Brieven

Illustratie Bob Englehart

Op straat geen stoere praat

PvdA-politici moeten voortaan een kwart van hun werktijd doorbrengen buiten de gemeentehuizen of het Kamergebouw. De partijtop denkt dat contact op straat louterend werkt, verbindt en het gezag van politici goed zal doen.

Als ik als wethouder spreekuur hield op de markt in Enschede-Zuid ging ik altijd de discussie aan met inwoners. Over wat zij als probleem ervaren. Dat gaf gezag. Zo maakte ik een effectieve overheid zichtbaar. De kracht van lokaal bestuur. Maar dat vraagt ook om andere competenties van volksvertegenwoordigers.

Helaas is de hedendaagse volksvertegenwoordiger verworden tot ‘partijvertegenwoordiger’. Iemand die zich laat leiden door coalitieakkoorden en fractiediscipline. Zo wordt kennis, wijsheid en autonomie ondergeschikt gemaakt aan ‘het partijbelang’ in plaats van ‘het algemeen belang’. De politieke partij bepaalt wie er op een verkiesbare plek komt. Eigenzinnige types passen daar niet goed bij. Die lopen vast en verlaten gedesillusioneerd de politiek.

In onze partijdemocratie is alles op regeringsdeelname gericht. Maar uiteindelijk wordt er teleurstellend weinig klaargespeeld, ook omdat het parlement steeds minder te zeggen heeft. Veel zeggenschap ligt immers bij Brussel, gemeenten en provincies. Stoere praat in de Kamer wordt dan betekenisloos. Wil de partij inwoners betrekken dan raad ik aan parlementariërs in hun eigen regio te laten kiezen. Dan worden ze gedragen door de mensen die ze enigszins kennen en zullen ze zich op straat geconfronteerd weten met hun achterban. Ze zullen moeten blijven uitleggen wat ze doen.

Uiteraard zullen politici zich moeten blijven verenigen in ‘politieke fracties’, maar liever niet als anonieme partijvertegenwoordiger. Laat ze eerst zelf hun mandaat verdienen. Dan ontstaat er pas echt representatieve democratie. Of onze politieke partijen zulke volksvertegenwoordigers daadwerkelijk kunnen ‘handelen’, vraag ik me af. Eigenzinnigheid en autonomie laten zich slecht verenigen met de organisatie van centraal geleide partijen. Dat dilemma zal eerst aandacht moeten krijgen.

Werkervaringsplek

Stage na studie: uitbuiting

Twintigers van nu moeten zich niet laten besodemieteren door werkgevers die hen willen inzetten als goedkope arbeidskrachten. Het is gebruik geworden dat jongeren met een goed CV voor een fooi werk doen dat door betaalde krachten gedaan moet worden. Werkgevers noemen deze banen gewoon stages of werkervaringsplekken. Een stage is een periode waarin je meeloopt in een bedrijf om te leren. 40 uur productie maken zonder dit doel is precies hoe het klinkt: een baan.

Een werkervaringsplek is een eufemisme dat een praktijk van uitbuiting verhult. Werkervaring doe je namelijk op in elke baan. Het is niet meer dan normaal dat je een salaris krijgt terwijl je je nieuwe rol ingroeit. We moeten af van het idee dat jongeren na veel ervaring te hebben opgedaan met een studie en stage niet klaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Onze generatie laat zich gek maken door de neoliberale logica.

Uiteindelijk is er maar een antwoord. Een stage doe je als onderdeel van je opleiding. En een werkervaringsplek is gewoon een baan, waar je ook een dito salaris voor hoort te ontvangen. Het wachten is op het eerste proefproces waarin een rechter dat durft te stellen. In de tussentijd is het beste advies: accepteer geen ‘stages’ of ‘werkervaringsplek’ na je studie, werk alleen in ruil voor een eerlijke beloning. Alleen zo valt het tij te keren.

Jasper Ligthart