Medicijnen zijn in arme landen beter verkrijgbaar

‘Access to Medicine’-stichting publiceert tweejaarlijkse ranglijst

De grootste farmaceutische bedrijven hebben de afgelopen jaren meer gedaan om de toegang tot medicijnen in ontwikkelingslanden te verbeteren, blijkt uit de vandaag gepubliceerde Access to Medicine-index 2014. Dat neemt niet weg dat omkoping, corruptie en onduidelijkheid over patenten nog steeds aanwezig zijn.

De onderzoekers van de Access to Medicine Foundation analyseerden de twintig grootste farmaceutische bedrijven op basis van zeven verschillende categorieën en 95 indicatoren. GlaxoSmithKline staat, net als in 2012, bovenaan het lijstje. De Britse multinational scoorde het beste door zijn „bedrijfsmodel gericht op Afrika, een uitgebreid aanbod aan producten en focus op onderzoek en ontwikkeling.” Het Deense bedrijf Novo Nordisk stijgt van de zesde naar de tweede plaats dankzij de introductie van betaalbare diabetesproducten in de armste landen.

Tot zover de lofzang. Er valt nog een hoop te verbeteren als het gaat om goede, betaalbare en verkrijgbare medicijnen voor mensen in arme landen. Volgens Wim Leereveld, oprichter van de Foundation, moeten producenten vooral gerichter werken. „Door alleen je producten op de markt te gooien bereik je de allerarmsten niet”, zegt hij. „Er moet veel meer met lokale partijen gesproken worden, zodat medicijnen op de juiste plaats terechtkomen.”

Dat doet GlaxoSmithKline dus erg goed. Het concern past prijzen van medicijnen aan aan de sociaal-economische omstandigheden van de landen in Afrika. Veel bedrijven staan daar minder voor open.

Uit het tweejaarlijkse onderzoek blijkt dat bedrijven die veel producten aanbieden in arme landen niet automatisch goed scoren. Leereveld: „Dit betekent dat hun plaats op de index minder te maken heeft met de hoeveelheid producten maar met wat ze er daadwerkelijk mee doen. Dit is ook sterk gerelateerd aan het belang dat de top van het bedrijf hecht aan toegang tot medicijnen.”