Zorgverzekeraar heeft wat uit te leggen

De rol van de verzekeraar in het stelsel stuit op groeiende kritiek.

Er is een probleem in de zorg en dat probleem heet steeds vaker de zorgverzekeraar. Zoveel is duidelijk aan de vooravond van de parlementaire behandeling van de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

In Dokkum en Hoogeveen zijn lokale actiegroepen een boycot begonnen tegen Achmea, de grootste verzekeraar van Nederland. Reden: de verzekeraar zou de belangen van de plaatselijke bevolking veronachtzamen en het lokale ziekenhuis schofferen. De miljarden euro’s collectieve middelen die de verzekeraars hebben opgepot, stuiten ondertussen op groeiende weerstand. Deze week zullen diverse politici – van links tot rechts – moties indienen die voortkomen uit onvrede over de zorgverzekeraar.

PvdA-Kamerlid Lea Bouwmeester waarschuwt dat zorgverzekeraars de corporaties van de zorg dreigen te worden. Ze hebben een groot legitimiteitsprobleem, zei ze in vakblad Zorgvisie. De verzekeraars zijn te veel bezig met geld en groter worden, aldus Bouwmeester, en niet met te verantwoorden van wat ze doen.

André Rouvoet, voorzitter van de lobbyclub Zorgverzekeraars Nederland, wist de kritiek van Bouwmeester alleen maar van meer fundament te voorzien door dit weekend direct op de persoon terug te slaan. „Van een Kamerlid mag meer kennis van zaken, zorgvuldigheid en precisie verwacht worden”, was een reactie van hem op Twitter. „Leren van tegenspraak is moeilijk in de zorg”, licht Bouwmeester toe.

De zorgverzekeraars voelden al aan dat zij politiek in het defensief raken. Vorige week belegden zij een lunch voor journalisten om voorafgaand aan het begrotingsdebat toe te lichten dat zij contre coeur zoveel geld oppotten. Het moet onnodig veel zijn van De Nederlandsche Bank, was de boodschap. Dat hadden ze wel wat eerder mogen vertellen.

Omzetplafonds

Maar de onvrede zit dieper. Dokkum en Hoogeveen tonen dat verzekeraars beter moeten uitleggen waarom ze welke zorg waar inkopen. Ze bedrijven namelijk klassieke industriepolitiek. Als de verzekeraars in Oost-Groningen besluiten om tien jaar lang zorg in te kopen in het nieuwe ziekenhuis in Scheemda, weet het naburige Martini-ziekenhuis in de stad Groningen dat dit deels ten koste gaat van zijn toekomst. Maar hoezo en waarom?

Verzekeraars zeggen op prijs en kwaliteit in te kopen, maar dat doen ze bescheiden. Ze spreken met de meeste ziekenhuizen in Nederland nog steeds een budget af. De kliniek mag dat naar keuze ‘volstorten’ met verrichtingen.

Als een toezichthouder vraagt wat de verzekeraars van een ziekenhuisfusie vinden, erkennen zij dat dit problematisch is, omdat de verzekeraars zo beperkt zicht hebben op de kwaliteit van zorg in een ziekenhuis. Dat verhaal wordt in de reclamefolders niet verteld.

Psychologen, fysiotherapeuten en andere kleine praktijkbeoefenaars in de zorg klagen al langer dat ze gemangeld worden en moeten tekenen bij het kruisje. De drempel om zich daar juridisch tegen te verzetten is volgens het CDA te hoog. Dan zijn ze al lang failliet. Kamerlid Hanke Bruins Slot stelt deze week daarom voor dat die zorgverleners makkelijker arbitrage moeten kunnen inschakelen bij geschillen.

Voor de SP is dit het moment om nog verder te gaan. Terug naar nationalisatie: stapsgewijs moet de rol van inkoop weer terug naar de overheid. Want er gaat te veel mis. Een politieke meerderheid zal dat plan niet krijgen, maar sympathie bij de kiezer zal er zeker zijn.

Aan de grootste machtsgreep van de zorgverzekeraars wordt immers nog gewerkt: de wetswijziging waarbij volgens tegenstanders de vrije artsenkeuze en het ondernemerschap in de zorg worden afgeschaft. De Tweede Kamer heeft al met dat plan ingestemd, de PvdA incluis. Maar de senaat moet nog wel instemmen met de wetswijziging. Die beoogt dat verzekeraars niet meer verplicht zijn de declaraties van hun verzekerden te vergoeden als de bezochte zorginstelling geen contract heeft.

Oost-Groningen toont de gevaren. Vanwege een lokale steunoperatie is daar een groot deel van het zorgbudget de komende tien jaar verdeeld. Andere artsen zullen dat merken. En het zure is, dat ligt niet aan hun prijs en niet aan hun kwaliteit.