‘Onze landbouwgrond is de beste ter wereld’

CDA-leider Sybrand van Haersma Buma in het CDA-blad Bestuursforum

Illustratie Aart-Jan Venema

De aanleiding

In het CDA-blad Bestuursforum komt CDA-leider Sybrand van Haersma Buma uitgebreid aan het woord. Over, nou ja, van alles eigenlijk. Al in één van de eerste alinea’s van het artikel praat hij over de spanningen met Rusland en de Nederlandse afhankelijkheid van Russische olie en gas. Dan „waarschuwt” Buma: „ Als je op het gebied van voedselvoorziening niet afhankelijk wilt worden van andere landen, zoals Rusland (...), kun je niet zomaar meer goede landbouwgrond omzetten in natuur. Doe dat elders!”, zegt hij. Dat omzetten zou bovendien zonde zijn, want, zegt Buma ook: „Onze landbouwgrond is de beste ter wereld.” De gewraakte zin, noemt Jan de Vries uit Hilversum het. Of we het kunnen checken. Dat gaan we doen.

En, klopt het?

Bijna elke bodem in Nederland is geschikt te maken voor landbouw. Sommige gronden hebben alleen meer hulpmiddelen nodig. Denk aan gebruik van bestrijdingsmiddelen en gebruik van kunstmest op een arme grond.

Goede landbouwgrond is van zichzelf geschikt om gewassen op te verbouwen. De opbrengst moet zo hoog mogelijk zijn met het gebruik van zo min mogelijk hulpmiddelen. Daarin speelt het klimaat ook een belangrijke rol.

Als je naar De Aardappeleters van Vincent van Gogh kijkt, is het lastig te concluderen dat Nederland een vruchtbare bodem heeft, zegt bodemecoloog Thom Kuyper van de Wageningen Universiteit. Van Gogh schilderde De Aardappeleters in 1885 in Nuenen, tussen Eindhoven en Helmond. Net als in Brabant zijn ook gebieden in Noord-Limburg, de Achterhoek, Drenthe en Twente gelegen op arme zandgronden. Zonder kunstmest valt daar weinig opbrengst te behalen. Maar de kwaliteit van de landbouwgrond verschilt sterk per regio. In Flevoland, Zeeland en de kop van Groningen en Friesland vind je wel vruchtbare akkerbouwgronden. „Dat zou je één van de beste landbouwgronden ter wereld kunnen noemen”, zegt Kuyper.

Niet dat we onze landbouwgrond nu stellig de beste ter wereld kunnen noemen. De verschillen in grondkwaliteit in Nederland zijn groot, net als in de rest van Europa en de wereld. Zo groot, dat de grondkwaliteit lastig te vergelijken is. Ook andere landen hebben goede en slechte gebieden. Het is onmogelijk een winnaar te kiezen.

Maar: „Kwaliteit komt tot uiting in de opbrengsten”, zegt Bert Smit, onderzoeker aan LEI Wageningen UR. Dan kijken we dus niet alleen naar de kwaliteit van de grond, maar ook wat we ermee doen. En dan scoort Nederland goed. Het kennisniveau ligt hoog, de grond wordt intensief gebruikt.

Al geeft ook dat Buma nog geen gelijk. De productie per hectare mag in Nederland dan wel vijf keer zo hoog zijn als het Europese gemiddelde, ook België en Noord-Frankrijk kennen een hoge productie per hectare.

En hoe vergelijk je die productie? Doe je dat aan de hand van het aantal calorieën dat wordt geproduceerd? Vergelijk je de kilo’s droge stof? Of door de waarde van de producten? Door de schommelende prijzen is dat een lastige rekensom. „Wij horen bij de top, maar zijn niet de top”, aldus LEI-onderzoeker Smit.

Om nog even terug te komen op de uitspraak van Buma. Nederland kan op dit moment veel per hectare produceren mede door het gebruik van kunstmest. Als de import van kunstmest of de grondstoffen daarvoor stil komt te liggen, dan heeft de landbouwproductie ook een probleem, zo concludeerden LEI-onderzoekers twee jaar geleden op basis van een analyse van cijfers van het CBS.

Conclusie

Nederland heeft gebieden die uitermate geschikt zijn voor de landbouw. Maar omdat de grondverschillen niet alleen binnen Nederland, maar ook in de rest van de wereld groot zijn, is het lastig de beste te kiezen. Onze landbouwgrond wordt intensief gebruikt. Als je de productie per hectare bekijkt, scoort Nederland hoog. We beoordelen de stelling als grotendeels waar.