Bijkletsen bij popmuziek

„SHUT THE FUCK UP!” Bij Crossing Border draait het om woorden, en deze woorden logen er niet om. Een boze Jeff Tweedy had het na een paar minuten in de bomvolle grote zaal van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag helemaal gehad met de twee cultuurbarbaren op de voorste rij, die keihard door zijn muziek heen zaten te kleppen.

Artiesten treffen op Crossing Border niet hun meest geconcentreerde publiek. Het muziek- en literatuurfestival is een social event waarbij het bon ton is om lekker door te blijven kletsen. Folklegende Vashti Bunyan, voor het eerst in Nederland, vocht met haar dromerige fluisterliedjes tegen de elementen. In een omgebouwde foyer met openslaande deuren moest ze het opnemen tegen omgevingslawaai, weglopende mensen en de soundcheck van een bonkende rockband elders in het gebouw. Dat het delicate concert toch een muzikaal hoogtepunt van Crossing Border werd, was alleen haar verdienste. Crossing Border heeft een moeizame relatie met popmuziek. De middelgrote bands van het afgelopen weekend brachten veel middelmaat, met onder meer flauwe barbiepop van Sharon van Etten en huilerige bombast van Dry The River; de lompe dansbeat van gelegenheidsformatie Magnus paste dEUS-zanger Tom Barman als een slecht zittend trainingspak. Zanger Samuel Beam van Iron & Wine betoverde de grote theaterzaal met bitterzoete romantiek. Daryll-Ann hield het tam met een halfakoestisch optreden.

Zonnetje in huis was de Australische Courtney Barnett die een stevige dot keiharde punkrock bij haar folkliedjes deed. Met ijzersterke teksten over depressief tuinieren en masturberen bij maanlicht was zij de zeldzame popmuzikant die aansloot bij de literaire pretenties van Crossing Border. Ze doorbrak de braafheid van een festival dat zelden buiten de lijntjes kleurde.