Trouble is terug

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Hoge beurskoersen, gigantische penthouses voor miljardairs, recordbedragen voor Andy Warhols en een alom groeiende ongelijkheid. De jaren tachtig zijn helemaal terug. Greed is weer good. Het is alleen nog wachten op de pimpelpaarse bretellen van Gordon Gekko.

Hoogste tijd voor een bezoek aan een monument van die lelijke tijd, waarin zelfs een schoothondje miljoenen verdiende: het New York Palace Hotel in Midtown Manhattan. Met zijn gouden trappen, reusachtige kroonluchters en marmeren vloeren is dit hotel een en al glitter en glamour. Maar daar kom ik niet voor. Mijn doel is de bar in de kelder genaamd Trouble’s Trust.

Met een New Yorkse vriend daal ik de vergulde trap af. Eenmaal beneden, bij de aanblik van de bar, moet ik slikken. Wat een inrichting. Groene leren banken, een bar met veel chroom, en vooral veel flessen sterke drank. Het roept herinneringen op aan de bars van lelijke schrootjes die ik bij ouders van klasgenootjes in de kelder aantrof, inclusief verzilverde cocktailshakers en potjes olijven. Geen plek waar ik me thuis voel, maar mijn nieuwsgierigheid wint.

De voormalige eigenaar van dit hotel is Leona Helmsley. Zij stond voor alles wat er mis was met de jaren tachtig. Buitensporige rijkdom, lelijkheid, egoïsme en zelfverrijking. Deze vastgoedmagnaat verdiende haar bijnaam, koningin van het kwaad, door om het minste of geringste employés te ontslaan. Toen ze werd aangeklaagd wegens belastingontduiking sprak ze de legendarische woorden: „Wij betalen geen belasting. Alleen kleine lieden betalen belasting.” Deze arrogantie kwam haar op vele jaren gevangenisstraf te staan. De bar is vernoemd naar Trouble, haar trouwe Maltezer. Het dier had zo mogelijk een nog slechtere reputatie dan haar baasje. Een huishoudster klaagde Helmsley aan omdat de hond haar aan de lopende band beet.

De groene leren bank zit ongemakkelijk. Ik kijk op de menukaart. De verwende poedel heet een van de drankjes. En daaronder: Trouble zou het heerlijk hebben gevonden. Een ander brouwsel heet Queen of Mean.

Toen Helmsley in 2007 overleed, liet ze haar poedel 12 miljoen dollar na. De partijen die beduidend minder kregen, onder wie haar mans kinderen, klaagden dit aan. Een rechter besloot dat Trouble aan 2 miljoen genoeg had.

Het dier kwam terecht bij de manager van een van haar hotels in Florida. Hij zorgde voor het witte pluizige mormel, gaf het een aangepast dieet voor al haar nierkwalen, tot Trouble in 2011 haar bazin achterna ging.

Arme Leona. Een makkelijk leven had ze niet. Haar enige kind overleed. Na een mislukt huwelijk, trouwde en hertrouwde ze dezelfde man, om van hem ook weer te scheiden. Behalve het geld dat ze naliet aan haar hondje, gaf ze ook veel weg aan liefdadigheid. De Helmsley-stichting is een van de grootste filantropische instellingen van Amerika. Nu ligt ze in haar mausoleum. Zonder Trouble, zoals ze graag had gewild. De wet verbiedt nu eenmaal dat dieren en mensen een begraafplek delen.

Om het hondje te gedenken moeten we dus in deze bar zijn, die even treurig oogt als het leven van Leona Helmsley. Een stel neemt naast ons plaats. Misschien wordt het nog gezellig. Mijn vriend en ik nemen een glaasje, om te proosten op de jaren tachtig. Mijn cocktail smaakt zoet, bitter en zuur tegelijkertijd. Mijn verhemelte krimpt. Queen of Mean. Precies de goede naam. Voor een schoothondje.