Gemeenten, uw zorgplicht na 1 januari duldt geen uitstel

Angst en ambitie strijden om voorrang bij de wethouders en burgemeesters die meededen aan de enquête naar de stand van zaken bij drie grote decentralisaties die per 1 januari in één klap van kracht worden. Gemeenten nemen dan de verantwoordelijkheid over voor jeugdzorg, voor banen voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap én voor meer hulp in de langdurige gezondheidszorg. Al die burgers verkeren in kwetsbare posities. En al die burgers kunnen zich met recht ernstig zorgen maken over de mate waarin gemeenten er tot nu toe in slagen om hun meest existentiële vragen te beantwoorden. Wie helpt mij straks? Dezelfde man of vrouw die dat nu doet? Wanneer hoor ik dat? Wie bel ik als ik niks hoor? En wie belt mij terug als de betrokken ambtenaar er niet is?

De uitkomst van de enquête van deze krant in samenwerking met onderzoeksbureau Overheid in Nederland, waaraan 266 gemeenten meededen, is paradoxaal: 93 procent staat achter de decentralisaties. Zij zeggen dat ze weten hoe de zorg straks georganiseerd moet worden en welke burger wat nodig heeft. Dat is prijzenwaardig veel ambitie voor organisaties waarvoor de meeste van deze taken nieuw zijn. Zo’n hoog percentage moet enige zorgen baren. Onderschatten zij hun taken of overschatten zij zichzelf?

Alleen, hun ambities worden nog overvleugeld door angst. Bovenal: angst voor geldgebrek. De decentralisatie is, zegt het kabinet, niet bedoeld als bezuiniging op de rijksuitgaven, maar het is wel een miljardenbezuiniging. Dus leggen talloze gemeenten aparte geldpotjes aan voor tegenvallers en bezuinigen zij op andere gemeentelijke uitgaven. Anders gezegd: de politici doen waarvoor zij zijn gekozen: zij moeten schaarse middelen effectief en efficiënt uitgeven om hun lokale publieke doelen te bereiken.

Gezien de twijfel die de gemeentebestuurders zelf etaleren over de vraag of zij klaar zijn en gezien talloze andere indicaties dat zij dat níét (volledig) zijn, worden de politieke keuzemogelijkheden steeds kleiner. Uitstel is geen optie meer. Deze decentralisaties zijn al zo lang onderwerp van discussie en besluitvorming, dat geen gemeentebestuur kan zeggen: we zijn erdoor overvallen. De aard van de zorg voor kwetsbare burgers verdraagt zich ook niet met een hiaat in de uitvoering op 1 januari. De Rijksoverheid draagt de verantwoordelijkheid voor deze wetgeving en zal, in het uiterste geval, niet moeten terugschrikken om de benodigde zorg in te kopen ten behoeve van gemeenten die tekortschieten. En de kosten bij die gemeenten in rekening te brengen. Laat het niet zo ver komen dat burgers in de aanloop naar 1 januari zelf naar de rechter moeten stappen om de zorgplicht van de gemeenten af te dwingen.