Column

Met een groentetuin maak je niemand blij

De moeder van mijn vriendin had een groentetuin waaruit een onuitputtelijke hoeveelheid groenten tevoorschijn kwam. Alsof de seizoenen er geen invloed hadden. Tassen vol wortels, courgettes, komkommers, bonen en prei, liefst in de meest extreme vormen. Je ging je haast afvragen wat er in die grond had gezeten. Gisteren – ze kwam onverwacht op bezoek met een goed humeur en een tas groenten – liet ze een wortel zien met drie vertakkingen. Als het een mens was geweest en had kunnen praten had-ie in De Wereld Draait Door gezeten, waarschijnlijk met een tatoeage op de borst: niet reanimeren.

„Wat een mooie wortel”, zeiden wij, want je moet een gegeven paard niet te nadrukkelijk in de bek kijken.

„Ja, bijzonder toch?” zei zij. „Ik denk dat dit de mooiste is die er vandaag bij zit.”

Daarna toverde ze ook nog een courgette tevoorschijn, die in niets op een courgette leek.

Even later begon ze alle meegebrachte groenten in stukken te hakken en in een pan te bakken. Ongevraagd, maar niet minder goed bedoeld.

„En?” vroeg ze. „Proef je het verschil met groenten uit de supermarkt?”

Ja, we proefden verschil.

Deze groenten waren met veel meer, het waren zoveel groenten dat de rest van het bord niet meer opviel.

„Oprechter”, zei ze. „Deze groenten zijn puurder, je proeft dat ze met liefde zijn verzorgd.”

We knikten en aten door, net zo lang tot de bodem in zicht was.

„Heerlijke groenten hoor”, zei ik, want ik hing graag de ideale schoonzoon uit.

„Mooi”, zei de schoonmoeder, „dan kom ik volgende week weer koken, want die tuin moet natuurlijk wel leeg.”

Tegen mij: „Wat vind je lekkerder, tuinbonen of courgette?”

„Tuinbonen”, zei ik.

„Dan worden het tuinbonen!” zei ze.

Even later vertrok ze met haar dochter naar het theater. Ik en de driekoppige wortel bleven met z’n tweeën achter. We keken samen naar het journaal en daarna naar de regionale zender waarop een item was te zien waarin een mevrouw in haar achtertuin een sprookjesbos had gemaakt, waardoor alle kinderen uit de buurt bij haar kwamen spelen. Ze zei weinig opzienbarende dingen, behalve dan dat dit een stuk meer bevrediging gaf dan de groentetuin die ze eerst had. „Je krijgt het zelf niet weggegeten en je maakt er niemand blij mee.”

Volgende week gaan we het samen kijken.