Zeg het met data. Met deze apps houd je alles bij

Hartslag, alcoholpromillage, gewicht – het is nu wel heel gemakkelijk om data over je lichaam en gezondheid te verzamelen. En te delen, via handige apps op Facebook of Twitter. Maar waarom zou je in vredesnaam een selfie met je hartslag posten?

Stel: je hebt net een halve marathon gerend, bent moe maar voldaan en wil dit graag delen met anderen. Dan kun je kiezen voor een zweterige selfie of trotse tweet. Maar je kunt het ook zeggen met data. Bijvoorbeeld met de app Biogram, die begin deze maand is uitgebracht.

Je neemt je telefoon met AliveCor, een smartphonehoes met sensoren. En vervolgens kun je de data delen met anderen, bijvoorbeeld via Instagram of Facebook. Op je foto of bij je statusupdate verschijnt dan een hartvormige stempel met je hartslag.

En er zijn meer manieren om je biomedische zelf te uiten: ook alcoholpromillages, vetpercentages en stressniveaus kunnen worden gedeeld op sociale media. Waarom nog schrijven dat je huisfeestje leuk was, als je ook simpelweg het behaalde alcoholpromillage kunt posten?

Cardioloog Leslie Saxon, medeoprichter van Biogram, vertelde bij de eerste presentatie in 2013 dat de app „data-ervaringen creëert die esthetisch en emotioneel zijn”. Wat zijn dat eigenlijk: data-ervaringen? En waarom moeten die gedeeld worden met anderen?

Leg je ‘geluksmomenten’ vast

In 2007 kwam de Quantified Self-beweging op: het streven om zoveel mogelijk van jezelf te meten en daarvan te leren. De laatste jaren is dat ook gemakkelijker geworden door de ontwikkeling van wearable technology: armbandjes en horloges met ingebouwde hartslagmeters, stappentellers, en allerhande apps. We zijn steeds meer gaan meten: wat we eten, hoeveel we bewegen, hoelang we slapen. De industrie is al enorm en wordt in een rap tempo nog groter: volgens een schatting van het Amerikaanse onderzoeksbureau ABI Research zal het aantal verkochte wearables in 2018 oplopen tot 485 miljoen stuks. Tellen we ook de apps mee die bijhouden hoeveel stappen je loopt op een dag, of hoeveel kilometer je per fiets aflegt, dan gaat het over miljarden.

In eerste instantie ging het om zelfreflectie: in ruwe data kun je je patronen ontdekken, herkennen en interpreteren. Maar steeds meer apps en toepassingen bieden ook de mogelijkheid om data in te zetten als communicatiemiddel.

Zo ontwikkelde het bedrijf HAPI meerdere wearables om gezondheid en geluk te meten. Eén van hun vondsten is de HAPI Button, een knop die je kunt vasthouden om zo je ‘geluksmomenten’ vast te leggen. De gelukscores (tussen 1 en 10) kun je vervolgens delen op sociale media, eventueel voorzien van foto’s of berichtjes. En met de app MoodPanda kun je stemmingswisselingen documenteren en delen op Facebook of Twitter. Denk aan berichtjes als ‘Zin in verjaardag morgen!’ met een gelukscore 8, of ‘Blokken voor tentamens’: gelukscore 4.

Een ander voorbeeld is de BACtrack, een blaasapparaat dat kan worden aangesloten op een iPhone. De BACtrack meet het alcoholpromillage in je bloed, en geeft dat vervolgens door aan de bijbehorende app. Handig als je eens wil zien hoeveel je gemiddeld drinkt per week, of als je wil checken of je nog naar huis kunt rijden. Maar ook hier is er weer een sociaal element: de informatie kan worden voorzien van foto’s of berichtjes, en met één klik gepost worden op Twitter of Facebook.

We hebben behoefte aan echtheid

Volgens de Australische socioloog Deborah Lupton, die onderzoek doet naar selftracking, gebruiken steeds meer mensen data om zich uit te drukken. „Wat we zien bij bijvoorbeeld Biogram is dat mensen hun emoties niet alleen willen benoemen, maar ook demonstreren. In dit geval door de hartslag erbij te vermelden.” Waarom mensen dit doen is niet onderzocht, maar het kan te maken hebben met een groeiende behoefte aan echtheid op sociale media, denkt Lupton. Iedereen doet zich op Facebook en Instagram beter voor dan hij is, weten we inmiddels, dus willen we steeds vaker harde bewijzen zien.

Maarten den Braber is medeoprichter van Quantified Self Europe en QS Amsterdam. Hij begrijpt de gimmickwaarde van Biogram wel, maar vindt de app nog niet zoveel toevoegen. „De mogelijkheid om biomedische data te delen met anderen wordt interessant wanneer die ook de interactie tussen mensen beïnvloedt. Dan kan je spreken van een data-ervaring.”

Den Braber noemt als voorbeeld ‘Melon’, een hoofdband die je hersenactiviteit meet en realtime toont op de bijbehorende app. „Stel dat iemand – een collega, bijvoorbeeld – die band draagt en ik kan zien: hij is momenteel erg gestrest. Dan kan ik ervoor kiezen hem even met rust te laten, in plaats van hem te belasten met meer werk.”

Vernedering als motivatie

Bij sommige selftracking apps deel je persoonlijke data niet alleen omdat je dat zelf wil, maar omdat het moet. Zo is er GymShamer, een app die bijhoudt hoe vaak je in de sportschool bent geweest. Heb je je bijvoorbeeld als doel gesteld twee keer per week te sporten en haal je dit niet, dan post GymShamer vanuit jouw naam een berichtje op Twitter en Facebook. Ook Aherk! gebruikt publieke vernedering als motivatie: deze dienst vraagt je een compromitterende foto van jezelf te uploaden. Vervolgens definieer je een doelstelling, bijvoorbeeld: vijf kilo afvallen binnen drie maanden. Als die periode verstreken is, mogen je Facebookvrienden via een poll bepalen of je geslaagd bent. Zo niet, dan gaat je foto op Facebook.

Ook voor Den Braber werkt deze methode. „Ik wil een paar kilo afvallen en track mijn gewicht met Withings, een weegschaal gekoppeld aan een app. Elke zaterdag post die mijn gewicht automatisch op Twitter en Facebook. Soms krijg ik dan ineens een reactie: ‘schiet nog niet erg op hè?’ Voor mij is dat een extra stimulans om beter mijn best te doen.”