Lydia mocht 3 weken de Gazastrook niet uit

Als ze aan het begin van de avond bij de koffiebar in Tel Aviv heeft plaatsgenomen, vraagt Lydia de Leeuw meteen om de menukaart. De 28-jarige mensenrechtenactiviste heeft de hele dag nog niet gegeten. Deze middag mocht ze eindelijk de Gazastrook verlaten, na er drie weken te hebben vastgezeten. Ook al heeft Israël toestemming gegeven, ze moest alsnog twee uur vragen beantwoorden en wachten voordat de autoriteiten haar het land binnenlieten.

Het verhaal van De Leeuw begint op 21 oktober. Dan komt ze Gaza binnen via Egypte. Normaal komen westerlingen – journalisten, diplomaten, hulpverleners – via Israël. Omdat De Leeuw voor een Palestijnse mensenrechtenorganisatie actief is, geeft Israël daar geen toestemming voor.

Eerder had De Leeuw al twee jaar in Gaza gewoond. Deze keer is ze er kort. Een gebeurtenis in Egypte, drie dagen nadat ze is gearriveerd, verandert alles. Meer dan dertig Egyptische militairen worden gedood in de Sinaï-woestijn, niet ver van Gaza. Hoewel de daad niet wordt opgeëist, besluit president Sisi een bufferzone van vijfhonderd meter breed te creëren tussen zijn land en de strook. Huizen worden gesloopt, mensen verjaagd. De grensovergang die De Leeuw gebruikte, bestaat niet meer.

Israël oefent de volledige controle uit over de Gazastrook. Zo bepaalt het welke mensen en goederen erin en eruit mogen. En de regel is: mensen mogen alleen eruit via dezelfde grensovergang die ze hebben gebruikt om binnen te komen. De Leeuw zit vast.

Niet dat ze haar eigen lot nou zo interessant vindt. In de laatste Gaza-oorlog, in juli en augustus, kwamen meer dan 2.100 Palestijnen om. Vele duizenden raakten gewond of dakloos. Er is een tekort aan bijna alles: water, elektriciteit, huizen, scholen, medische zorg.

Tijdens de oorlog zette De Leeuw vanuit Beiroet het project ‘Voices of Gaza’ op. „Het doel is journalisten in contact te brengen met de gewone mens in Gaza. Om bijvoorbeeld het verhaal te vertellen dat mensen niet meer durfden te douchen, uit angst dat ze naakt gevonden zouden worden na een bombardement. Palestijnse oorlogsslachtoffers zijn geen statistieken en verdienen een gezicht en een stem.” Media van over de hele wereld namen contact op.

Als op 24 oktober duidelijk wordt dat ze niet meer via Egypte terug kan reizen, neemt De Leeuw contact op met de Nederlandse ambassade in Israël, die haar doorverwijst naar de Nederlandse vertegenwoordiging in de Palestijnse gebieden. „Zij zeiden: regel is regel. We kunnen niets doen, tenzij sprake is van humanitaire nood. Dat was er niet.”

O ok een mailtje naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag haalt niets uit, waarna ze overweegt naar de media te stappen. Maar eerst neemt ze nog contact op een hooggeplaatste VN-diplomaat. Hoewel hij er helemaal niet over gaat, belt hij binnen een paar uur terug. Hij praat met de Israëlische generaal die verantwoordelijk is voor de grensovergang. „Toen was het snel geregeld. Zonder hem had ik er nu nog gezeten.”

De Leeuw snapt niet dat de Nederlandse autoriteiten zo weinig voor haar konden betekenen. Volgens haar is er maar één mogelijke verklaring: de nauwe banden met Israël zijn heilig. „De Nederlandse autoriteiten willen hun diplomatieke spierballen niet gebruiken. Ze beschouwen de afsluiting van Gaza als een gegeven.”

De „hamvraag” voor De Leeuw is of ze ooit Gaza nog binnenkomt. De Egypte-route bestaat niet meer,en Israël zal niet graag meewerken. „Ik heb er veel vrienden, en ook voor Voices of Gaza is het belangrijk dat ik er ben. Het zal lastig worden, en ook dit interview is weer een risico. Maar ik wil mezelf niet censureren. Mijn situatie illustreert precies wat er fout is.”