Ex-PvdA’ers doen aan zetelroof

Twee volksvertegenwoordigers zijn uit de PvdA-fractie in de Tweede Kamer gestapt en dat is betreurenswaardig. Zij hebben besloten als zelfstandige fractie door te gaan. Het aantal fracties in de Kamer komt daarmee op vijftien, waarvan er zes minder dan drie zetels hebben. Toen de kiezers op 12 september 2012 naar de stembus gingen, kozen ze niet meer dan elf partijen in de Tweede Kamer. Aan de uitbreiding van het aantal fracties sindsdien, door scheuringen in PVV, 50Plus en nu PvdA, is geen kiezer te pas gekomen.

Ook voor de twee ex-PvdA’ers Kuzu en Özturk geldt dat ze hun recht op het behoud van de zetel eigenlijk niet zouden moeten opeisen. Ze haalden geen van beiden zelfstandig de kiesdeler. Al was met name Kuzu wel een succesvol stemmentrekker; hoewel hij 26ste op de kandidatenlijst stond, waren er maar vijf kandidaten bij de PvdA die meer stemmen behaalden dan deze Rotterdammer. Zou Kuzu onverkiesbaar hebben gestaan, dan was hij via voorkeurstemmen (waarvoor een kwart van de kiesdeler telt) toch in de fractie gekomen. Özturk kwam daarin doordat de PvdA ging regeren en de fractie bewindslieden aan het kabinet leverde.

Het is de tweede breuk in de PvdA-fractie en dat moet de leiding daarvan te denken geven. Eerder verlieten Bonis en Hilkens de fractie (en de Kamer), omdat ze zich gevangenen voelden van de fractiediscipline. Het in het Nederlandse staatsbestel geldende dualisme geeft parlementariërs het recht zich ook tegen geestverwante bewindspersonen te keren, maar in de praktijk blijkt dat in het openbaar nauwelijks mogelijk. De openlijke kritiek die Kuzu en Özturk uitten op hun partijgenoot minister Asscher (met onder meer integratie in portefeuille), viel verkeerd bij de PvdA.

Duidelijk is wel dat er met en rond deze twee Kamerleden van Turkse afkomst meer aan de hand was, ook al vertegenwoordigden zij de PvdA al eerder als volksvertegenwoordigers. Kuzu was gemeenteraadslid (Rotterdam, hij was fractiesecretaris) en Özturk raadslid (Roermond) en Statenlid (Limburg). Daar werd hij nog ernstig beledigd door een discriminerende, Limburgse PVV’er.

Toch is nu aan het licht gekomen dat de opvattingen van dit tweetal in vergelijking met de standpunten van de PvdA vooral op het gebied van integratie afwijken. Dat kan natuurlijk ook komen doordat de PvdA op dit punt is opgeschoven.

Het roept hoe dan ook vragen op of de partij in 2012 niet al te gretig is geweest om deze Turkse Nederlanders op de lijst te plaatsen om zo stemmen in die bevolkingsgroep te werven. Afkomst en geslacht zijn slechte maatstaven bij de beoordeling van de politieke en maatschappelijke opvattingen van kandidaat-volksvertegenwoordigers.