Dit jaar is moeilijk met een glimlach te beschrijven

Wat een bijzondere man is het toch, merkt cabaretier Martijn Koning op als hij zichzelf aan een vraaggesprek onderwerpt. „En ook nog eens zo bescheiden.”

Illustratie Enkeling

Eindelijk is het dan zover. Vandaag ga ik Martijn Koning interviewen. De afspraak is al zo’n keer of drie verzet maar nu kan hij er echt niet meer onderuit. We hebben bij hem thuis afgesproken, aangezien dat voor beiden toch het makkelijkst blijkt te zijn.

„He? Wat? Oh jezus. Ik had dit nooit moeten toezeggen”, klinkt het slaperig aan de andere kant van de telefoonlijn als ik, na diverse malen te hebben aangebeld, al zeker vijf minuten voor een dichte deur sta. Koning heeft zich verslapen.

Na enkele minuten zwaait de deur eindelijk open. De cabaretier staat poedelnaakt in de deuropening. „Hallo”, groet ik ietwat ongemakkelijk. „Hey man, kom binnen”,zegt Koning. Ik probeer hem recht te blijven aankijken, maar ik kan het niet helpen dat m’n ogen toch stiekem over zijn gespierde lichaam glijden.

„Schiet op slome, het is hartstikke koud buiten”, sommeert Koning op grappige toon mij snel naar binnen te komen. „Nou, het is aan jou niet te zien dat het koud is”, antwoord ik en wijs naar zijn enorme penis. Koning glimlacht even en doet de deur achter mij dicht.

Wat een prachtige man

Ik ben zo honderd procent hetero als het maar kan maar ik kan niet ontkennen: wat een prachtige man! Koning had zo olympisch zwemkampioen kunnen zijn. Op zijn sixpack staan de woorden ‘thug life’ getatoeëerd. „Ben je fan van Tupac?” vraag ik, verwijzend naar de tattoo op zijn buik.

„Jazeker. Deze tattoo heb ik laten zetten toen ik zeventien was. Op de dag dat Tupac stierf. Hij was voor mij een poëet. Zo zonde dat hij er niet meer is. Ik kan ik me nog wekelijks klote voelen dat bepaalde muzikanten er niet meer zijn. Tupac. John Lennon. Kurt Cobain. Ik ben zo benieuwd naar de muziek die ze in deze tijd gemaakt zouden hebben. Eeuwig zonde. Maarre, ik doe even wat kleren aan. Ik ga ook nog even heel snel douchen als je het niet erg vindt. Doe alsof je thuis bent.”

Terwijl Koning doucht en zich aankleedt, heb ik tijd om de imposante woonkamer wat beter te bekijken. Statige chesterfieldbanken rondom een lage eikenhouten salontafel en tegen bijna alle muren staan grote kasten vol met boeken. Menig bibliotheek zou jaloers zijn op deze collectie. Hij heeft werkelijk alles wat je maar kunt bedenken. Ook veel reisboeken, valt me op. Ik vraag me af waar Koning de tijd nog vindt om te lezen. Hij is zo druk.

Dit jaar doet hij de Sint en Nieuw Show bij de VARA. Een soort oudejaarsconference met een Sinterklaassausje. Deze show speelt hij naast zijn reguliere avondvullende theatershow Koning Chaos die over amper vijf maanden in première gaat. Alsof dat nog niet genoeg is, behoort hij ook nog tot de vaste cast van het satirische nieuwsprogramma Cojones, dat in januari weer op de buis verschijnt, doet hij wekelijks een column bij het radioprogramma Spijkers met koppen, schrijft hij mee aan films en televisieseries, schrijft hij grappen voor verschillende televisieprogramma’s en staat hij ook nog elke week geregeld op het podium in de stand-up comedyclub Toomler, van de Comedytrain, in Amsterdam. En dan ook nog zo veel literatuur lezen.

Ik begin te snappen waarom deze afspraak zo vaak is verzet. Koning is knetterdruk. Er bekruipt me zelfs een lichtelijk gevoel van schaamte dat ik zo heb lopen doordrammen om dit interview te doen. Plots valt mijn oog op een Dik Trom-boek. Het staat tussen alle boeken van alle grote filosofen ter wereld.

Net als ik het boek uit de kast pak, schrik ik van een prachtige roodharige vrouw in zwarte string die de woonkamer in komt lopen. De donkerrode krullen verhullen net de tepels van haar volle roomwitte borsten.

„Wat ben je in godsnaam aan het doen?” snauwt de dame geïrriteerd.

„Eh, ik interview Martijn Koning. Voor nrc.next”, zeg ik vriendelijk.

Even is het stil. De dame kijkt me een beetje moedeloos aan. Ze slaat even haar hand voor haar gezicht en slaakt dan een diepe zucht. „Oké, prima. Whatever! Ik heb hier zóóó geen zin meer in. Als jij je hele leven lang drugs wilt gebruiken, moet je dat zelf weten. Er komt een moment dat ik dit niet meer trek, weet je dat? Veel plezier met je fakking interview.”

Totaal dikke mongool

De dame vertrekt weer naar een van de kamers en slaat de deur hard achter haar dicht. Ik leg het Dik Trom-boek maar snel weer terug en ga op een van de chesterfieldbanken zitten. Na amper een uur komt Koning fris en aangekleed de badkamer uit. Hij ploft neer op de bank tegenover mij en steekt een sigaret op. We kunnen eindelijk beginnen.

„Op 5 december zendt de VARA jouw Sint en Nieuw show uit. Spannend?”

„Heel spannend. Het is mijn eerste volledige show op televisie. Hier droomde ik vroeger van als kind. Ik kan het nog steeds niet helemaal bevatten dat ik dit mag doen.”

„Er was wat commotie rond de show. Een ruzie met een andere cabaretier. Ik zag je bijvoorbeeld als een totale dikke mongool bij Pauw zitten. Gaat het nu allemaal weer een beetje?”

„Eh, ja. Gaat wel iets beter ja. Ik weet niet of ik echt als een totale dikke mongool bij Pauw zat om eerlijk te zijn.”

„Ja, dat was wel het geval.”

„Oh.”

„Er zijn mensen die denken dat het allemaal een mediastunt was, jouw ruzie met Javier Guzman. Klopt dat?”

„Was het maar zo. Misschien denken mensen als ik doodga nog dat het een mediastunt is. Het zou ook een rare mediastunt zijn. Door al dat gedoe heb ik optredens en opdrachten moeten cancelen en was ik er drie weken uit. Noem het overspannen. Dat is heel erg klote. Ik heb het achter me gelaten en focus me volledig op de Sint en Nieuw Show. Ik mag Guzman volgens mij alleen niet meer een gefrustreerde sneue loser noemen. Dus dat doe ik dan ook maar niet.”

„Komt het incident terug in je show?”

„Het zal zeker langskomen. Het past ook in het jaar 2014 dat vol naar en bizar nieuws zat. Het zal nog wel wat werk worden om dat allemaal in de show te verwerken zonder dat het te zwaar wordt. Ik wil graag de mensen laten lachen. Dit jaar is heel moeilijk met een glimlach te beschrijven. Maar dat gaan we wel doen.”

Als ik mijn volgende vraag wil stellen, onderbreekt Koning me en wijst me op de tijd.

„Ik denk dat dit interview erop zit fijne vent. We moeten zo spelen in Eindhoven. De fijnste technicus op aarde, Paul Moerman, staat zo met de auto voor de deur te toeteren.”

Ik knik onderdanig en bedank Koning voor zijn kostbare tijd. Als ik wil buigen, maakt Koning me met een vriendelijk handgebaar duidelijk dat ik dat niet hoef te doen. Wanneer hij de voordeur voor mij openhoudt stel ik hem in het voorbijgaan toch nog snel een laatste vraag.

„Toen je aan het douchen was, zag ik een Dik Trom-boek tussen allemaal filosofen staan. Is dat bewust? Vind je Dik Trom ook een filosoof?”

„Nee, nee. Dik Trom is het enige boek dat ik ooit helemaal heb uitgelezen. Al die andere boeken zijn van mijn vriendin.”

De deur slaat dicht.

Wat een geweldige kerel, die Martijn Koning – en ook nog eens zo bescheiden.