Bingewatchen naar bingedrinkers

Ambitieuze VPRO-serie volgt 42 twintigers op één feest, van het einde tot het begin

‘Mijn vriend zit niet in een band. Mijn vriend zit in een snol die Laurentien heet.’ ‘Het woord daten is zo intens 2013. Net als het woord selfie.”

„Ik eet veganistisch tot vier uur.”

„Hipsters hebben geen Facebook.”

Meteen na de eerste uitzending op televisie zette de VPRO gisteravond de hele tv-serie van Suspicious Minds online. Dat is gebruikelijk voor Netflix en andere online videodiensten, maar nieuw voor de publieke omroep. Het doel: twintigers bereiken die geen klassieke tv meer kijken. Het voordeel is dat je de hele serie in één ruk achterover kunt slaan. Ad fundum. Dat is te doen: na twee uur heb je de hele reeks op.

Bingewatchen naar bingedrinkers: de serie volgt maar liefs 42 personages op een feest in een prachtige villa bij Utrecht. En ook nog in omgekeerde volgorde, vanaf het moment dat iedereen om vier uur naar huis gaat, tot het moment dat iedereen rond middernacht binnenkomt. Problemen met de verhaallijnen levert dat niet op: die zijn er niet. De meeste personages krijgen één korte scène. Ze spelen een spelletjes weerwolven, maken liefdesruzie, de stroom valt uit, de vriend is onlangs overleden en iedereen gaat gewoon door alsof er niets gebeurd is.

Zo word je meegenomen in een stroom van feestbeelden en korte dialogen, zonder één van de mensen echt te leren kennen. De serie portretteert een groep, een generatie zelfs. Want scenarist Daan Windhorst en regisseur Ivo van Aart zijn ambitieus.

Op zijn best laat de kijker zich meenemen in die stroom vreemde beelden in gedurfde montage, sprongen in de tijd, rake oneliners – zoals hierboven genoteerd. Een shot vanuit een krat bier dat rondgaat, een kamer die is volgeplakt met post-its, een jongen die plast in de vuurkorf, een bird’s eye van twee op de grond liggende mensen, een mooi meisje dat kotst in de schoot van een ander mooi meisje. Eindelijk kun je doen wat de aanwezigen nooit kunnen: een compleet feest overzien. En wat je altijd al vermoedde, wordt bevestigd: alle feestbeesten voelen zich in stilte wanhopig en eenzaam.

Op zijn slechtst erger je je aan de clichématige zeurpraatjes van de twintigers, het zeer wisselvallige spel, en de overweldigende oppervlakkigheid. En dat je de kans niet krijgt om je te verdiepen in die mensen.

Dat blijkt vooral bij het verrassende contrapunt in aflevering 3. Ineens zitten we bij de overburen op de bank. Vermoeide dertigers met een jong kind en een baan. Ze worstelen met het overspel van de vrouw. Scène uit een huwelijk.

Deze Fremkörper in de serie – in tegenstelling tot de feestscènes traditioneel en rustig opgezet– is veel interessanter dan het feest aan de overkant. Ligt dat aan de levensfase waarin deze recensent verkeert – dichter bij het echtpaar dan bij de feestvierders? Ligt het aan het aanmerkelijk hogere spelniveau van Karina Smulders en Jeroen De Man? Nee, het werkt gewoon beter, een langere dialoog, die verder reikt dan:

„Jij noemt mij een slet.”

„Jij noemt mij een kankermongool.”

„Op het internet. Dat is heel anders.”