Een nieuwe wondersprinter uit Siberië

De 20-jarige Pavel Koelizjnikov wint in Obihiro zowel de 1.000 als de tweede 500 meter

Pavel Koelizjnikov is volgens de Russische bondscoach Kosta Poltavets „een winnaar net als Sven Kramer”. Foto AFP

De ene dag de 1.000 meter winnen van Kjeld Nuis, die onlangs in Heerenveen nog het officieuze wereldrecord op laaglandbanen verbeterde. De volgende dag op de 500 meter als enige een 34’er rijden en Jan Smeekens verslaan, de zilverenmedaillewinnaar op de olympische sprint in Sotsji.

Pavel Koelizjnikov (20) was bij de eerste wereldbekerwedstrijden van dit seizoen in het Japanse Obihiro de sterkste op beide sprintafstanden, een dubbelslag die de laatste jaren zelden was te zien. De Russen hebben weer een wondersprinter, in de traditie van grote kampioenen als Jevgeni Grisjin, Valerij Moeratov, Jevgeni Koelikov, Sergei Chlebnikov en Igor Zjelezovski.

„Hij is een winnaar net als Sven Kramer”, typeerde de Russische bondscoach Kosta Poltavets zijn succesvolle schaatser bij de NOS. Met zijn uiterst efficiënte techniek doet de jonge Koelizjnikov hem denken aan een andere Nederlander, een voormalig topschaatser die Poltavets jarenlang coachte. „Hij is een tweede Jan Bos.” En het belangrijkste? „Deze jongen heeft veel plezier in het schaatsen. Hij heeft lef en wil heel graag winnen. Hij is een jongen voor de toekomst.”

De toekomst is voor Koelizjnikov dit weekeinde dan toch nog begonnen. Uitgerekend op de Meiji Hokkaido Tokachi Oval in Obihiro, de plek waar in 2012 zijn carrière in de knop leek te breken. Bij de WK junioren werd de toen pas achttienjarige Rus dat jaar betrapt op het gebruik van het verboden middel methylhexanamine.

Het stimulerende middel – datzelfde jaar bijvoorbeeld ook gebruikt door spelers van voetbalclub Spakenburg die nationaal amateurkampioen werden – zat volgens Koelizjnikov in een neusspray, die hij had gebruikt ‘tegen een verkoudheid’. Maar de internationale schaatsunie ISU toonde zich onverbiddelijk. Hij moest zijn gouden (1.000 meter) en zilveren (500) medaille inleveren. Een dopingschorsing van twee jaar volgde. Weg kans om voor eigen publiek te schitteren op de Spelen van Sotsji.

Pas eind vorig seizoen, begin april bij de Russische afstandskampioenschappen, keerde de in Vorkoeta in Siberië geboren schaatser terug in wedstrijdverband. Afgelopen zomer maakte alles duidelijk over zijn ambitie. Vanaf augustus reeg hij de 34’ers aaneen, waaronder een persoonlijk record van 34,90 in Kolomna. Ook zijn 1.000 en 1.500 meter waren snel.

Op de eerste 500 meter in Obihiro verprutste Koelizjnikov vrijdag zijn opening (10,03), om in 35,16 alsnog knap als tweede te eindigen achter Smeekens (35,06). Een dag later behaalde hij juist dankzij een snelle start zijn eerste internationale zege op de 1.000 meter. In 1.09,23 bleef hij Kjeld Nuis 0,04 seconde voor.

Coach Poltavets genoot. De geboren Oekraïner, die lang in Nederland werkte, ziet de kilometer als sleutelafstand. „Ik heb de beste 1.000-meterrijders in mijn handen gehad”, vertelde hij in 2011. „ Jan Bos, Ids Postsma, Gerard van Velde, Erben Wennemars, Stefan Groothuis. De 1.000 meter is de afstand waarop de hoogste snelheden worden gehaald. Als je die als model neemt, kun je alle kanten op.” Maar met Russen de Nederlandse toppers kopiëren? „Elk individu is anders en stijl is een afspiegeling van het individu. Kopie is niet toegestaan.”

Koelizjnikov lijkt dan misschien op Jan Bos, hij schittert in zijn eigen stijl. Zoals gisteren op de tweede 500 meter. Had hij een zware 1.500 meter (elfde in 1.48,18) in de benen? Ondanks een handje aan het ijs in de laatste bocht zette de nieuwe wondersprinter even later achteloos 34,96 op de klok. Diep zittend, bijna trage maar o zo rake klappen. „Een beer van een Rus”, sprak nummer twee Smeekens (35,09) bewonderend.