Paprikakip

Culinair journalist Jacques Hermus heeft duidelijk iets met de keukens van centraal Europa. In zijn boek Het wilde eten staat een aardig aantal recepten uit die contreien. Paddestoelenschotel uit Tjechië. Bigosj uit Polen. Stevige uientaart met maanzaad en zure room (waarvoor morgen het recept). Snoekbaars uit Hongarije. En ook dit recept voor ‘paprika csirke’, een Hongaarse klassieker.

Er gaat zowel zoet als scherp paprikapoeder in, en van Hermus mag u zelf bepalen in welke verhouding. Maar hoe dan ook wordt de kip het lekkerst wanneer u, voor de zoete variant, echt Hongaars edelsüss paprikapoeder gebruikt.

Snipper de uien en fruit ze in een zware pan in de olie. Snijd of hak intussen de kip in acht tot tien stukken. Bestrooi het vlees met wat zout en het paprikapoeder; het oppervlak moet grotendeels bedekt zijn. Het is een vies karweitje, maar wrijf het poeder er goed in. Voeg de kip bij de ui en braad hem aan. Zet daarna het deksel erop, het?gas laag en voeg na een kwartier een glas water toe. Laat ongeveer een uur, anderhalf uur sudderen. Het vlees moet uit zichzelf van de botten vallen. Je kunt het gerecht eventueel scherper maken met hele gedroogde Spaanse pepers. Deze kip moet je op zijn Hongaars serveren, met een salade van komkommerblokjes, waarover een saus van zure room, twee teentjes geperste knoflook, een beetje suiker, een scheutje azijn en (veel) paprikapoeder naar smaak.