Eerst heetten ze Nazipenis

Ze noemen zich de Turbojugend: de fans van Turbonegro zijn misschien nog wel bekender dan de band zelf. Wat is het geheim van deze Noorse kitschrockers met hun gladde muziek en melige humor?

Every Jugend must have a place to meet, party, relax or go apeshit.

(Turbojugend Manifesto, lid 9)

Hoe waren we hier ook weer verzeild geraakt? Met ons totaal onbekende bandje reden we door de straten van Wenen. Het was noodweer. Aan twee kanten werd ons gammele busje ingehaald door brandweerwagens die met loeiende sirenes op pad waren om overal ondergelopen kelders leeg te pompen. Op veel plekken was de elektriciteit uitgevallen.

Moedeloos kwamen we aan bij Club Bach, een vervallen discotheek, waar we over een paar uur zouden optreden. Spelen op een doordeweekse avond in een stad zonder stroom waar het hoosde en niemand ons kende – je moest niet helderziend zijn om te kunnen voorspellen dat deze zaal leeg bleef.

Niet dus. Want tot onze grote verbazing zat de club twee uur later vol met een uitzinnige meute rock-‘n’-roll-matrozen (m/v). En die bleven na het laatste nummer ook nog eens „Zu-ga-be! Zu-ga-be!” brullen. Rara, hoe kon dit?

Het antwoord komt uit Oslo en heet Turbonegro.

Turbo wie? De Noorse kitschrockers behoren dan misschien niet tot de bekendste bands uit Scandinavië. Maar ze krijgen wel voor elkaar waar veel wereldberoemde collega’s van dromen: overal ter wereld brengen ze een hondstrouw legioen op de been, ook als ze er zelf niet zijn. Zo ook in Wenen, op een doordeweekse avond.

ORDNUNG MUß SEIN! By joining our association we expect that you do not tolerate fascist or racist behavior. Our utmost concern is to have fun together.

(Turbojugend Manifesto, lid 1)

Hoe een ondergronds rockbandje uit Noorwegen kon uitgroeien tot een wereldwijde cult, laat zich uitleggen in een paar stappen.

Hun muziek? Catchy death punk!

Allereerst natuurlijk de muziek. Al negen albums maakt Turbonegro een radiovriendelijke mix van punk-, glam- en hardrock die ze zelf ‘death punk’ noemen. De Ramones zijn nooit ver weg, AC/DC en The Stooges ook niet. Het scheurt, maar omdat alle scherpe kartelrandjes netjes van de gitaren zijn afgeslepen, klinkt het tegelijkertijd ook spekglad en überpoppy. Gevolg: alle genadeloze hooks en catchy zangdeuntjes blijven in je brein plakken als kauwgom in je haar.

Het beste voorbeeld is het meeblèrrefrein („Wo-o-wo-o-woo-oh!”) uit ‘The Age of Pamparius’, afkomstig van hun beste plaat Apocalyps Dudes (1998). Kansloze zappers kennen het nummer nog van de white trash-tv-show Jackass en de daaropvolgende safari-spin-off Wild Boyz. Dat de muziek ook onder kenners geliefd is, bleek toen het tribute-album Alpha Motherfuckers (2001) verscheen. Daarop speelden namelijk ook Therapy? en Queens of the Stone Age mee.

Dan zijn er de looks. Net zoals Kiss en de Ramones bandleden transformeerden tot levende stripfiguren, creëerde ook Turbonegro haar eigen karikaturen. Die zien eruit als kruisingen van Alice Cooper en de Village People: een zanger in holbewonervel (Hank von Helvete, na een heroïnedieet inmiddels vervangen door de even corpulente Duke of Nothing), een bassist in een matrozenpakje (oprichter Happy Tom), een foute legerofficier (meestergitarist Euroboy) en wat doodgravers en koloniale landveroveraars – uiteraard allemaal besmeurd met make-up.

Dan is er de humor, te beginnen bij de bandnaam. Turbonegro werd aanvankelijk nog klinkerloos gespeld als TRBNGR, nadat de andere optie ‘Nazipenis’ was afgevallen wegens buitensporige kans op commerciële zelfmoord. Maar de missie bleef hetzelfde: ten strijde trekken tegen de verstikkende politieke correctheid die heerste in de punkscene waaruit de band was ontstaan. Extra troef om argeloze luisteraars te shockeren: het ten volste omarmen en tot in de kleinste details bezingen van de homo-erotiek. Wie dat door de dresscode nog niet had begrepen, hoorde dat nu wel in de teksten als ‘Rendezvous with anus’ en ‘Rock against ass’.

Smakeloos? Jazeker, maar niet homofoob, racistisch of fascistisch, zo verklaren de bandleden telkens met klem. Ook op hun laatste plaat Sexual Harassment (2012) blaft de Duke in het nummer ‘TNA (The Nihilistic Army)’ vol overtuiging: „We believe in NOTHING!

Rock-‘n’-roll-soldaten in spijkerjack

It’s got to do with family values, with friendship, with loyalty, with respect. Treat your brothers and sisters like brothers and sisters. And keep an eye on each other – it's the old thing: United we stand, divided we fall.

(Turbojugend Manifesto, lid 2)

Maar er zijn vooral: de fans. Deze zogeheten Turbojugend verdient eigenlijk een paar boekenplanken aan wetenschappelijke duiding waarin de succesformule – handig afgekeken van zowel Kiss Army als Hells Angels – psychologisch, economisch én antropologisch wordt verklaard. Want wat begon als gewiekste campagne ‘hoe verkoop ik zoveel mogelijk merchandise’ is inmiddels uitgegroeid tot een wereldleger van sleazy rock-‘n’-roll-soldaten die allemaal hetzelfde uniform dragen: een spijkerjekkie met op de achterkant ‘Turbojugend’, het bijbehorende logo van een leren pet, en daaronder de thuishaven. Er zijn ruim drieduizend fans, van Tokio tot Klazienaveen.

Het slimme is: zo’n felbegeerd denimjack – de zogeheten Kutte – krijg je niet zomaar. Je moet eerst geheel volgens de uitgebreide en strikte reglementen een chapter oprichten. Zodra daarvoor een ‘president’ is verkozen, worden alle onderdanen (ook wel: ‘Ass Squad’) automatisch benoemd tot vicepresident. Vervolgens is het zaak geschikte ‘warrior names’ of ‘aliAsses’ te kiezen, die op de voorzijde van de Kutte worden gestikt.

Overige verplichtingen: een chapter moet elke 77 dagen een feest geven, of een andere activiteit organiseren. Populaire uitjes: bowlen en midgetgolfen, wat voor de brave gezinnen op de omringende banen vaak even schrikken is. Ook de verjaardag van oprichter Happy Tom, 27 juli, geldt als verplichte feestdag.

Bedevaart naar een hoerenwijk

Kuttenwaschverbot: The Kutte shouldn't be washed for any reason! If it appears to be smelly use fresh air, check Febreze or arrange some decorative Wunderbäume on your Kutte. If there is dirt or puke on the Kutte you may hand wash it carefully.

(Turbojugend Manifesto, lid 5)

Zoals soldaten hun uniformen zorgvuldig borstelen en volhangen met militaire onderscheidingen, zo borduurt de Jugend zoveel mogelijk patches van bevriende chapters op hun ongewassen jekkies, om de overgebleven ruimte daarna vol te prikken met buttons.

Hoe fout, flauw en kinderachtig ook, de Turbojugend werkt wél. Afdelingen beschouwen de zustersteden als zielsverwanten en gaan geregeld bij elkaar op bezoek. Iedere zomer wordt in St. Pauli, de beruchte hoerenwijk in Hamburg waar het eerste chapter is gesticht, een jaarlijkse bedevaart gehouden: de Weltturbojugendtage.

Het grappige is dat het wereldburgerbondgenootschap ook werkt als een soort keurmerk. De Jugend is steevast te vinden bij bands die in hetzelfde genre opereren als Turbonegro. En wie eenmaal is goedgekeurd, weet zich verzekerd van een vaste schare fans.

Vandaar dat ons bandje in dat Weense rockhol letterlijk zijn stinkende best deed. En verrek: het zweten werkte! We mochten elk jaar terugkomen, steeds in een grotere zaal. En dat de plaatselijke president ons dan elke keer weer knipogend in onze konten kneep, dat hadden we daar graag voor over.