Geld bijdrukken is niet genoeg

De Japanse strategie tegen stagnatie en deflatie dreigt te mislukken, juist nu de ECB hetzelfde overweegt.

Abenomics was goed voor beurs en export

De Japanse groeicijfers van gisteren hadden voor geruststelling moeten zorgen maar deden precies het tegenovergestelde: ontregelen. Na de sterke economische krimp in het tweede kwartaal (7,1 procent op jaarbasis) had het derde kwartaal moeten bewijzen dat het grote economische experiment van premier Abe werkt. Maar toen gisteren bleek dat Japan in recessie verkeert, was de overheersende gedachte dat ‘Abenomics’ dreigt te mislukken, tenzij alle zeilen worden bijgezet.

De sterke terugval in het tweede kwartaal werd toegeschreven aan de btw-verhoging die op 1 april werd doorgevoerd. Een maatregel die politici lang voor zich uit hadden geschoven, onder andere met de herinnering aan 1997 in gedachten. Dat was de laatste keer dat een premier het waagde deze stap te zetten, waarna het land prompt in een recessie raakte. De krimp in het afgelopen voorjaar was mede zo groot omdat consumenten aankopen naar voren hadden geschoven.

In het derde kwartaal hadden de consumentenbestedingen en de bedrijfsinvesteringen moeten herstellen, was het idee. Premier Abe zou kunnen laten zien dat hij de economie, die sinds de jaren negentig nauwelijks is gegroeid en een lichte deflatie kent, weer aan de praat had gekregen. Dat zijn ‘drie-pijlen-strategie’ van monetaire verruiming, fiscale stimulering en structurele hervormingen het land weer gezond zou krijgen.

Door de geldhoeveelheid te verdubbelen moest de deflatie worden omgebogen in een inflatie van 2 procent per jaar. Bijna twee jaar verder blijft de inflatie steken op 1 procent, en stijgen de bestedingen en investeringen maar heel licht. Aan de eerste pijl, het bijdrukken van geld (kwantitatieve verruiming), heeft het niet gelegen. Die heeft de yen sterk verzwakt, wat gunstig is voor de export, en de aandelenbeurs een grote impuls gegeven.

Van de tweede en derde pijl komt echter niet genoeg terecht, is nu het commentaar van analisten. In plaats van budgetair te verruimen wordt er nu verkrapt, zie de btw-verhoging. De structurele hervormingen – versoepeling van het ontslagrecht, grotere arbeidsparticipatie van vrouwen, landbouwhervormingen, deelname aan het vrijhandelsverdrag TPP – zijn langdurige excercities en de inspanningen van de overheid vallen tegen.

Waar het mis lijkt te zijn gegaan tussen de verwachtingen en de realiteit is de factor vertrouwen. Het bleek moeilijker dan gedacht om de op deflatie gerichte instelling van de mensen te veranderen, zei minister Amari van Economische Zaken gisteren. Dat is een van de problemen met deflatie: zit je er eenmaal in, dan kom je er moeilijk weer uit. Mensen raken eraan gewend om aankopen uit te stellen, omdat ze verwachten dat de prijzen zullen dalen. Zo maakt deflatiedenken deflatie.

Consumenten vervroegden dus sommige aankopen in aanloop naar de btw-verhoging, maar hebben de vraag in het derde kwartaal nauwelijks verbeterd en zijn weer overgegaan op afwachten. Voor de doorsnee Japanner is dat overigens geen oncomfortabele positie: de inkomens van Japanners behoren tot de hoogste ter wereld, evenals hun levensverwachting. De werkloosheid is met 3,7 procent bijzonder laag. Van lichte deflatie merken zij in het dagelijks leven nauwelijks iets.

De pijn zit vooral bij de overheid. Bij deflatie wordt geld meer waard maar schulden worden dat dus ook. Terwijl inflatie juist zou helpen om de enorme staatsschuld (met ruim 200 procent van het bruto binnenlands product de hoogste van de ontwikkelde wereld) goedkoper te maken. Nu de voorgenomen tweede btw-verhoging waarschijnlijk wordt uitgesteld, zal het nog moeilijker worden om die schuld beheersbaar te maken.

„Het is absoluut een beleidsfout geweest om zo snel terug te krabbelen met de budgetaire stimulering”, vindt Valentijn van Nieuwenhuijzen, hoofd strategie bij ING Investment Management. „Er is meer nodig dan kwantitatieve verruiming om Japan uit het moeras te trekken.”

Bij de Europese Centrale Bank (ECB) zal het grote Japanse experiment nauwlettend worden gevolgd. Hoewel er talloze verschillen zijn tussen de twee economische blokken, begint de Europese situatie volgens velen Japanse trekken te vertonen. Sinds zijn toespraak in het Amerikaanse Jackson Hole, afgelopen augustus, is duidelijk dat ECB-president Draghi eenzelfde oplossing zoekt als Abe met zijn drie pijlen: een combinatie van monetaire verruiming, begrotingsmaatregelen en structurele hervormingen.

Dat de Japanse kwantitatieve verruiming doodslaat bij gebrek aan succes in de andere twee pijlen, moet voor de ECB geen reden zijn om het niet ook te doen, vindt Van Nieuwenhuijzen. „De ECB heeft maar één mandaat: de inflatie op peil houden. Dat moet zij alles voor inzetten.” Gezien de grote hoeveelheid schulden in de eurozone – denk aan de Nederlandse hypotheken – zou deflatie hier wel degelijk een probleem zijn, zegt hij.