Opeens gaat het economisch niet zo lekker met Japan

Na de gisteren gepresenteerde cijfers is duidelijk dat Japan geldproblemen heeft. De premier heeft grote plannen, alleen zijn er daarvoor snel verkiezingen nodig.

Foto AFP

De nationalistische Japanse premier Shinzo Abe is een eerzuchtig man en het laatste wat hij wil is een herhaling van zijn mislukte premierschap van 2006-2007. Hij is vastbesloten de geschiedenis in te gaan als de man die Japan na jaren van stagnatie met een gedurfd economisch beleid weer uit het slop trok en het land in de internationale arena een grotere plaats wist te bezorgen.

Toch is hij twee jaar na zijn glorieuze rentree en een flitsende start van zijn ‘Abenomics’ opnieuw in moeilijkheden geraakt. Ondanks een reusachtig stimuleringsprogramma is Japan tegen de verwachting in opnieuw in een recessie beland, zo bleek gisteren uit voorlopige cijfers. De economie kromp met 1,6 procent vergeleken met een jaar eerder. „Niet zo bemoedigend”, zei Abe, geen man van veel uiterlijke emotie.

De cijfers werden ook in West-Europa en de VS nauwlettend gevolgd. Daar dreigt net als in Japan deflatie. Door deflatie zijn burgers en bedrijven geneigd bestedingen uit te stellen en neemt de economische activiteit af. Abe hoopt uit de deflatie te raken door de geldkraan wijd open te zetten. Iedereen vraagt zich nu af: werkt deze aanpak?

Abe lijkt intussen een nieuwe verrassing in petto te hebben. Hoewel het in een recessie niet voor de hand ligt het parlement tussentijds te ontbinden en voortijdig verkiezingen uit te schrijven, is dit precies wat veel analisten in Tokio verwachten. Mogelijk maakt Abe dit besluit vandaag al bekend, in december zouden er dan verkiezingen kunnen volgen.

Verkiezingen als noodgreep

Wat heeft Abe hierbij te winnen? Met een ververst kiezersmandaat kan hij een omstreden btw-verhoging uitstellen of zelfs helemaal schrappen. Veel economen denken dat zo’n verhoging de economie een nieuwe dreun zou geven. De meeste kiezers zijn er evenmin voorstander van, blijkt uit peilingen. Met steun van de kiezers zou Abe een wet van het voorgaande kabinet, die voorzag in die btw-verhoging, ongedaan kunnen maken. Dan kan hij zijn stimuleringsbeleid voortzetten. Abe leek daar zelf gisteren op een receptie al op te zinspelen. „Wij grijpen de kans om uit de langdurige deflatie te raken, die kans mogen we niet laten lopen”, zei hij.

Met steun van de kiezers kan Abe het opnemen tegen het machtige ministerie van financiën, dat zich al jaren zorgen maakt over de enorme staatsschuld. De btw-verhoging is goed voor de schatkist, zegt het ministerie. Ook binnen Abe’s eigen Liberaal Democratische Partij (LDP) vinden velen het onverantwoord de geldkraan te ver open te zetten.

Maar er schuilen meer voordelen in zo’n hernieuwd mandaat. Zo zou Abe zijn handen vrij hebben om Japan te ontdoen van zijn ‘vredeskorset’, waarin het zich na 1945 stak. Het roemruchte artikel 9 van de grondwet verbiedt Japan oorlog te voeren om internationale conflicten te beslechten. Alleen strikte zelfverdediging is toegestaan. Een doorn in het oog van Abe, zeker nu China steeds machtiger wordt. Hij wil van Japan een ‘gewoon’ land maken, dat zonodig in staat is buiten de eigen grenzen geweld te gebruiken. Veel Japanners zijn sceptisch over dit streven.

Ook zou een nieuw mandaat Abe’s plannen om kernreactoren weer in bedrijf te nemen vergemakkelijken. Maar een meerderheid van de Japanners voelt ook daar – ruim drie jaar de nucleaire ramp bij de centrale van Fukushima Dai’ichi – niet voor.

Gunstig voor Abe is dat de oppositie onderling verdeeld is. De Democratische Partij van Japan (DPJ) likt haar wonden na de nederlaag in 2012.

Maar verkiezingen in tijden van recessie blijven een gok voor Abe, wiens populariteit de laatste tijd is gedaald. Vinden de kiezers de economie belangrijker dan zijn minder geliefde plannen voor de kernenergie en het Japanse defensiebeleid? Het blijft bovendien een grote gok om de economie aan te zwengelen door almaar meer yens te drukken, terwijl de staatsschuld verder oploopt. Een beter alternatief lijkt echter nauwelijks voorhanden.