Alleen in je moedertaal kun je wonen

Er wordt opgeschept over Engelstalige opleidingen in Nederland, maar niemand ziet dat het ten koste van de kwaliteit gaat, waarschuwt Martin Slagter

illustratie robin Héman

‘Nederland is onder niet-Engelstalige landen koploper in het aanbod van Engelstalige opleidingen’, klinkt het triomfantelijk uit de mond van het ministerie van OCW.

Inderdaad bieden Nederlandse universiteiten en hogescholen een steeds groter deel van hun curriculum aan in het Engels. Als Engels de voertaal van het Nederlandse hoger onderwijs wordt (zoals in vroeger eeuwen het Latijn), biedt dat ongetwijfeld voordelen. Zo zal het voor buitenlandse studenten veel gemakkelijker zijn om in het kader van uitwisselingsprojecten aan Nederlandse hogescholen en universiteiten colleges te volgen. En voor Nederlandse studenten is het een goede voorbereiding op de internationale arbeidsmarkt. Aan de nadelen van de verengelsing van het hoger onderwijs gaat het ministerie echter geheel voorbij.

Sterker nog, onderwijsbestuurders plaatsen zelfs vraagtekens bij het belang van moedertaalonderwijs. Waarom zou je veel tijd en geld aan dure en moeizame lesuren Nederlands besteden, als straks op de hogeschool en de universiteit de voertaal toch Engels is? Schaf maar af dat Nederlands en geef jongeren op de middelbare school vooral Engelse les. Dit standpunt getuigt van weinig inzicht in de taalontwikkeling van jongeren.

Welke taal spreek jij?

De eerste vijf tot tien levensjaren zijn namelijk beslissend: kinderen die in deze periode hun moedertaal op een grammaticaal beperkte manier hebben leren begrijpen en gebruiken, zullen dat op latere leeftijd ook doen. De Engelse sociolinguïst Basil Bernstein noemt dit beperkte gebruik van een taal: de restricted code. Deze ‘code’ kenmerkt zich door hoge lexicale en syntactische voorspelbaarheid. Andere kenmerken zijn: korte, eenvoudige zinnen, veel nevenschikkende voegwoorden (en, dus, want), weinig onderschikking en veel categorische uitspraken.

Tegenover dit beperkte taalgebruik staat de elaborated code, die wordt gekenmerkt door gevarieerde woordkeuze en complexe zinsconstructies. Gebruikers van deze ‘code’ hanteren een accurate syntaxis (zinsbouw) en stoppen veel onderschikking, voorzetsels en adjectieven in hun zinnen. Ook maken zij veel gebruik van het woord ‘ik’ en zijn zij in staat complexe denkbeelden onder woorden te brengen.

Voor de taalvaardigheid van een student is het dus van cruciaal belang dat hij thuis en in het (basis)onderwijs zijn moedertaal zo ‘uitgebreid’ mogelijk aangeleerd krijgt. Het zal duidelijk zijn dat jongeren die hun moedertaal in de ‘uitgebreide code’ hebben leren gebruiken, in het hoger onderwijs beter af zijn dan studenten die de ‘beperkte code’ aangeleerd hebben gekregen.

Bovendien is het beheersingsniveau van een vreemde taal per definitie lager dan het niveau waarop de moedertaal beheerst wordt: iemand die het Nederlands matig beheerst, zal zich in het Engels of andere vreemde taal, nooit op ‘uitgebreide wijze’ leren uitdrukken. Dit gegeven lijkt bij alle jubel over de anglicering van het hoger onderwijs over het hoofd te worden gezien.

Metaforen en spreekwoorden herkennen

‘De taal is het huis van Zijn’, zei de Duitse filosoof Martin Heidegger. Afgezien van de metafysische betekenis van deze uitspraak doelde Heidegger hier op de moedertaal – Duits in zijn geval. Alleen in je moedertaal kun je wonen.

Als moedertaalspreker leer je in toenemende mate alle subtiele betekenisconnotaties van woorden kennen, weet je precies wat spreekwoorden en vaste uitdrukkingen betekenen en hoe je deze kunt gebruiken. Je herkent metaforisch taalgebruik en je kunt op gepaste wijze overweg met stijlfiguren als ironie en sarcasme, overdrijving en understatement, eufemisme en retorische vraag. Er zijn maar weinig mensen die zoveel taalgevoel hebben dat zij in een andere dan hun moedertaal op deze manier kunnen ‘wonen’.

Daardoor kunnen de meeste Nederlandse studenten tijdens een Engelstalig college slechts op beperkt niveau door hun docenten worden aangesproken want anders volgen zij het niet meer. En dan ga ik er nog van uit dat de docent of professor een native speaker is.

Voor de productieve taalvaardigheid zal de anglicering van het hoger onderwijs helemaal desastreus zijn. De in het Engels gesproken en geschreven presentaties, papers en scripties zullen helaas van zeer bedenkelijk niveau zijn, met weinig talige nuancering en veel resctricted code. Dat komt de wetenschappelijke kwaliteit ervan uiteraard niet ten goede.