Objectieve journalist bestaat niet

De neutrale journalist is een mythe, stelt Taco Rijssemus (KRO-NCRV). En dat is niet erg.

Dit is hoe wij denken: je hebt goede journalistiek en slechte journalistiek. Een goed journalist is een vlieg op de muur. Een man of vrouw zonder gezicht. Hij observeert en registreert maar interpreteert niet. Checkt en dubbelcheckt. En soms, als zijn verhaal bijna rond is, pleegt hij toch nog dat ene telefoontje waarvan hij weet dat het zijn betoog onderuit kan halen. Toch geen nieuws? Dan heb je het vakkundig ‘doodgecheckt’.

Een slecht journalist mengt feiten en meningen. Is niet onafhankelijk. Zegt wat lezers moeten vinden: ‘Rutte is een slechte premier’. Of: ‘Die minister is een toffe peer’. En hij maakt van elke fik een uitslaande brand.

Met die klassieke indeling is het een en ander mis, zegt Taco Rijssemus, mediadirecteur van KRO-NCRV. Hij promoveerde vrijdag in de mediatheorie aan de Universiteit Utrecht. Van zijn proefschrift maakte hij het boek De rekbare waarheid; over de objectiviteit van betrokken journalistiek. Zijn belangrijkste conclusie: betrokken journalistiek is niet per se fout, want die kan net zo objectief zijn, en soms zelfs objectiever dan de ‘neutrale’ journalistiek. En puur neutrale journalistiek is een mythe.

„Neutrale journalistiek bestaat niet”, zegt Rijssemus vrijdag tijdens een symposium in Hilversum over betrokken journalistiek. „De NOS en de kwaliteitskranten bedrijven journalistiek vanuit het maatschappelijk midden. Daarom ogen ze neutraal. Maar vooral de NOS moet die neutraliteit niet langer claimen. Zo sluiten ze andere stemmen in de samenleving uit.” En, zegt hij, op het moment dat zo’n stem niet de ruimte krijgt in de publieke sfeer, dreigt die te radicaliseren. „Zie de onvrede ten tijde van Fortuyn. Die hadden we grotendeels gemist.”

Rijssemus toonde vrijdag een fragment uit het Journaal van begin 2013. Paus Benedictus XVI kondigt zijn abdicatie aan. En de NOS noemt hem „een conservatieve kamergeleerde die niet meer in contact staat met de realiteit”. Rijssemus: „Dat is niet neutraal. De lezers van het Katholiek Nieuwsblad denken heel anders over de paus.”

Betrokken journalistiek is misschien ook wel wat mensen nu wensen. Willen zij de overvloed aan informatie – dankzij de snelle digitalisering – nog steeds zelf interpreteren? Of horen ze liever wat zij moeten vinden van de wereld om hen heen?

Daarbij komt volgens Rijssemus dat veel instrumenten van de klassieke journalist niet meer voldoen. „Door gebrek aan tijd en geld verandert de harde ondergrond waarop de waarheid in de objectieve journalistiek is gebouwd, de feiten, in een drassig moeraslandschap.” Met name online nemen nieuwsmedia niet altijd de tijd om feiten te checken. Rijssemus: „Wat in de professionele journalistiek fout zit is de valse oppositie tussen feit, objectief, en mening, subjectief. Een feit is óók waarderend. Als wij samen over de Dam lopen en we zien een verklede man op een schimmel, met mijter en knecht, zie jij wellicht een folkloristische traditie, en ik een uiting van racisme.”

Ook het ‘heilige’ hoor-en-wederhoor heeft last van inflatie, stelt Rijssemus. Het principe luidt: wie in een artikel een partij aan het woord laat, moet ook de tegenpartij citeren. Maar volgens Rijssemus laat de journalist de andere partij vooral aan het woord voor de spanning in z’n artikel (een conflict verkoopt beter) of om zich juridisch in te dekken.

Met zijn boek wil de mediadirecteur van KRO-NCRV een bijdrage leveren aan de fundamentele discussie over journalistiek van de laatste jaren. Zie de boeken van Joris Luyendijk (Het zijn net mensen, 2006), Rob Wijnberg (De nieuwsfabriek; hoe media ons wereldbeeld vervormen, 2013) en Guardian-journalist Nick Davies (Gebakken lucht, 2010). Belangrijke vraag: mag een journalist betrokken zijn? Partijdig? Zelfs activistisch?

De Amerikaan Glenn Greenwald, die de NSA-affaire naar buiten bracht, is zo’n activist (zie hiernaast). Hij vindt dat een journalist niet bang moet zijn z’n mening te uiten. Zolang je die maar uitvoerig onderbouwd met feiten. Greenwald strijdt tegen de wereldwijde schending van onze privacy en de journalistiek is zijn wapen.

Nieuwsmedia, vindt Rijssemus, moeten ook hun (politieke of economische) motieven expliciet maken. „Wanneer journalisten er voor uitkomen dat ze betrokken journalistiek bedrijven, vanuit hun politieke overtuiging, mensbeeld of levensbeschouwelijke visie, brengen ze juist onderbelichte kanten van de werkelijkheid in beeld, die hun neutrale collega’s het publiek onthouden.”

Volgens Rijssemus staat de journalistiek nu stil. „Anders dan de wetenschap. Een uitgesproken betrokken studie als Vrouwenstudies heeft bijvoorbeeld veel nieuwe inzichten opgeleverd die in de door mannen gedomineerde wetenschap niet naar voren zouden zijn gekomen.”

Betrokken journalistiek is volgens hem bij uitstek een taak van de publieke omroep. Bijvoorbeeld voor een actualiteitenrubriek als KRO’s Brandpunt, die sinds een paar jaar meer kleur moesten krijgen van de NPO. Een terugkeer naar de verzuiling? „Nee. Toen was de journalistiek niet onafhankelijk. Nu wel. Onze taak ligt in het hoorbaar maken van de stemmen die in de minderheid zijn. Commerciële media doen dat pas als zij er geld mee kunnen verdienen.”