Verzorgen is meer dan billen wassen

De kwaliteit in verpleeghuizen verschilt nogal. De Kamer debatteert er vanavond over.

Ouderen in de gang van van verzorgingshuis Meulenvelden in Didam. Het huis komt niet voor in dit verhaal. Foto ANP

De moeder van Hans Roodenburg was het laatste jaar van haar leven dement. Ze herkende de kleinkinderen niet meer. Voor zijn moeder is goed gezorgd, vindt Roodenburg. Ze was, tot haar overlijden begin vorig jaar, gelukkig in verzorgingshuis de Riederborgh in Ridderkerk. Roodenburg: „Ik heb gezien dat het personeel zeer goedwillend was.”

De moeder van Mieke Vloon was het laatste jaar van haar leven dement. Na zeven maanden in woonzorgcomplex Villa De Luchte in Lochem woog ze nog maar 45 kilo; dertig minder dan toen ze aankwam. Ze werd met opgewarmd eten van de vorige dag alleen naar haar kamer gestuurd, blijkt uit een uitspraak vorige maand van de onafhankelijke Klachtencommissie Gezondheidszorg. ‘Psychische mishandeling’ acht de commissie bewezen. Dochter Mieke Vloon haalde haar moeder eind 2012 weg uit De Luchte. Het is inmiddels in handen van een andere eigenaar en heeft verbeteringen doorgevoerd. Moeder Vloon maakte dat niet mee. Ze overleed in een ander verzorgingshuis. Vloon: „Mijn moeder is er zeer ongelukkig geworden.”

De Tweede Kamer debatteert vanavond over de kwaliteit van de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen. Directe aanleiding is de ophef die ontstond door een interview dat de vader van staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) onlangs gaf aan het Algemeen Dagblad. De dementerende moeder van de staatssecretaris zou slecht worden behandeld in een Haags verpleeghuis. Er zou onder meer te weinig personeel zijn.

Ondeskundig personeel

De Inspectie voor de Gezondheidszorg maakt zich al langer zorgen. De problemen die ze de afgelopen tien jaar in onderzoeksrapporten benoemde, zijn niet verdwenen: te weinig deskundig personeel, onveilige situaties bij medicatieverstrekking en personeel dat te lang wacht met volle luiers verschonen. Inspecteur-generaal Ronnie van Diemen-Steenvoorde, onlangs in deze krant: „Met hetzelfde geld doet de een het heel goed en de ander het slecht. De kwaliteitsverschillen zijn enorm. Onbegrijpelijk.”

Dat blijkt ook uit verhalen van kinderen met ouders in verzorgingshuizen en van personeel in het hele land. Soms gaat het goed. Neem Jan Hut. Zijn moeder (86) woont in een verzorgingshuis in Hoogeveen en voelt zich daar thuis. Er werken meer dan tweehonderd vrijwilligers – die het huis volgens Hut ‘leefbaar’ maken. Afgelopen zaterdag bakte hij met bewoners appelflappen; op zondag organiseert Hut er met zijn vrouw kerkdiensten. De verzorging en het eten zijn er goed, vertelt Hut. „We hebben geluk met dit huis. Ik ga altijd vrolijk naar binnen.”

Dat gaat dus goed. Maar kijk nog eens naar de zaak rond de moeder van Mieke Vloon en ontdek een zwakke plek. De klachtencommissie: „Medewerkers bleken niet altijd over de juiste deskundigheid te beschikken.”

Het is een klacht die regelmatig voorbijkomt in rapporten van de Inspectie. Het probleem kan niet zijn dat er minder personeel is gekomen de afgelopen jaren. Er zijn ongeveer 174.000 fulltime banen in verpleeg- en verzorgingshuizen, waar 129.000 ouderen wonen. Procentueel steeg het aantal personeelsleden per oudere de laatste jaren. Maar, zeggen deskundigen, de ouderen komen zieker en dementer in het verzorgingshuis.

Kees Goedhart werkt al dertig jaar als specialist ouderengeneeskunde en is verbonden aan de Lelie Zorggroep in Capelle aan den IJssel. Hij ziet dat het werk in verpleeghuizen steeds „complexer” wordt. Goedhart: „Het niveau van personeel moet omhoog, maar ik zie soms het tegenovergestelde gebeuren. Dat is zorgelijk.”

Dat zegt ook zorgmanager Marianne Willems van de organisatie Driezorg in Zwolle. Ze werkt vanaf 1978 in de ouderenzorg en ziet dat de verzorgenden die voor haar werken steeds meer verstand moeten hebben van gedragsproblematiek zoals bij dementerenden. Willems: „Dat is iets anders dan lichamelijke verzorging, waar medewerkers vaak bewust voor kozen. Als een organisatie het personeel niet anders gaat opleiden, komt die in de problemen.”

Smeren met ontlasting

Staatssecretaris Van Rijn vindt zelf ook dat de kwaliteit van de ouderenzorg omhoog moet, schreef hij afgelopen zomer aan de Tweede Kamer. Uit het laatste onderzoek van de Inspectie bleek dat in de helft van de instellingen het personeel niet opgewassen is tegen de zorgvragen van bewoners, maar tot direct gevaar leidde dat niet. Belangrijk is volgens Goedhart de „attitude” van personeel en management. Open staan voor klachten en vragen. Want iedereen weet, zegt de ouderengeneeskundige, dat het onmogelijke niet van personeel verwacht kan worden. Goedhart: „Helaas gebeurt het dat sommige dementerenden smeren met ontlasting. Personeel legt soms iemand in bed, verschoont en verzorgt diegene perfect, en toch is het een kwartier later weer zo ver. Dat is niet altijd te voorkomen. Maar in een goed huis wordt dat snel ontdekt. In een slecht huis is het opgedroogd aan de muur als de familie binnenkomt. Dat is het verschil.”