Geniaal wiskundige werd vreemde kluizenaar

Alexander Grothendieck

Wiskundige (1928-2014)

Geniaal, rebels, gestoord en wegbereider van grote wiskundige ontdekkingen .

Een van de opmerkelijkste wiskundigen van de twintigste eeuw is vorige week donderdag op 86-jarige leeftijd overleden. Alexander Grothendieck schreef in zijn leven duizenden bladzijden vol. Over wiskunde, maar naarmate hij ouder werd ook steeds vaker over pacifisme, religie en esoterie. Hij overleed op 13 november in een ziekenhuis in Saint-Girons in het zuidwesten van Frankrijk. Nadere details ontbreken.

Grothendieck legde de grondslag voor een heel nieuwe opzet van de algebraïsche meetkunde. Daarmee verwierf hij wereldfaam. Grothendieck noemde zichzelf een bouwer van kathedralen. Het ging hem niet om het oplossen van specifieke problemen, maar om het doorgronden van algemene structuren. Oplossingen zouden dan vanzelf naar boven drijven.

Zijn wiskundige bouwwerk vormde het fundament voor de spectaculairste resultaten uit de vorige eeuw, zoals het bewijs van het Weil-vermoeden (in 1973 door Pierre Deligne) en de Laatste Stelling van Fermat (in 1994 door Andrew Wiles).

Alexander Grothendieck werd op 28 maart 1928 geboren in Berlijn. In de Nazitijd vluchtte het gezin naar Frankrijk. Sinds 1971 was hij Frans staatsburger. Tijdens zijn studie wiskunde gaven twee hoogleraren hem een lijst van veertien openstaande wiskundige problemen – werk voor vele jaren. Hij mocht er een uitkiezen. Na een paar maanden kwam Grothendieck terug. Hij had alle problemen opgelost.

Tussen 1958 en 1970 werkte Grothendieck aan het Institut des Hautes Études Scientifique (IHES) in Parijs. Daar was hij een enorme inspiratiebron. Omringd door een clubje fanatiekelingen stortte Grothendieck zich van de ene ontdekking in de andere, in sessies die soms wel twaalf uur duurden. Grothendieck trouwde en kreeg drie kinderen.

In 1966 kreeg hij de Fieldsmedaille, de hoogste onderscheiding in de wiskunde. In die tijd kwam zijn recalcitrante karakter steeds meer bovendrijven. In 1967 gaf hij wiskundelezingen in de bossen rond Hanoi, terwijl de stad werd gebombardeerd door de Amerikanen. In 1970 werd hij bij een demonstratie gearresteerd voor het slaan van twee agenten. Hij zegde zijn baan op toen hij ontdekte dat het IHES financiering kreeg van het ministerie van defensie. Hoewel hij in Parijs en Montpellier nieuwe betrekkingen kreeg, trok hij zich langzaam terug uit de wiskunde en verbrak contacten met collega’s, vrienden en familie.

Grothendieck richtte een beweging op, Survivre et vivre, voor algemene ontwapening. In 1988 ging hij met pensioen – met vrijwel iedereen gebrouilleerd. Sindsdien leefde hij met grote psychische problemen als een kluizenaar in de Franse Pyreneeën. Hij schreef duizenden pagina’s vol met biografische episodes, gedichten, memoires, wraakzuchtige pamfletten, filosofische gedachten, en soms opeens weer wiskunde. Sommige daarvan bracht hij naar buiten. Zijn beroemdste ‘meditatie’ is Récoltes et semailles (oogsten en zaaien). Hierin blikt hij terug op zijn eerste wiskundige werk en beschrijft hij zijn obsessie met de duivel en zijn visuele en auditieve hallucinaties, zoals het zingen van evangeliën in twee stemmen tegelijk, zijn eigen en die van God.