Toernooidirecteur in het landsbelang

Oud-volleyballer organiseert in 2015 het EK voor vrouwen. Bondscoach worden is nu even niet aan de orde.

Drie talenten van het Nederlands team die het WK speelden: Anne Buijs (11), Yvon Beliën (3) en Judith Pietersen (8) Foto’s EPA

Voor Peter Blangé het goed en wel besefte, was hij toernooidirecteur van het EK volleybal (vrouwen) 2015 in Nederland en België. Het verzoek verbaasde hem. Hij mist toch de ervaring? Maar zijn passie voor het volleybal won het van de faalangst.

In de kortstondige bedenktijd die hij kreeg, schoten Blangé namen als Richard Krajicek en Bas van de Goor door het hoofd. Oud-sporters die toernooidirecteur werden; Krajicek van het jaarlijkse ABN Amro-tennistoernooi en Van de Goor van het WK beachvolleybal 2015 in Den Haag. Zijn conclusie: „Ik heb als speler toernooi-ervaring en denk nog steeds de taal van de sporter te spreken. Dus waarom niet?”

Eigenlijk wist Blangé vrij snel na het telefoontje dat hij zou toehappen. Hij herinnerde zich al te goed het EK van 1997 in Nederland. Hij weet hoe geweldig het is voor een enthousiast thuispubliek te spelen. En hoe het voelt om in eigen land Europees kampioen te worden. De 49-jarige recordinternational (500) wil die ervaring graag met de huidige generatie te delen. Stellig: „Ik zal er alles aan doen om van het EK één groot volleybalfeest te maken.”

Het was wel even passen en meten om tijd vrij te maken. Want Blangé heeft sinds kort een drukke baan als directeur van het Innosport Lab op Papendal. Hij krijgt van zijn werkgever de ruimte om zich in te zetten voor het EK, al leidt dat de komende elf maanden tot werkweken van 40 uur of meer. „Dat moet dan maar”, zegt de voormalige spelverdeler droogjes. „Ik heb gehandeld in de geest van voormalig bondscoach Joop Albera, die altijd zij: ‘Topsport is twentyfour seven . Ik heb ook gesproken met technisch directeur Maurits Hendriks van NOC*NSF. Die was duidelijk: ‘Doen, in het landsbelang.’ Dat zij teksten waar je iets mee kunt.”

Pedant

Dat hij een goede toernooidirecteur is, hoor je Blangé niet zeggen. Zo pedant is hij niet. Maar dat hij wel vertrouwen in een succesvolle operatie heeft, straalt de oud-volleyballer aan alle kanten uit. Dat besef is gegroeid sinds hij op Papendal werkzaam is. Daar onderhoudt hij beroepshalve contact met de nationale volleybalteams, die sinds dit jaar op het nationale sportcentrum nabij Arnhem trainen. Het Innosport Lab levert de wetenschappelijke ondersteuning voor alle sporters op Papendal, dus ook de volleybalsters. Bijkomend voordeel: Blangé kan snel een bakkie doen met bondscoach Gido Vermeulen en diens assistent Ron Zwerver.

Hoewel Blangé niet om een mening verlegen zit, laat hij zich niet uit over de teleurstellende dertiende plaats van het Nederlands vrouwenteam op het recente WK in Italië. Uit Blangé’s mond zal je niet horen, dat hij zich zorgen maakt, zelfs niet nadat de loting – in één groep met topland Italië – deze week in Antwerpen behoorlijk is tegengevallen. Genuanceerd: „Ik weet uit ervaring dat je geduld moet hebben. Soms is het acht tellen rust nemen, opstaan en doorgaan. Doorzettingsvermogen, daar gaat het om in topsport; met zeiken en zeuren kom je niet verder.”

Kennersoog

Het kennersoog van Blangé heeft in Italië wel gezien dat de jonge nationale vrouwenploeg talentvol is. Om in zijn woorden te spreken: ‘Het barst van de potentie.’ Om dan te refereren aan het gouden team waarvan hij deel uitmaakte. „Dacht je dat het ons altijd heeft mee gezeten? Ik heb nog nachtmerries van de 15-1 nederlaag tegen Italië in de vierde en laatste set van de WK-finale in 1994 in Athene. Zo gaat dat soms. En vraag me naar een verklaring. Maar de vrouwen kunnen wel degelijk setpoints afdwingen, ook tegen grote landen als Rusland en de Verenigde Staten. Het gaat aan de top vaak om één punt. Ze moeten nog leren om big points te maken. En het niveau moet zeker vijf procent omhoog. Aan de bak, zou ik zeggen.”

Het teleurstellende resultaat op het WK heeft binnen de spelersgroep naar het schijnt tot oppositie tegen bondscoach Gido Vermeulen geleid. Er zouden speelsters zijn die een opleidingscoach als Vermeulen willen vervangen door een prestatiecoach. En dan wordt de naam Blangé al snel genoemd. De toernooidirecteur kent dat mechanisme en lacht minzaam als hem een reactie wordt gevraagd. Hij wijst op zijn onervarenheid als vrouwencoach en wenst speculaties rond zijn persoon bepaald niet voeden. Ter ondersteuning van Vermeulen: „Ik ken de krachtenvelden in de topsport. En ik weet dat zo nu en dan mijn naam wordt genoemd. Maar ik weet hoe lastig het vak van bondscoach kan zijn. Ik heb me ook wel eens stukgebeten op een team.”

Is het dan uitgesloten dat Blangé op korte termijn bondscoach wordt? Hoewel hij onlangs zijn trainerslicentie heeft verlengd is hij duidelijk: „Dat is nu niet im Frage.”

Dus ook niet van het Nederlands mannenteam, dat na het ontslag van Edwin Benne zonder bondscoach zit. De vrije val doet de olympisch kampioen van 1996 pijn, véél pijn. Maar een nieuwe revolutie, analoog aan de jaren tachtig, toen Blangé en de zijnen het bekende Bankrasmodel introduceerde, acht hij niet nodig. „Destijds was ons internationale niveau nul en was een revolutie noodzakelijk. Daar is nu geen sprake van. Met wat finetuning is best wat te bewerkstelligen.”

De opleiding moet volgens hem en hoger prioriteit krijgen. Blangé: „De lange termijn, díe is belangrijk.”