Zo wordt publieke omroep marionet van de politiek

Waarom moet amusement exclusief het domein van de commerciële omroepen zijn? Eric van Stade en Ed Nijpels betwisten dat.

‘Bij sommige programma's heb ik zelfs na een uur nadenken geen idee waarom er belastinggeld heen moet”, zei staatssecretaris Dekker tijdens de recente presentatie van de kabinetsplannen voor de publieke omroep. Hij doelde daarmee op een aantal amusementsprogramma’s die wat hem betreft van het publieke net mogen verdwijnen. Hij wil verstrooiing als taak van de publieke omroep schrappen. Dat roept vragen op: wat moet er exact onder amusement en verstrooiing worden verstaan? Wie gaat dat bepalen en controleren? En wat zullen de belastingbetalende kijkers daarvan vinden?

Er vielen titels als Bananasplit en Ranking The Stars, maar natuurlijk kun je deze vraag ook stellen bij succesvolle AVRO-TROS-titels als Wie is de Mol? en Maestro. Beide programma’s hebben een enorm bereik, maar wie gaat straks definiëren welke programma’s wel en welke niet bij de publieke omroep horen? Volgens ons een onmogelijke opgave. De publieke omroep is van en voor iedereen en levert een grote bijdrage aan de verbinding tussen mensen in ons land.

Waarom zou amusement exclusief het domein van de commerciële omroepen moeten worden? Waarom moet de publieke omroep zich beperken tot programma’s die voor een beperkt publiek leuk of interessant zijn?

Een grote groep belastingbetalers geniet van amusement en kijkt naar het brede spectrum aan programma’s bij de publieke omroep. Behouden zij de programma’s die zij leuk en interessant vinden, of krijgen zij straks voorgeschoteld wat politiek Den Haag vindt dat goed voor ze is?

Er is nog een punt in Dekkers plannen dat vragen opwerpt. Hij wil veel meer bevoegdheden bij de raad van bestuur van de NPO onderbrengen. Dit college kan dadelijk direct programma’s bestellen bij externe producenten. Dat gaat in de huidige plannen om maar liefst de helft van het totale programmabudget. Dit is een grote stap in de richting van een centraal door de raad van bestuur geleide publieke omroep. Dat bestuursorgaan wordt met ministeriële instemming benoemd door de raad van toezicht, die op zijn beurt direct wordt benoemd door de minister.

De conclusie kan niet anders luiden dan dat de staatssecretaris zelf meer zeggenschap wil over het programma-aanbod. De NPO wordt op die manier de marionet van politiek Den Haag.

In de praktijk betekent dit dat straks een select groepje mensen voor ten minste de helft gaat bepalen wat Nederland te zien krijgt op de publieke netten. Dit kan leiden tot een enorme verarming. Nu komt het totale programma-aanbod tot stand door taakorganisaties NOS en NTR en zes omroepverenigingen, ieder met een omvangrijke (leden)achterban en een eigen invalshoek. Wat is het voordeel om deze beoordeling te versmallen tot één partij?

Vaak wordt gedacht dat de acht omroepen het bestel onnodig duur maken. Uit elke internationale vergelijking blijkt echter dat de Nederlandse kijkers en luisteraars juist nu veel waarde voor hun geld krijgen. Nederland wendde in 2012 per hoofd van de bevolking 51,60 euro aan voor de publieke omroep. Dat is beduidend minder dan omringende landen: Verenigd Koninkrijk 119,22 euro, Duitsland 108,95 euro, Denemarken 95,33 euro en België 68,71 euro. Financieel deskundigen van onder andere de Rekenkamer hebben eerder vastgesteld dat op dat punt weinig winst is te halen.

Het kabinet doet er in de huidige plannen goed aan om de doelstellingen voor een toekomstbestendige publieke omroep te formuleren. In plaats van een duidelijke visie te ontwikkelen, bepaalt Den Haag nu op voorhand – en op detailniveau – hoe de bestuurlijke structuur er uit moet zien. Volstrekt de omgekeerde wereld. De Raad van State heeft ook al verschillende keren gewezen op de gebrekkige visieontwikkeling bij wijzigingsvoorstellen inzake de mediawet.

De plannen van de staatssecretaris dragen ook niet bij tot het verduidelijken van de doelstellingen. Integendeel. De argumenten die het kabinet aanhaalt zoals het gebrekkige bereik onder jongeren en de hoge kosten worden niet onderbouwd met feiten. Daardoor blijft bijvoorbeeld onderbelicht dat NPO1 en NPO3 behoren tot de nummers 2 en 3 van de top 3 televisienetten die door jongeren in de leeftijdscategorie 20-34 jaar het meest wordt bekeken.

Er zouden dan ook geen ingrijpende en stelselwijzigende maatregelen doorgevoerd moeten worden. Geef ons de ruimte om ons te richten op de uitvoering van eerder gemaakte afspraken die per 1 januari 2014 pas van kracht zijn gegaan, de verwerking van de bezuinigingen en het 3-3-2 model, dat voorziet in de fusies tussen omroepen. Het AVRO-TROS-devies luidt: if it works, don’t fix it.