Melk, zoveel als de boer wil

Nog even en boeren mogen zoveel melk produceren als ze zelf willen. Tenminste, als ze de mest van die koeien zelf verwerken en ook op eigen land genoeg voer weten te telen.

Koeien worden vroeg in de morgen gemolken op de boerderij van de familie Captein. Foto David van Dam

De opa van Frank (27) en Kees (29) Captein begon met 25 koeien. Dat aantal groeide tot 60 toen hun vader Nico (58) het overnam. Nu melken ze er 160. Hun opa overleed in mei, hij werd 94.

De broers willen vooruit met hun bedrijf. Ze moeten wel, drie gezinnen leven ervan. Frank is net vader geworden. Kees woont samen met zijn vriendin. En Nico (58) en Magdalene (55), hun ouders, zitten ook nog in het bedrijf.

De familie Captein werkt hard, ze maken weken van 80 tot 90 uur. Elke dag beginnen vader en zoons om 04.30 uur. Kees brengt de koeien naar de melkmachine en doet de veeverzorging. Vader Nico gaat melken. Frank maakt traditionele boerenkaas.

Vierduizend liter melken ze per dag. De helft gaat naar de melkfabriek, van de andere helft maken ze kaas. In het winkeltje (Kaasboerderij Captein) verkoopt moeder Magdalene de kaas en boter. Op het erf kunnen klanten verse melk tappen, voor een euro per liter.

De broers willen doorgroeien. Ze hebben vier jaar geleden een nieuwe stal gebouwd, met meer comfort voor de koeien. Er kunnen er nog twintig bij. Als ze nu zouden uitbreiden, moeten ze melkquotum bijkopen van boeren die stoppen, een soort recht om meer melk te mogen produceren. Maar straks niet meer. Per 1 april 2015 verdwijnt het melkquotum, heeft de Europese Unie in 2008 beslist. Melkveehouders kunnen dan zoveel produceren als ze willen.

De datum hebben boeren al jaren met rode viltstift omcirkeld staan. Bevrijdingsdag, wordt soms gemompeld. „Deze datum kun je opschrijven in de geschiedenisboeken”, zegt Kees Romijn, voorzitter van de vakgroep melkveehouderij van belangenorganisatie LTO.

Het quotum heeft gewerkt

Het melkquotum werd in 1984 ingevoerd om overproductie tegen te gaan. Om, zoals dat toen werd genoemd, boterbergen en melkplassen te voorkomen. Het werkte, de markt herstelde. Maar productiebeperking is niet meer van deze tijd. De vraag naar melk stijgt door de groeiende wereldbevolking. De melkprijs was de afgelopen jaren hoger dan ooit, tegen de veertig cent per liter.

Boeren anticiperen op het vrijgeven van de markt. Ze bouwen stallen bij en er komen koeien bij. De Nederlandse melkproductie zal tot 2020 naar verwachting met 20 procent stijgen. Nederland is na Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de vierde producent in Europa – het produceerde vorig jaar ruim 12 miljard kilo.

Opluchting onder melkveehouders, maar grote bezorgdheid bij natuur- en milieuorganisaties. Die vrezen dat de melkveesector de varkenshouderij achternagaat, met grote stallen en intensieve veehouderij. En er is angst voor een groot mestoverschot door een stijgend aantal melkveekoeien. Nu zijn er bijna 1,5 miljoen, over vijf jaar is dat aantal met 9 procent gegroeid, is de verwachting.

Staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA) probeert ongeremde groei tegen te gaan. Dijksma wil voor 1 januari de wet ‘verantwoorde groei melkveehouderij’ invoeren. De Tweede Kamer stemt vanmiddag over het wetsvoorstel.

Het komt erop neer dat boeren genoeg land moeten hebben om eigen voer te telen en eigen mest uit te rijden. Maar er is ook een uitweg: tegen betaling mag de mest ergens anders worden verwerkt.

Houden haar maatregelen de melkveesector in toom? Nee, denken twee CDA-coryfeeën: Cees Veerman, oud-minister van Landbouw, en Herman Wijffels, oud-topman van Rabobank en nu hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering.

De wet stimuleert intensivering, schreven ze in een fel opinieartikel in Trouw. „De Kamer doet er verstandig aan de vluchtroute via mestverwerking rigoureus af te snijden.” Veerman en Wijffels vrezen de opkomst van grote melkveebedrijven zonder voldoende eigen landbouwgrond. Daarmee zou de melkveehouderij de varkenshouderij achternagaan.

Brancheorganisatie LTO deelt die kritiek niet. Het aantal melkveehouders dat wil intensiveren is klein, zegt Kees Romijn. „Melkveebedrijven zijn veelal familiebedrijven. Zij doen alles zelf, van de koffie zetten tot de koeien melken. Het is een way of life. Die melkveehouders gaan niet opeens megastallen bouwen.”

Komen er straks dierrechten?

Bedrijven worden niet helemaal vrijgelaten. De staatssecretaris heeft een dreigmiddel ingebouwd: de melkveebedrijven mogen het jaarlijkse maximum van 84,9 miljoen kilo fosfaat (dat in de mest zit) niet overschrijden. Als dit wel gebeurt, volgt bijna zeker de invoering van dierrechten voor melkvee. Per bedrijf wordt dan een maximum toegestaan aantal koeien opgelegd. Het zou terug bij af zijn: een nieuwe vorm van quotum.

Terug naar Kaasboerderij Captein, aan de rand van het Groene Hart. Frank versjouwt op zijn gele klompen een aanhangwagen vol met traditionele boerenkaas, twintig kilo per stuk, in de vorm van een wiel. Iedere vrijdag brengt zijn vader Nico een vracht naar een tussenhandelaar in Woerden.

Hoe spelen de broers in op de komende veranderingen? Behalve de 160 koeien hebben ze nog 200 varkens. Mestoverschot is het grootste probleem: ze hebben jaarlijks zo’n 1.200 kuub te veel. Dat kunnen ze niet allemaal kwijt op hun 70 hectare landbouwgrond, uit milieuoogpunt is dat gebonden aan maximale hoeveelheden. Meer landbouwgrond kopen of huren is voor hen geen optie: er is gebrek aan grond in de regio. Daarom gaan ze hun mestoverschot volgend jaar deels afzetten bij collega’s in de buurt, net als eerdere jaren. Ook zullen ze een deel van de mest moeten laten verwerken, wat kostbaar is.

Dus ja, de broers zien 1 april 2015 als een bevrijding. Ze kunnen groeien met het aantal koeien. „Maar het is niet halleluja”, zegt Frank. Het melkquotum verdwijnt, een andere kostenpost komt ervoor terug: mestafzet. Kees: „Mest is de nieuwe knijper op de bedrijfsgroei.”