Fietsen als een ei op een wasautomaat

Het werelduurrecord op een racefiets is iets voor excentriekelingen, dopingsnoepers en hardrijders. Of voor wielrenners die dat alle drie zijn. Thomas Dekker wil een van hen zijn, zo kondigde hij vorige week aan. In maart volgend jaar sluit hij wellicht zijn carrière af, na dan nog één uur te hebben gefietst. Legt hij op de wielerbaan in die zestig minuten minder dan 51.850 meter af, dan is zijn aanval mislukt. Een metertje meer, en hij neemt het record over van de Oostenrijker Mattias Brändle. In welk geval het moeilijk voorstelbaar is dat Dekker inderdaad zijn fiets voorgoed in het rek laat staan.

De loopbaan van Dekker verliep als een steile col omhoog totdat hij op doping werd betrapt. Na twee jaar krabbelde hij uit het ravijn, kreeg van Garmin de tweede kans waar hij recht op had, maar de buik van het peloton werd zijn voornaamste verblijfplaats. Het ging niet meer echt.

En nu, bij wijze van paukenslag aan het slot van een muziekstuk met een paar valse noten, wil hij beginnen aan een opgave die onmogelijk lijkt. Eddy Merckx ging hem 42 jaar geleden voor, bracht het record in Mexico City op 49.431 meter en noemt dat uurtje fietsen „het vreselijkste wat ik ooit heb meegemaakt”. Pijn, pijn, pijn. Het duurde tot 1984 voordat hij zijn record kwijtraakte – Francesco Moser doorbrak de magische grens van 50 kilometer. In 2000 kreeg Merckx het record tijdelijk terug, wat voor de 55-jarige die hij was een heel bijzondere prestatie zou zijn geweest, ware het niet dat hij er niet één trap voor hoefde te doen.

Dat komt door de wonderbaarlijke geschiedenis van het werelduurrecord. In de jaren tachtig en negentig veranderden racefietsen steeds meer in futuristische tweewielers, om optimaal de leer van de aerodynamica te benutten. Daar kwam heel wat wetenschappelijke kennis bij kijken. Des te mooier was het dat een voormalige fietsenmaker uit Schotland, Graeme Obree, met een eigen maaksel op de proppen kwam waarmee hij in 1993 het record verbeterde. Een fiets onder meer samengesteld uit schroot en onderdelen van een wasmachine. Zijn zit op de racefiets werd omschreven als een eihouding, foetushouding of vergeleken met een skiër in de afdaling. Zijn kin bevond zich ter hoogte van en vóór het stuur. Maar goed dat er op de baan geen tegenliggers of rotondes zijn. Wie het simpel wil zien: hij fietste als een ei op een wasautomaat.

Obree werd later in zijn leven depressief en deed zelfs een zelfmoordpoging. Smaakte hij nog het genoegen, tweemaal, van het (kortstondige) recordhouderschap, de Zwitser Jean Nuttli barstte, na twee mislukte pogingen, op het vliegveld van Lyon zo luidkeels in tranen uit, tot verbijstering van andere reizigers, dat hij, terwijl hij beefde en gilde, door de luchthavenpolitie overmeesterd moest worden. Sommige wielrenners zijn wel een beetje vreemd.

In 2000 verbood de UCI de eizit en schrapte alle werelduurrecords die dankzij vernuftige aerodynamische ingrepen waren gevestigd. Dus ook de prestaties van Moser en Rominger. Deze gekende tijdrijders werden mede begeleid door de toen beroemde, later beruchte Italiaanse medici Conconi en Ferrari. Beroemd om hun wetenschappelijke benadering, berucht toen bleek dat die voor een flink deel uit overtredingen van het dopingreglement bestond.

De oude Jens Voigt bracht dit jaar het wereldrecord hernieuwd onder de aandacht, nadat het negen jaar onaangetast was. Even later verbeterde Brändle het opnieuw. Dekker zal het zonder doping en te uitbundige aerodynamische foefjes moeten wagen. Dat wordt afzien. Toch jammer dat er voor hem geen plek is in de nieuwe Nederlandse ploeg Roompot. Die richt zich op de ontwikkeling van jonge talenten. De dertigjarige Thomas Dekker zou hun zo goed en gedetailleerd kunnen vertellen hoe het moet. En hoe het niet moet.