Een fiets kopen wordt een dagje uit, en daar is niet iedereen blij mee

Foto NRC

Update 10:08 uur:

Accell Group zegt op basis van de cijfers tot en met oktober in het tweede halfjaar een hogere omzet en winst ten opzichte van vorig jaar te verwachten. Verder heeft het bedrijf de overname van het Spaanse wielermerk Comet afgerond en voert het nu overnamegesprekken met Cycle Service Nordic in Denemarken.

De toekomst voor Accell Group, het moederbedrijf achter fietsenmerken als Batavus, Sparta en Koga, is 10.000 vierkante meter groot en ligt in Ede. Daar wil het bedrijf, dat vandaag met kwartaalcijfers komt, in het voorjaar van 2016 een Experience Center openen – “waar je het fietsen kan ervaren”. Maar niet iedereen is er blij mee.

In de voormalige ENKA-fabriek in Ede moet een showroom, een museum, auditorium, fietsverhuur en een testbaan van een halve kilometer komen. Kosten: 10 miljoen euro, waarvan 7 miljoen voor de gemeente en 3 miljoen voor Accell. “Het moet meer dan alleen een showroom zijn – een dagje uit voor mensen”, zegt commercieel directeur Wouter Jager van Accell Nederland.

Geen fietsen te koop…

Fietsen kopen kan je er niet. De bedoeling is dat mensen hier fietsen kunnen uitproberen, om ze vervolgens te bestellen bij lokale dealers. Het is een trend die is overgewaaid uit de auto-industrie, zegt woordvoerder Harald Bresser van RAI Vereniging. “Fabrikanten willen hun merk op hun manier presenteren.”

Accell (2.800 werknemers, omzet 849 miljoen euro, winst in 2013 36,9 miljoen euro) is niet de enige fietsenfabrikant die op deze manier consumenten wilt verleiden een nieuwe fiets te kopen. Gazelle heeft een Experience Center in Amersfoort en in 2010 was Merida het eerste fietsmerk dat er eentje opende in Apeldoorn. “We hebben hier alles”, zegt marketing medewerker Erik Westerlaken van Merida. “Zelfs voor langere testritten met bijvoorbeeld mountainbikes in het bos kunnen klanten bij ons terecht.”

De drie ‘Experience Centers’ in Nederland

Maar wel een verkoopvergunning

Fietswinkels maken zich echter zorgen. “Zo’n centrum is een mooi promotiemiddel, maar het kan de rol van fietswinkels bedreigen”, zegt woordvoerder Paul de Waal van branchevereniging BOVAG. Accell krijgt namelijk waarschijnlijk een detailhandelvergunning – wat betekent dat er wél fietsen verkocht mogen worden. De Waal: “Dat zou concurrentie vanuit de achterkant betekenen.”

Dealers en fabrikanten zijn sterk van elkaar afhankelijk. Zonder dealers worden de fietsen van fabrikanten niet verkocht, en zonder fabrikanten staan er geen fietsen in de etalage. In de sector liepen de verkochte aantallen de laatste jaren terug, terwijl consumenten steeds meer geld zijn gaan uitgeven aan fietsen.

Dat is vooral dankzij de stijgende verkoop van e-bikes. Dat zijn dure dingen: de goedkoopste in het assortiment van Accell is een Sparta e-bike van 1299 euro. Bovendien zijn ze relatief nieuw voor consumenten – uitermate geschikt dus om eens uit te proberen op een testbaan.

Maar het centrum in Ede kan de relatie tussen fabrikanten en dealers verstoren. “Ze hebben ons nodig, net als wij hen. Maar uiteindelijk zie ik een deel van onze omzet straks via het centrum gaan”, zegt Robert Schut, zelf eigenaar van een fietswinkel in Ede en vertegenwoordiger van 24 lokale winkels.

‘Moderne marketing’

Accell zegt dat het niet van plan is fietsen te gaan verkopen in Ede. Commercieel directeur Wouter Jager zegt de vergunning nodig te hebben als consumenten een fiets in het centrum willen bestellen. De fiets wordt dan later geleverd aan de lokale fietswinkel waar de klant betaalt. “Moderne marketing”, noemt Jager dat.

Schut is bang dat de toezeggingen tijdelijk zijn. Over het toekennen van de vergunning wordt donderdag in de gemeenteraad van Ede gestemd. Schut verwacht er weinig van: “In de wandelgangen hoor ik dat het al een uitgemaakte zaak is.”