André Manuel hakt erin met harde show

„Ik kom in vrede!”, roept André Manuel, de armen geheven, om onmiddellijk los te barsten over islamitische slagers die gehakt zouden willen maken van een cabaretier als hij – en hoe onlogisch het zou zijn gehakt van hem te maken: „Ik ben toch een onrein varken?” Waarmee zijn nieuwe programma meteen onder hoogspanning staat en vervolgens anderhalf uur lang spannend blijft. Onder het motto: „Geert Wilders heeft wel een grote bek, maar vlak die van mij ook niet uit.”

Het geval apart is Manuels veertiende cabaretsolo in 25 jaar en toch is zijn bekendheid beperkt gebleven. Spottend noemt hij zichzelf dan ook „een heel marginale artiest”. Te vaak was hij een pestkop die zijn heil zocht in een verongelijkt – en vaak onbegrepen – soort grofheid. Ook nu is hij niet bepaald zachtzinnig.

Maar ditmaal zijn de in hoog tempo gedebiteerde grappen functioneel, effectief en in een pakkend kader gezet. Ze gaan over de angstige vraag of we nog kunnen zeggen wat we willen. In feite legt hij zijn grappen over moslims, joden, negers en katholieken als discussiemateriaal voor aan het publiek: kan dit nog, of gaat dit te ver?

Zo is Manuels nieuwe programma een van de beste uit zijn hele oeuvre. Het zou hem hoognodig bekender moeten maken.