Adje is dood, lang leve Arijan

Hij was er opeens: Adje, de niet zo snuggere sidekick van Paul de Leeuw. Nog steeds denkt half Nederland dat er bij Arijan van Bavel (35) een steekje los zit. Waar is Adje gebleven?

fotos niels blekemolen

Vaak denken mensen dat hij echt, nou ja, een beetje simpel is. Zoals die keer dat hij voor Paul de Leeuw de Televisier-Ring mocht ophalen. „Dag Adje”, zei de productiedame voor de uitzending. „Moet je nog naar de wc?” Ze articuleerde extra duidelijk. „Die zijn dan hier, hè.” Ze stelde hem aan iedereen voor. „Mensen, dit is nou Adje.” En toen ze bij een stel presentatoren van het Jeugdjournaal aankwam: „Deze mensen ken jij zeker wel, hè, Adje? Weet je wat, blijf jij anders hier maar even staan.”

Eén van hen keek hem toen wat meewarig aan. „Uh”, zei hij, „ze weet dat je een typetje doet?” ‘Adje’ is Arijan van Bavel (35), en die grinnikt nu hij de anekdote opdist. „Dat overkomt mij wel vaker.”

Het is zeven jaar geleden dat hij in één klap bekend werd als ‘sidekick’ van Paul de Leeuw in diens tv-show Mooi! Weer De Leeuw. Adje van Nispen, de slome duikelaar, niet al te snugger maar met een hart van goud, die door De Leeuw gruwelijk voor schut werd gezet. Adje is Arijan, maar Arijan is niet Adje. Dat is een personage, dat hij zo’n beetje per ongeluk creëerde. Hij kon er jarenlang goed van leven.

Maar Adje is niet meer, al twee jaar niet. Sinds hij uit de publieke blikveld verdween, is Arijan van Bavel pretparkeigenaar geworden. Ondernemer, noemt hij zich in de eerste plaats, en daarnaast produceert hij toneelstukken.

Maar uit de schaduw van zijn alter ego is het moeilijk ontsnappen. Waar is Adje gebleven?

Hysterische relnicht

Pretpark De Waarbeek, even buiten Hengelo, is een oudje. Sinds de oprichting in 1924 lijkt er verrassend weinig veranderd. Van Bavel kocht het in 2009, samen met zijn vriend Joris, van zijn „adjegeld”. (Hoeveel? „Een aanzienlijk bedrag”.) Toen gold het park als noodlijdend, 32.000 bezoekers per jaar. Dat zijn er nu 180.000. Zijn naamsbekendheid heeft geholpen, verder wijt hij het gewoon aan goed ondernemerschap – en hij hoefde het er niet eens ‘Ad-ventureland’ voor te noemen, zoals hij een blauwe maandag overwoog.

Op deze regenachtige herfstdag is het er bijna uitgestorven. Van Bavel doet een rondgang, met elke medewerker in groen-gele overall maakt hij een praatje. Hij wil even in het achtbaantje. Dat is tachtig jaar oud. Na afloop sprint hij weg om een muntstuk te halen. Voor de fotomachine.

Maar Van Bavel is wat nerveus vandaag. Vanavond is de eerste try-out van Taxi taxi, een toneelstuk dat hij produceert en waarin hij ook een rol speelt. Zijn eerste sinds Adje.

„Ik ben heus niet gek: er gaan mensen in het publiek zitten puur om te kijken ‘hoe Adje het doet’”, zegt hij. „Ik wil als acteur bewijzen dat ik méér ben dan dat typetje.” Vandaag krijgt hij daarvoor de kans. En hoe: „Ik speel een hysterische relnicht. Héél wat anders dus.”

De scheidslijn tussen Adje en Arijan is dun. Als je naar Arijan kijkt, dan zie je onherroepelijk óók Adje.

Oké, Arijan draagt dan geen hoog opgetrokken witte sokken, praat wat sneller (en meer), hij is wat aangekomen en heeft gevoel voor humor. Maar verder: hetzelfde haar, bril, accent, en hij is inderdaad, zoals hij zelf zegt, een beetje het type lange slungel.

Bij de fritestent van de Waarbeek zit een groep verstandelijk gehandicapten te eten. Ze komen elk jaar. Van Bavel wordt gespot, door een oudere dame in een rolstoel.

„Kijk!” Ze wijst en gilt. „Daar is-ie. Dat is ‘m. Adje!”

De groep begint te scanderen alsof op commando. Ze krijgen al snel bijval van een paar andere tafels.

„Adje! Adje! Adje!”

Even verstijft hij. Dan verschijnt er een brede lach op zijn gezicht. „Hallóóóóó.” Zijn stem kruipt ietsjes omhoog, klinkt zachter. Hij loopt op de groep af. Hij staat gebogen, trekt stumperig met zijn schouders. Als hij lacht, hangt zijn mond een klein beetje open.

En dan zie je het: ongemerkt is hij in Adje veranderd, en Adje is nooit te beroerd om even met de mensen op de foto te gaan of een handtekening uit te delen. Alles voor de lach. „Handjes de lucht in!” Er wordt gezongen: „Adje bedankt! Adje bedankt!”

Zeven kleuren stront

Adje, Arijan – zijn hele carrière is gestoeld op precies dit type misverstand, vanaf het prille begin.

Het was 2005. Van Bavel werkte vanaf zijn achttiende als performer in de Efteling: bij de De Enige Echte Efteling Fanfare, „best wel een dingetje onder abonnementhouders”. Toen dat stopte, besloot hij samen met een aantal anderen zelf een theaterprogramma te maken, iets met lokale muziekverenigingen. Waarom? „Ach, dat is zo lekker lullig.”

Hij kreeg een oproep onder ogen van de nieuwe show van Paul de Leeuw: daarvoor mocht je wensen insturen die dan in het programma konden worden ingelost. Van Bavel schreef een brief, als ‘Adje’ van muziekvereniging de Zingende Decoupeerzaag uit Budel:

Lieve Paul, ik ben Adje en wij zouden graag een liedje spelen voor onze dirigent die 40 jaar bij de vereniging zit.

Onderaan: keurig het webadres van de toneelgroep.

Raak. Een redacteur belde op. „Goedemiddag, ik ben op zoek naar Adje van Nispen.” Van Bavel, grappend: „Die is even met vakantie.” Maar daarop reageerde de redactrice dus bloedserieus: „Oké. Kunt u vragen of hij mij terugbelt?”

Hee, wacht even! Hij zag een kans.

Dus een paar dagen daarna belde Van Bavel terug, inderdaad, als Adje. Hij mocht met zijn ensemble naar de studio komen. Hij bleef in character, improviserend, stuntelend. De Leeuw had niets door. Sterker nog, de presentator was zo gecharmeerd van deze onnozelaar dat hij hem spontaan uitnodigde om met hem een lied te zingen. ‘Ik heb je lief’, een apotheose van ongemakkelijkheid.

Maar na de uitzending werd De Leeuw gebeld door een vriend. Die had Adje herkend – van de Eftelingfanfare.

Twee dagen later zat Van Bavel tegenover Paul de Leeuw voor een kop koffie. „Ik pieste zeven kleuren stront.” Maar de presentator was in goeden doen: hem voor de gek houden, dat doe je niet zomaar. „Hier zat meer in. Ik vroeg hem meteen om zijn website uit de lucht te halen”, vertelt De Leeuw over de telefoon. „De volgende week mocht hij terugkomen in de uitzending, weer voor 1,5 miljoen kijkers.” En de week daarna nog eens. En nog eens. Allemaal onder het mom: we zien wel hoelang het leuk blijft. Dat bleek vijf jaar te zijn.

Meest opmerkelijke persoon 2005

Toen Arijan nog gewoon Adje was, beheerste het typetje zijn leven. Ja, de uitzendingen met De Leeuw besloegen maar een paar uur per week, maar alles draaide om Adje. Honderden keren trad hij op met zijn theatervoorstelling De revue van nu, hij verscheen als Adje in De Wereld Draait Door, in tv-programma’s als Let’s Dance. Hij werd door de kijkers van Barend & Van Dorp uitgeroepen tot ‘Meest Opmerkelijke persoon van 2005’. Op sommige dagen was hij vaker Adje dan Arijan.

Wat het typetje zo succesvol maakte, is moeilijk te bepalen. „Mensen houden van underdogs”, zegt Paul de Leeuw daarover. „En dat was Adje. Hij is gewoon een jongetje van het volk. Maar vergis je niet: Arijan weet intussen heel goed waar hij mee bezig is.”

Na elke uitzending kwamen er bij de VARA brieven binnen van mensen die hun lidmaatschap wilden opzeggen. Hoe De Leeuw met die arme onnozelaar omsprong, dat kon toch niet? Ook op straat kreeg Van Bavel vaak een hart onder de riem gestoken: „Adje” (of, als blijk dat zij hem wél serieus namen: Ad), „je moet je niet zo door die Paul op de kop laten zitten.” En Van Bavel speelde altijd mee, óók als hij op de trein stond te wachten of met zijn moeder in Tilburg uit eten was.

Adje is zó understated, zo sloom, ongevaarlijk en volkomen nietszeggend, dat je als kijker haast automatisch aanneemt dat het dan wel echt moet zijn. Anders was het wel dikker aangezet – dit verzin je niet. Het is die spanning die bleef boeien, en die nog steeds om Van Bavel heen hangt.

Het was uiteindelijk de Volkskrant die hem ‘ontmaskerde’. Maar veel veranderde dat niet, zegt Van Bavel. „Als de Telegraaf me daarna interviewde was ik nog steeds Adje. Ze wisten dan eigenlijk nooit goed wie het was, Adje of ik.”

Weet hij dat zelf wel altijd?

Natuurlijk, zegt hij. Het was ook een soort zelfbescherming: het is soms minder eng om je te verschuilen achter een personage dan om je als Arijan bloot te geven. „Het is toch een soort Adje-masker. Dan maakt het geen drol uit wat mensen tegen je zeggen. Het is meer dan een rolletje spelen: ik wás dan gewoon Adje. En als er iets misgaat, dan gaat het mis voor Adje.”

Hij denkt even na. „Ik heb een keer bij Pauw & Witteman gezeten, gewoon als Arijan. Nou, toen stotterde ik de hele boel bij elkaar. Als Adje was me dat veel gemakkelijker afgegaan.”

Als kind werd Van Bavel veel gepest, vertelt hij. „Ik zat niet lekker in mijn vel.” Na de basisschool kwam hij in het speciaal onderwijs, voor leerlingen die moeilijk meekomen.

‘Adje’ was niet de eerste keer dat hij zijn leven veranderde met een brief. Hij besloot als jongen dat hij toneelspeler wilde worden en schreef naar musicalster Jos Brink. Die nodigde hem uit voor een toneelstuk, en vervolgens om toe te treden tot zijn musicalgezelschap Star voor jong talent. „Van mijn twaalfde tot mijn achttiende heb ik dat gedaan. Toneel heeft me geholpen uit dat, dat... dalletje te klimmen.” Later rondde Van Bavel de opleiding tot dramatherapeut af.

Het Adje-masker, daar heeft hij nu geen behoefte meer aan, zegt hij.

En net dan, toen hij die handtekeningen uitdeelde, met dat hoge stemmetje en zijn mond half open? „O, is dat zo?” Ja. Was dat dan Arijan of Adje? „Een beetje van beiden, denk ik.” Hij is even stil. „Ik heb dat geloof ik soms niet eens meer zo door.”

Spelen met Jeff

Het Agora Theater in Druten. Van Bavel is er niet voor het eerst. De vorige keer stond hij hier nog als Adje. Nu speelt hij een bijrol in een klucht met een goeddeels Vlaamse cast. „Gelukkig niet zo’n grote rol”, zegt hij. „Kan ik er een beetje inkomen.”

Hij wordt bij binnenkomst direct herkend. Een vrijwilliger achter de bar, met Down, begint wild te zwaaien.

„Adje! Adje!”

Van Bavel grijnst. „Hallóóóóó.” Vooruit, even samen op de foto.

„Eenzijdige doelgroep, hè?”, grapt hij even later.

Hij geeft zijn tegenspelers handjes en zoenen. Eén van hen is Bartho Braat, welbeschouwd ook een soort Adje: zijn iconische personage Jef, uit soapserie Goede Tijden, Slechte Tijden, is eindeloos veel bekender dan hijzelf als acteur.

Voor Adje openen deuren zich die voor Arijan anders gesloten zouden blijven. De naamsbekendheid van zijn alter ego hielp enorm toen hij investeerders voor zijn pretpark zocht. „Je moet nog steeds een goed verhaal hebben, maar een ontmoeting heb je sneller geregeld.”

Maar het imago werkt soms tegen hem. Zo was er het breed uitgemeten debacle met het Adje-theater: in 2007 had Van Bavel het plan opgevat om met een compagnon een oude bioscoop in zijn thuisstad Tilburg om te toveren tot theater. De gemeente zou de verbouwing financieren, Van Bavel de exploitatie.

De persconferentie waarop hij samen met de burgemeester de papieren tekende, deed hij als Adje, voor de publiciteit. Een fout. „Ik voelde toen direct aan de sfeer: ik had hier als Arijan moeten zitten, niet als de grootste gek van Nederland.”

Gevolg: in de volksmond ging het al gauw over het ‘Adje-theater’. De oppositie schamperde. En het kwam nooit goed. De verbouwingskosten rezen de pan uit, investeerders haakten af. Ook Van Bavel stapte uit het project. Het gesteggel binnen de gemeente duurde voort: het Adje-theater kostte uiteindelijk twee wethouders de kop, er viel een college over en tenslotte moest burgemeester Ruud Vreeman vertrekken.

Geen Adje-imperium

In de kleedkamer bereidt de cast zich voor op het optreden. De valkuil van Van Bavel: hij moet het kléín houden, niet reageren op publiek, niet improviseren, maar bij zijn tekst blijven. Terwijl zijn tegenspelers steeds iets stiller worden, begint Van Bavel harder en vaker te giechelen. „Ik heb er zo’n zin in, zo’n zin in!”

Dan is het tijd om op te gaan. Tenminste, voor de rest van de cast. Van Bavel maakt zijn entree pas vlak voor de pauze. Onrustig wacht hij in de coulissen.

Na zijn run met Paul de Leeuw besloot Van Bavel te stoppen met Adje. Zijn theatershow liep nog, er stonden nog tachtig voorstellingen geboekt, maar toen kreeg zijn compagnon een hersenbloeding. Daarna deed Van Bavel een jaar lang niets. „Nagedacht, een beetje afgekickt.”

Intussen stapelden de aanbiedingen voor Adje zich op. Van Bavel had zijn act veel verder kunnen voeren. Het regende verzoeken voor tv-optredens, een reallifesoap, producenten stelden allerlei soorten Adje-merchandise voor, van dekbedden tot strandballen. Uiteindelijk was er zelfs korte tijd sprake van een Adje-speelfilm. Er waren al gesprekken met regisseur Dick Maas.

Maar Van Bavel zegt nee tegen alles. Waarom? „Ik wilde geen Adje-imperium.” Met het gedoe in Tilburg had dat niets te maken, zegt hij. Verder uitmelken vindt hij afdoen aan het personage. Het is nu een icoon, zegt hij, en dat icoon is af.

Hij denkt dat hij nu nog zou kunnen leven van schnabbelwerk. Van optredens op studentenfeesten, een beetje tv. Maar nee. Het is klaar. „Natuurlijk zullen mensen de rest van mijn leven zeggen ‘Dat is Adje’. En dat is prima, ik heb het zelf gedaan. Maar het is ook aan mij om te laten zien dat ik nog andere dingen kan.”

Slechts heel af en toe maakte hij een uitzondering. Hij herinnert zich die keer dat hij gebeld werd of hij als Adje een playbackshow wilde jureren voor een groep met Down. „Dat wilde ik best. Natuurlijk!” Toen hij aankwam verbaasde hij zich. Waar was de leiding? „Nou ja, ik die optredens beoordelen. Alles was fantastisch, natuurlijk.”

Na afloop werd hij uitbetaald. Een loodzware zak vol rinkelende muntjes. 350 euro. Wat bleek: er wás geen leiding. Dit was hun eigen idee. Ze hadden al hun spaargeld ingelegd. Adje was hun grote voorbeeld.

Gek, hè?

Het stuk is voorbij. Een staande ovatie. In de kleedkamer is de cast enigszins verhit aan het kibbelen geslagen, een paar overgangen gingen niet helemaal soepel. Van Bavel, bezweet, mengt zich er maar niet in.

„Ik ben hartstikke tevreden”, zegt hij. Hij voelde heus wel dat er wat geroezemoes was toen hij voor het eerst opkwam. „Maar daarna was iedereen volgens mij al lang vergeten naar wie ze keken, en dat was nou precies de bedoeling.”

Hij kijkt opgelucht.

Het publiek stroomt intussen naar buiten, een onwaarschijnlijk heftige Gelderse regenbui in. Een groep tienermeisjes kletst in de aula nog een beetje na. „Was best leuk”, zegt één. „Ja, best prima”, zegt een ander. En dan: „Gek hè, om Adje ineens iemand anders te zien spelen?”