Column

Onwelkome verhalen

Wat hebben Guus Hiddink en Bill Cosby gemeen? Heel weinig, behalve dat ze geen antwoord willen geven op een vraag die velen bezighoudt. Voor Hiddink luidt die vraag: wil je bondscoach blijven? Voor Cosby: wat is er waar van al die beschuldigingen van seksueel misbruik?

Over Hiddink kan ik kort zijn. Hij kan beter opstappen. Wat hebben we aan een bondscoach die steeds de indruk wekt dat hij er eigenlijk niet meer zoveel zin in heeft? Eerder suggereerde hij dat zijn assistenten zijn taak zouden kunnen overnemen, nu wil hij niet bevestigen dat hij zal aanblijven. Hij lijkt zijn geaarzel de normaalste zaak van de wereld te vinden, maar hoe zou hij reageren als zijn spelers zouden zeggen: „Of ik in maart nog voor het Nederlands elftal wil uitkomen? Dat zullen we dan wel zien.”

Lastiger is de affaire-Cosby. Deze grote, nu 77-jarige komiek, wordt door inmiddels dertien vrouwen beschuldigd van seksueel misbruik. Dergelijke beschuldigingen achtervolgen Cosby al jarenlang; wat niet in zijn voordeel spreekt is dat hij de beschuldigingen van één vrouw, Andrea Constand, in 2006 afkocht met een schikking in een civiele rechtszaak. Ook tal van andere vrouwen wilden in die zaak tegen hem getuigen, maar de schikking voorkwam dat.

Een van die vrouwen was Barbara Bowman. Zij deed al in 2006 uitgebreid haar verhaal in de publiciteit. Ze heeft haar beschuldigingen sindsdien regelmatig herhaald, maar ze bereikte er niets mee. Pas toen onlangs een komiek, Hannibal Buress, de beschuldiging in een komische act overnam en deze op internet belandde, ontstond er een schandaal. Cosby kreeg er lastige vragen over in een radio-interview die hij zwijgend negeerde („hij schudt het hoofd”, zegt de interviewer enkele malen). Vervolgens zegde hij een optreden in de talkshow van Letterman af.

Nu vraagt Bowman zich openlijk en boos af waarom haar verhaal pas een vervolg kon krijgen toen een man zich ermee ging bemoeien: „De slachtoffers van Cosby klagen al meer dan tien jaar, waarom kwam óns verhaal niet op internet?”

Die verhalen vertonen een bepaald patroon. Cosby beloofde jonge, beginnende actrices te begeleiden en nam ze mee naar hotels en privéverblijven, waar hij zich onder toediening van veel drank en drugs aan hen vergreep.

Wie moet je geloven? Het eeuwige probleem bij dergelijke verhalen. Ik hoop dat Cosby onschuldig is, want met het beeld van Cosby als verkrachter valt voor mij moeilijk te leven. Ik heb van 1984 tot 1992 genoten van de 200 afleveringen van de Cosby Show, waarin hij de gemoedelijke vaderfiguur Cliff Huxtable uitbeeldde, die op speelse manier zijn gezin bestierde.

Toen ik later in New York was, kon ik niet nalaten het huis te bekijken waarin de serie zich zou hebben afgespeeld. Het was op nummer tien van St. Luke’s Place in Greenwich Village. De eigenaar verzekerde me dat alleen de gevel van zijn huis voor de serie was gebruikt, ze waren nooit binnen geweest.

Ook al een desillusie, maar een kleine vergeleken bij de ontluistering die nu gaande is. Dit zijn onwelkome verhalen. Stel je voor: Mandela, die achteraf aan het hoofd van een internationaal misdaadsyndicaat blijkt te hebben gestaan; Jan Wolkers die in het geheim dieren doodknuppelde en de huid verhandelde; Kees van Kooten die een Oostenrijkse martelkelder voor jonge maagden onder zijn huis had, nee hééft.

Ik wil het liever niet horen.