‘Een libelle in de koelkast kan écht niet’

Quiniver (14) en Frederiko (14) schreven samen een boek over natuurfotografie. Ze doen alles voor een mooie foto van een libelle, paddestoel of poelslak. Maar nooit ten koste van de natuur. „Een natuurfotograaf is een natuurvriend.”

Quiniver (14) en Frederiko (14) schreven samen een boek over natuurfotografie. „Het is vreselijk leuk om unieke dingen vast te leggen. Je moet je wel onderscheiden als fotograaf.” Foto Wouter van Vooren

Quiniver Tuinder (14) loopt zijn huis in Middelburg uit, door de achtertuin, via een gammel hekje, over een fietspad, langs een gevlochten wilgentakkenhaag, via een graspaadje, naar het natuurspeelterrein waar hij de laatste jaren veel komt voor zijn passie: natuurfotografie. „Mensen denken bij natuur altijd aan: ver weg”, zegt hij. „Maar dit is bijna mijn achtertuin, en je vindt hier echt de meest prachtige dingen. Vlinders, kikkers, sprinkhanen, salamanders.”

Het is woensdag vroeg in de middag. Quiniver heeft toevallig een paar uurtjes vrij – Nederlands viel uit. Daarom kan hij dit interview geven. Normaal is hij heel druk met school. Alleen afgelopen vrijdag mocht hij ’s middags iets eerder weg, want toen presenteerde hij, samen met zijn vriend Frederiko Burger (14), hun boek over natuurfotografie, vol praktische tips.

Ze hebben het speciaal voor kinderen geschreven. Zulke boeken zijn er niet of nauwelijks. Frederiko is niet bij het interview. Hij zit op school in Bergen op Zoom. Wel luistert hij een deel van het gesprek mee via de telefoon.

Hoe kennen jullie elkaar?

Frederiko: „Van de Leonardo-school in Middelburg.”

Quiniver: „Daar zijn we bevriend geraakt.”

Hoe kwamen jullie bij natuurfotografie?

Frederiko: „Quiniver was ermee begonnen. Hij nam me mee.”

Quiniver: „Mijn moeder werkt bij de Stichting Landschapsbeheer Zeeland. We gingen vroeger al vaak de natuur in. Slootdiertjes en vissen bekijken. Dat soort dingen.

„Op de een of andere manier, ik kan het niet echt helemaal uitleggen, vind ik het vreselijk leuk om dingen vast te leggen. Maar dan wel uniek, op een originele manier. Je moet je natuurlijk wel proberen te onderscheiden als fotograaf.”

Heb je een voorbeeld, uit het boek misschien?

Quiniver bladert, en stopt bij pagina 43.

„Kijk, deze kleine vuurvlinder, dat is denk ik wel een heel mooi voorbeeld. Hij is niet van boven gefotografeerd, zoals de meeste mensen zouden doen. Je ziet hier juist de onderkant van de vleugel. En ook een stukje lucht, dat zie je ook vaak niet. Daarom is het een originele foto.”

Waarom wilden jullie dit boek maken?

Quiniver: „Toen ik begon met fotografie ging ik naar de bibliotheek om er veel over te lezen. Maar bij de jeugdboeken kon ik niks vinden. Ik ging naar de afdeling voor de volwassenen. De meeste kinderen mogen daar geen boeken lenen, maar ik wel, want ik heb er een speciaal pasje voor. Daar vond ik honderden boeken met tips. Toen dacht ik, wacht even. Ik ken veel meer kinderen die het leuk vinden om natuurfoto’s te maken, en eigenlijk is er geen enkel boekje wat echt goed is. Frederiko en ik dachten: dan zorgen wij dat er vanaf nu op de jeugdafdeling wel zo’n boekje staat.”

Hebben jullie het idee dat mensen over het algemeen weinig gevoel hebben voor de natuur?

Quiniver: „Ik niet. ’s Zomers is het hier best druk. Al die kinderen denken: ‘hé kijk een kikker, hé kikkerdril, hé een libelle’. Misschien is deze plek wel bijzonder. Je moet je eigen spelletjes maken. In dat bosje worden hutten gebouwd, en daar vlotten. In de rietkraag hier zitten altijd hele mooie libellen. Er is hoog grasland, in de volkstuinen groeien allerlei planten. Er zitten salamanders in de sloot. Die is heel helder. Zo helder dat je onderwaterfotografie kunt doen zonder onderwatercamera. Dat laten we in het boek zien. Je kunt door het wateroppervlak het leven zien zwemmen. Stekelbaarsjes, poelslakken, libellelarven.”

Waar fotograferen jullie zoal?

Frederiko: „Meestal gaan we naar kleine stukjes natuur dichtbij huis. Dan kunnen we tussen de middag thuis eten. Maar we gaan ook wel verder weg. Ik trek er ook wel eens alleen op uit. Naar Den Inkel bijvoorbeeld. Dat is een bosgebied in Kruiningen, waar ik woon.”

Quiniver: „Achterin ons boek staat een lijst met mooie locaties, door heel Nederland, en ook in België. Op de meeste plekken zijn we wel geweest.”

Welke van elkaars foto’s vinden jullie mooi?

Quiniver: „Dan moeten we naar de paragraaf meeuwen.” Hij bladert in het boek naar pagina’s 58 en 59. „Deze foto heeft Frederiko gemaakt in de haven van Calais, toen we samen op vakantie gingen. Die zilvermeeuw vloog daar, met de haven op de achtergrond. De kleuren zijn ontzettend mooi, de focus ligt volledig op de meeuw die prachtig in vlucht gevangen is, en dan valt het licht er ook nog eens mooi doorheen. En de foto laat de meeuw heel mooi zien in zijn leefomgeving, want veel meeuwen leven in een menselijke omgeving.”

Frederiko: „In het boek staat een foto van een bont zandoogje. De vleugel is scherp, maar de voor- en achtergrond onscherp. Dit geeft een dimensie aan de foto die ik heel mooi vind. Het is Quiniver gelukt de kleuren precies goed vast te leggen.”

Maken jullie niet vaak precies dezelfde foto’s?

Frederiko: „We maken wel vaak van dezelfde onderwerpen foto’s, dan neem ik de ene bloem en Quiniver de andere. Of ik neem pas een foto als Quiniver klaar is.”

Vangen jullie ook wel eens insecten? Of nemen jullie dode vlinders wel eens mee voor een mooie foto?

Quiniver, opgewonden: „Absoluut niet. Nee, nee, nee. Een natuurfotograaf is een natuurvriend. Je moet alles doen om de mooiste foto te krijgen, maar niet ten koste van de natuur. Helaas zijn er ook mensen die perfecte insectenfoto’s willen maken. Die willen alles scherp, in de perfecte positie en met het perfecte licht. En wat doen ze dan, ze vangen die insecten, ze zetten ze even in de koelkast, en vervolgens gaan ze fotograferen in de studio, en dan zeggen ze: nou ja, weet je, dat kan helemaal geen kwaad, want in de natuur is het ook wel eens kouder. Maar daar ben ik het helemaal niet mee eens.”

Welke camera’s hebben jullie?

Quiniver: „Een tweedehands Canon Eos.”

Frederiko: „Een Canon Powershot, dat is een compactcamera.”

Jullie schrijven ook over fotograferen met mobiele telefoons.

Quiniver: „Ik moet eerlijk zeggen, ze hebben mij, en ook Frederiko, verrast. De resolutie is verrassend hoog. En dan zijn er ook nog telefoontjes die een speciale macro-optie hebben. Daarmee kun je fantastische bloemenfoto’s maken.”

Willen jullie verder in de natuurfotografie?

Frederiko: „Niet echt. Ik weet nog niet wat ik wil.”

Quiniver: „Eigenlijk wil ik er wel graag mijn beroep van maken, als dat mogelijk is, want er zijn maar weinig mensen die er hun brood mee kunnen verdienen.”

Quiniver loopt terug naar huis. Hij stopt bij een bosrank. Hij gaat door de knieën en fotografeert de uitgebloeide, pluizige bloemen. Hij kijkt op het cameraschermpje en steekt zijn linkerarm triomfantelijk de lucht in. „Kijk, dat is een originele foto.”