maar dat is te duur voor veel ziekenhuizen in ontwikkelingslanden.

De cursus ‘varkensdarmhechten’ werd dit weekend gegeven op een symposium voor tropenartsen. Het is een goede illustratie van het beeld wat je van de typische tropenarts hebt: werken zonder moderne voorzieningen en maar doen met wat je voor handen hebt. Zelfs basisapparatuur als een CT-scanner of röntgenapparaat is meestal niet voorhanden.

Dat beeld klopt voor het grootste deel, ondervond tropenarts Sjoerd Steendijk (30) die twee maanden geleden terugkeerde uit Tanzania. Dat gebrek aan moderne apparatuur kan heel frustrerend zijn: „Een vrouw van twintig jaar had een nierfunctiestoornis. In Nederland zou ze met levenslange dialysebehandeling gered zijn. In het ziekenhuis in Tanzania ontbrak die apparatuur.” De vrouw raakte in coma en overleed.

Het gaat niet alleen om ebola

Tegelijkertijd is dat ook heel leerzaam, zéker als beginnend arts. Tropenarts Agnes de Boer (31) gaat binnenkort voor twee jaar naar een ziekenhuis in Tanzania. Hiervoor werd ze uitgezonden naar Ethiopië. „Je moet weer uitgaan van je lichamelijk onderzoek. Op wat je voelt, ziet en hoort bij de patiënt.”

Denk je aan tropenartsen, dan denk je nu waarschijnlijk aan ebola. En misschien ook aan andere infectieziekten als malaria, en HIV. Waarom zou iemand dat verkiezen boven in Nederland blijven?

Idealisme speelt, niet geheel onverwacht, een grote rol. Tropenarts Florien Oudenaarden (32) is namens Artsen zonder Grenzen in Sri Lanka, Zuid-Soedan, Syrië en de Centraal Afrikaanse Republiek geweest. Stuk voor stuk conflictgebieden toen zij daar verbleef. „Ik zoek de meer dynamische plekken wel op. Het is mooi om juist op de plekken waar alles kapot gaat iets op te bouwen.”

Daarbij overschatten wij in Nederland het gevaar van infectieziektes nog weleens. Vergelijk deze cijfers eens: aan ebola zijn, naar schattingen, ongeveer vijfduizend mensen overleden. Maar wereldwijd sterven jaarlijks al een kwart miljoen vrouwen in het kraambed, omdat er geen arts is om een keizersnede voor ze te doen. Want relatief simpele operaties als een keizersnede of blindedarmoperatie zijn in ontwikkelingslanden vaak niet mogelijk vanwege het ontbreken van een arts.

Cursus pezen hechten

Een van de redenen waarom de Nederlandse Vereniging voor Internationale Chirurgie dit symposium organiseerde is om aandacht te vragen voor het belang van basale chirurgie in ontwikkelingslanden. Behalve de cursus varkensdarmhechten staan ook botbreuken ‘extern spalken’ en ‘pezen aan elkaar hechten’ op het programma. Tropenarts De Boer vindt het nuttig: „In Nederland doen we dit niet vaak meer. Goed dus om de vaardigheden nog even op te frissen.”

Om tropenarts te worden volg je ná je studie geneeskunde – als je eenmaal bent opgeleid tot basisarts – de specialisatie tot tropenarts. Er zijn ongeveer veertig geneeskundestudenten die per jaar worden toegelaten tot de opleiding (van de ongeveer zestig aanmeldingen). De opleiding duurt 2,5 jaar. Als tropenarts word je zo breed mogelijk opgeleid, zoals een praktijkopleiding in chirurgie en gynaecologie. Dat is nodig ook, vertelt tropenarts Steendijk: „Als enige tropenarts in een klein ziekenhuis met honderdzestig bedden was ik chirurg, kinderarts en verloskundige.”

Los van de geneeskundevakken volg je ook nog een tropencursus van drie maanden waar onder andere ziekenhuismanagement en infectieziektes bestrijden belangrijke onderdelen zijn. Als afsluiting volgt een half jaar werken in een ontwikkelingsland.

Een arts die gratis werkt

Een baan vinden is makkelijk als tropenarts, want je kunt zelf besluiten naar het buitenland te vertrekken. Je reageert dan op een lokale vacature in een ontwikkelingsland, maar dan krijg je waarschijnlijk ook lokaal loon. Het loon verschilt per land, maar denk aan 300 of 400 euro per maand.

Een slimmere optie is om te solliciteren bij een NGO, zoals Artsen zonder Grenzen. Daar krijg je als nieuwe tropenarts rond de 800 euro per maand, maar wel met goede secundaire arbeidsvoorwaarden als huisvesting, ticketvergoeding en verzekeringen. En je wordt geëvacueerd als dat nodig is. Vroeger zond de Nederlandse regering nog wel tropenartsen uit, maar dat gebeurt niet meer.

De schatting is dat er nu ongeveer 2.500 opgeleide Nederlandse tropenartsen zijn. Hoeveel er in het buitenland zitten is niet te zeggen. De meeste artsen zijn ook niet hun hele leven tropenarts. Ze werken een paar jaar in het buitenland voordat ze zich weer in Nederland vestigen. Ondanks al je ervaring moet je je dan toch opnieuw specialiseren. Josine Blanksma (31) werkte voor AzG onder andere in India en Congo, nu is ze huisarts in opleiding op Texel. „Het is niet saaier, wel anders werken. Als tropenarts heb je de verantwoordelijkheid over veel patiënten tegelijk. Hier is meer tijd voor het individu.” Heeft ze wat aan haar ervaringen als tropenarts? „Ja, ik ben stressbestendiger. Ook is mijn klinische blik beter, omdat er in de tropen geen echo’s of röntgenfoto’s gemaakt konden worden.” Geneeskundestudenten raadt ze aan om tijdens de studie een buitenlandse stage te lopen. „Dan leer je snel genoeg of tropenarts zijn iets voor je is.”