Column

Hiddinks handen

Volgens presentator Jack van Gelder kon hij aan het gezicht van Guus Hiddink zijn gemoedstoestand aflezen. Dat ging ik niet doen. Heel eigenwijs fixeerde ik me op de handen van ‘de bondscoach met de strop om de nek’. Ze vertelden een verhaal. Vlak voor de wedstrijd zochten de handen tevergeefs naar een rustige plek. Opvallend, het rechter knuistje hield zich meestal op in de buurt van de middelste knoop van zijn colbert. Het bondsjasje is niet op maat gemaakt voor Hiddink. Ik zag zijn handen een paar keer tevergeefs zoeken naar de opening van de zakken.

Waren ze dichtgestikt door de naaister van de KNVB?

Tijdens het Wilhelmus stond Hiddink keurig op. Meezingen deed hij niet, net als Afellay op het veld. Misschien ging het binnensmonds.

Het Nederlands elftal was vanaf het begin getergd. Er waren stormlopen op het doel van het machteloze Letland. Hiddink liep net vanaf de bank naar de zijlijn toen Robin van Persie scoorde.

De handen van Hiddink balden zich tot vuisten die in het luchtledige boksten tegen alles wat hem in de weg zat; het gedoe om zijn leeftijd, het plan van aanpak van de bond, de harde conclusies van criticasters.

Hiddink ging weer zitten, zijn vingers onzeker bewegend in de buurt van mond en neus. Nederland bleef aanvallen. Van Persie stond op een goede positie en was veel meer dan gebruikelijk aan de bal. Robben bracht een ode aan de rush. De drift om te winnen was groot bij het hele elftal.

De vuisten van Hiddink veranderden in klappende handen. Bij de 5-0 van Robben bleef hij op de bank zitten terwijl zijn assistenten juist opveerden.

Na afloop zat Hiddink in het zweetkamertje van Jack van Gelder. Ik bleef zijn handen volgen. Ze lagen aanvankelijk losjes op tafel maar al snel schoven de vingers in elkaar: de gebedshouding. Hiddink over de strop rond zijn nek van de afgelopen week: „Ik ben nog nooit echt dood geweest.”

Dus je was aardig in de buurt, dacht ik.

Of hij bondscoach bleef, liet hij in het midden. „Ik ben alleen bezig met vandaag.”

Hiddink had na de 6-0 tegen Letland de touwtjes weer in handen en die liet hij zich nu niet ontnemen.

Er hing extreem lage mist in de Arena.

Robin van Persie: „Niemand wil ’m kwijt.”

Arjen Robben: „Ik kan niet in het hoofd van de bondscoach kijken.”

Ik ook niet. Dus bleef ik me als handenexpert fixeren op de vingers van Hiddink. Aan tafel drukte hij zijn duimen hard tegen elkaar aan. De bondscoach is na deze overwinning nog niet op zijn gemak. Zijn eergevoel lijkt aangetast en dat ongerief poetsen wij – en hijzelf – niet zomaar weg.