Slaaf, na een lening van 25 euro

‘Schuldslaven’ staan bloot aan onnoemelijk leed. Sommigen worden bevrijd. „Bij ons derde kind sloten we een lening.”

De man links leeft nu in het Pakistaanse Azadnagar (Dorp van de Bevrijden). Het meisje hierboven isde zesjarige Shumila Oad, die met haar familie in slavernij verkeerde en na hun bevrijding in het dorp terechtkwam. Rechtsboven: de 8-jarigeGulbhair Oad. De vrouw rechts isMooml Bheel (45), vijf jaar slaaf voor een schuld van 800 euro. De grootste concentratie van slaven is in Zuid-Azië, met name in India en Pakistan. In Pakistan, dat volgens de Australische Walk Free Foundation zo’n twee miljoen slaven telt, zet onder meer de kleine Green Development Rural Organisation (GDRO) zich in voor hun bevrijding. Veel bevrijde slaven lopen het risico opnieuw in handen van hun vroegere bazen te vallen. Voor de opvang van bevrijde slaven heeft GDRO daarom twee speciale dorpjes gebouwd. Daar maakte fotograaf Luke Duggleby deze portretten. Foto’s Luke Duggleby

Kan iemand India aanwijzen op deze wereldkaart? Aandachtig en een beetje schuw tuurt een dozijn bevrijde dwangarbeiders, die blootsvoets op de stoffige vloer van de binnenplaats van het dorpshuis zitten, naar het stuk papier. Stilte. Geen van de volwassen mannen en vrouwen die aan deze beknopte rehabilitatiecursus meedoen weet het antwoord.

„Voor de meesten is het de eerste keer dat ze een wereldkaart zien”, zegt cursusleidster Praisey Glory Bai, medewerkster van de hulporganisatie International Justice Mission. Juist hun gebrek aan scholing – ze kunnen niet of nauwelijks lezen, schrijven en rekenen – maakte hen kwetsbaar voor ronselaars. Met een kleine lening wisten die hen in hun greep te krijgen. De werkgevers zorgen er met allerlei manipulaties voor dat de lening nooit afbetaald raakt en hun slachtoffers in hun macht blijven.

Van de wreedheid van het leven in India weten de cursisten in Palacode, een plaatsje in de zuidelijke deelstaat Tamil Nadu omgeven door groenteveldjes en palmbomen, wel alles af. De meesten hebben zich, vaak jarenlang, als moderne slaven voor hun bazen moeten afbeulen in afgelegen steengroeves, zandafgravingen of bij steenbakkerijen. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, meestal in de brandende tropenzon, voor een ook naar Indiase maatstaven schamele beloning. Steeds vaker ook worden zulke schuldslaven in het enorme India uit hun dorpjes gelokt naar verre steden, waar ze de lokale taal niet spreken en zo nog kwetsbaarder zijn.

Onnoemelijk leed

Dank zij de gezamenlijke inspanningen van de International Justice Mission en de Indiase overheid, die de praktijk van schuldslavernij na jaren van passiviteit eindelijk als een schandvlek begint te zien, zijn ze ten slotte op vrije voeten geraakt. Maar ze blijven uitzonderingen. De schattingen van het aantal Indiërs dat als hedendaagse slaven werkt, lopen uiteen van zeven tot veertien miljoen.

De Australische Walk Free Foundation kwam gisteren in een nieuw rapport uit op 14,3 miljoen schuldslaven. Een gezaghebbende studie van Siddharth Kara, een Indiër die aan de Amerikaanse Harvard Universiteit doceert, kwam op basis van gegevens uit 2011 uit op 11,7 miljoen slaven in India. „Hun levens staan in het teken van onnoemelijk leed, kwellingen en uitbuiting”, schreef Kara.

Tot eind vorig jaar maakten ook de 31-jarige Marappa en zijn 22-jarige vrouw Maramma deel uit van dit treurige leger. Ze zijn klein van gestalte en ogen kwetsbaar. „Toen we ons derde kind verwachtten, sloot ik een lening van 2.000 rupees (25 euro) af via een arbeidsbemiddelaar”, vertelt de besnorde Marappa, terwijl hij het zweet van zijn verweerde voorhoofd wist. „Ik zou zes weken moeten werken in een zandafgraving langs een rivier bij de stad Bangalore om het terug te betalen. Maar toen die tijd voorbij was, zeiden ze dat ik niet terug mocht naar mijn dorp.” Intussen had hij namelijk nog een nieuwe lening afgesloten.

Daarop besloot zijn vrouw hem op te zoeken. Haar twee oudste kinderen stalde ze bij familie in het dorp. De baby nam ze mee. Ook zij werd vastgehouden. „De hele dag, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat stonden we tot onze knieën in het smerige rivierwater om het zand af te graven en in tractoren te laden. Pas om tien uur aten we ons avondmaal”, zegt Marappa.

Na vier jaar kwamen ze vrij, nadat Marappa IJM had weten te alarmeren. IJM mobiliseerde de regering, die de de slachtoffers voorzag van een ‘vrijheidsbrief’. Zo werden Marappa en zijn vrouw gered. Nu verdienen ze in hun dorp wat met losse klussen als het plukken van mango’s.

De meeste ‘bonded labourers’ behoren tot de laagste kasten en zijn zich niet bewust van hun rechten. Ze zijn arm en hebben altijd geld nodig, voor een bruidsschat, een huis of om zichzelf in leven te houden. Niet zelden laten ze voor een lening ook hun kinderen aan het werk zetten.

In de cel verdwenen

Op basis van strengere wetten kunnen mensen die schuldslaven te werk stellen nu zeven jaar krijgen, en als er minderjarigen bij zijn betrokken, veertien jaar. Er zijn inmiddels enkele bedrijfseigenaren veroordeeld en in de cel verdwenen. „Dat heeft effect. Dan dringt het tot die bazen door: zulke dingen kun je niet meer maken”, zegt Peter Williams, hoofd van het IJM-kantoor in miljoenenstad Bangalore.

Maar hoe maak je de bevrijde schuldslaven weerbaar genoeg zich verder te redden. De overheid geeft ze een bescheiden geldbedrag (250 euro), op voorwaarde dat ze eerst een rehabilitatiecursus als die van IJM volgen. Daar krijgen ze voorlichting over gezondheid, onderwijs, hun rechten in de samenleving en een beetje algemene ontwikkeling. Ook enige hulp bij het vinden van nieuw werk.

Toch is het lastig mensen op het juiste spoor te houden. „Vaak zie je dat ze toch weer afglijden in de schuldslavernij”, zegt Shamim Modi, die al decennia in dorpen werkt met achtergestelde groepen en verbonden is aan het Tata Institute of Social Sciences in Mumbai. „Volgens mij help je zulke bevrijde mensen het beste door ze een stukje land te bieden. Maar daar willen de autoriteiten niet aan beginnen.”