Zó veel fiscaal voordeel, dat is niet de bedoeling

Nederland geeft ‘innovatieve’ bedrijven belastingkorting. Te gemakkelijk, vinden andere landen. Dat moet dus anders, besloot de G20 dit weekend.

Illustratie Marien Jonkers

Nederland wil het niet. Maar de regeringsleiders van de G20, de twintig grootste economieën van de wereld, willen het wél. Zij besloten dit weekend in het Australische Brisbane dat landen gunstige fiscale regelingen voor ‘innovatieve’ bedrijven drastisch moeten inperken. Die regelingen zijn te gunstig, vinden de wereldleiders. Ze maken belastingontwijking mogelijk. En dat is nou juist iets wat ze gezamenlijk proberen tegen te gaan.

Nederland is een van de landen met zo’n gunstige regeling. De ‘innovatiebox’, heet die. En die vindt Nederland prima zoals die is. Sterker nog, de Nederlandse regering heeft zich de afgelopen maanden verzet tegen het beperken van de innovatieregeling.

„Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn de twee landen die zich het meest hebben verzet”, zegt Pascal Saint-Amans, hoofd belastingaanpak van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) tegen deze krant.

De Oeso, club van 34 rijke landen, werkt aan een vergaand plan tegen belastingontwijking door multinationals, in opdracht van de G20. De regeringsleiders gaven afgelopen weekend hun steun aan de eerste reeks concrete voorstellen – waaronder de inperking van voordelen voor innovatieve bedrijven.

Nederland niet aan tafel

De Nederlandse weerstand tegen dit onderdeel van de Oeso-plannen bleef goed verborgen. In september sprak staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) zich nog enthousiast uit over de internationale actie tegen belastingontwijking. Het werk van de Oeso, schreef Wiebes aan de Tweede Kamer, biedt „een goede basis voor wereldwijde standaarden”. Nederland vindt ook dat „een mondiale aanpak” nodig is en heeft „intensief” aan de plannen meegewerkt.

Alleen dus niet aan alle plannen, blijkt nu. Maar de Nederlandse invloed is beperkt: Nederland is geen lid van de G20 en zat dus niet aan tafel. Het Verenigd Koninkrijk, aanvankelijk ook tegenstander, zat daar wel. Dat land gaf zijn verzet vlak voor de G20-top op en stelde een compromis voor, samen met Duitsland. Met succes: het Brits-Duitse voorstel werd aangenomen. Daarmee zetten de Britten het plan naar hun hand én maken goede sier met hun bereidwilligheid.

„Nu het Verenigd Koninkrijk heeft ingestemd, is de dynamiek veranderd”, zegt Saint-Amans van de Oeso. Ook de andere landen zullen nu ook „meer dan verwelkomd” worden om de maatregelen in te voeren. Met andere woorden: Nederland heeft weinig keus.

Een briljant patent

Het doel van de Nederlandse innovatiebox is dat zoveel mogelijk bedrijven in Nederland ‘innoveren’. Dat betekent: onderzoek dat kan leiden tot nieuw intellectueel eigendom. Een briljant patent bijvoorbeeld. Als dat patent winst oplevert, hoeft het bedrijf daar maar weinig belasting over te betalen: 5 procent. De normale vennootschapsbelasting is 25 procent. Onder meer het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg bieden bedrijven vergelijkbare mogelijkheden.

Het idee is dat bedrijven worden gestimuleerd in Nederland allerlei slimme uitvindingen te doen. Nederland Kennisland. Maar er zijn sluiproutes. Een bedrijf dat zijn onderzoek in een ander land laat doen, kan namelijk óók profiteren van de innovatiebox. „Dat is eigenlijk in strijd met de achterliggende gedachte van de regeling”, zegt een fiscalist van een groot advocatenkantoor, op voorwaarde van anonimiteit.

Andere landen vinden dat niet eerlijk. Zij stellen dat ze hierdoor belastinginkomsten mislopen. Duitsland behoort tot de felste critici. „Grote multinationals krijgen te veel speelruimte om hun belasting te minimaliseren”, zei minister van Financiën Wolfgang Schäuble vorige week in een persverklaring over de innovatieregelingen. „Het feit dat iets legaal is, hoeft niet te betekenen dat het ook eerlijk is.”

In het land zelf

De regeringsleiders van de G20 willen dat landen bedrijven alleen innovatievoordeel geven als ze hun onderzoek grotendeels binnen de landsgrenzen uitvoeren. „Er moet straks dus echt iets in het land zelf gebeuren”, zegt fiscalist Paul Sleurink van advocatenkantoor De Brauw. Het Nederlandse regime zal nu „significant” moeten worden aangepast, zegt een bron die nauw bij de onderhandelingen binnen de Oeso betrokken was. Fiscalisten erkennen dat. Voor bepaalde bedrijven zal de regeling een stuk minder interessant worden, verwachten ze. Vooral voor buitenlandse multinationals, vooral in technologie, farmacie en industrie. Bedrijven die geld verdienen aan ontdekkingen.

Nederlandse bedrijven als ASML en Philips, die veel onderzoek doen in Nederland, zullen minder last hebben van de verandering, voorspellen fiscalisten. In 2011 maakten 1.300 bedrijven gebruik van de innovatiebox.

Volgens het ministerie van Financiën is er van „verzet” geen sprake. In de discussie heeft Nederland een „andere invalshoek” dan andere landen, laat een woordvoerder van Wiebes weten. Het ministerie vindt dat bedrijven wel innovatievoordeel moeten krijgen als het onderzoek „gedeeltelijk is uitgevoerd door een gelieerde partij in het buitenland”. Wat Wiebes van het Brits-Duitse voorstel vindt, wil zijn woordvoerder niet zeggen.

Nederland is niet verplicht zijn innovatiebox Oeso-proof te maken. De organisatie kan formeel niets afdwingen. Maar de stem van de G20 weegt zwaar. Afhaken zou Nederland niet erg helpen om af te komen van het imago ‘belastingparadijs’ – een verdenking die toch steeds een beetje blijft kleven.