Hoofse dansen gesmoord in al te consciëntieuze aanpak

Bijna vergeten, maar 2014 is ook het jubileumjaar van Jean-Philippe Rameau. Dat de Franse componist van royale operaballetten 250 jaar geleden overleed, wordt in het Nederlandse seizoen zeer spaarzaam gememoreerd.

De ZaterdagMatinee vierde het Rameau-jubileum dit weekend met een uitvoering van het gezongen ‘Ballet Héroïque’ Zaïs. Dat dit werk weinig klinkt, zal mede liggen aan het oersaaie verhaaltje. De luchtgeest Zaïs heeft een romance met het herderinnetje Zélidie. Maar vrouwen zijn wispelturig, dus moet de loyaliteit worden getest, een test die ze glansrijk doorstaat. De goede afloop sleept zich eindeloos voort. Bovendien componeerde Rameau dit operaballet – behoudens een beroemd experimentele ouverture – formulematig, met dezelfde voorhoudingen aan het eind van een frase. Hits ontbreken.

De in deze muziek gespecialiseerde Christophe Rousset liet zijn Les Talens Lyriques en het Choeur de Chambre de Namur zilverachtig glanzen. Maar Rousset heeft zoveel respect voor de noten dat zowel de hoofse als de meer volkse dansen smoorden in een al te consciëntieuze aanpak.

Julian Prégardien leek met zijn heldere tenorstem zeer geschikt voor de heroïsche titelrol, maar raakte pas na de pauze in zijn element. Hasnaa Bennani zong als Amour óf te hoog, óf te laag. Zo dreigde het Rameaujaar voortijdig als een nachtkaars uit te gaan. Verlichting bood sopraan Marie Arnet. Zij gaf het brave herderinnetje enige diepgang, en haar vele verzuchtingen van ‘hélas!’ waren theatraal en ironisch.