Bah, mensenbloed

Eén mutatie in zijn reukantenne. Daarom eet de denguemug het liefst mensenbloed. En dat kost jaarlijks tienduizenden levens.

De muggen die dengue en gele koorts verspreiden, eten pas mensenbloed sinds een paar duizend jaar. Die voorkeur ontstond door een simpele genetische aanpassing aan één geurreceptor in de antennes: de reukorganen van de denguemuggen. Daardoor werden ze gevoelig voor sulcaton, een typisch menselijke geurstof. Amerikaanse onderzoekers schreven dit vorige week in Nature.

Denguemuggen zijn een ondersoort van Aedes aegypti, een tropische muggensoort. Wetenschappers onderscheidden in de jaren zestig in Kenia voor het eerst twee verschillende ondersoorten: een zwarte ‘bosmug’ die van dierenbloed leeft en zijn eitjes legt in bosmeertjes, en een bruine ‘huismug’ die mensen prikt en eitjes legt in regentonnen. Alleen de tweede brengt dengue en gele koorts over.

De Nature-auteurs wilden graag weten waar de mensenvoorkeur van die denguemuggen vandaan komt. In Kenia verzamelden ze daarom muggeneitjes en -larven, zowel in het bos als in dorpen. In hun lab kweekten ze daarmee een aantal muggenkolonies. De bosmuggen prikten in het lab liever een cavia dan een mensenhand. De denguemuggen verkozen mensenbloed.

Cavia in pantykousje

Geur bleek doorslaggevend: denguemuggen kwamen ook op een gebruikt pantykousje af. Een pantykousje waar een cavia in had gezeten, liet ze koud. Bij de bosmuggen was dat precies andersom.

Om te kijken welke genen daarachter zitten, zochten de onderzoekers naar genetische verschillen tussen de beide ondersoorten. „Maar dat waren er meer dan duizend”, vertelt eerste auteur Carolyn McBride. „Niet verwonderlijk, want die ondersoorten verschillen op veel meer punten. Daarom kruisten we de ondersoorten met elkaar. In de tweede generatie waren hun genen volledig door elkaar gehusseld. Toen we vervolgens de actieve genen in de antennes vergeleken tussen de mensen- en caviaprikkende muggen, kwamen de verschillen op het gebied van voedselvoorkeur bovendrijven.” Die truc leverde één gen op dat alleen actief was bij de mensenprikkers. Dat was het gen Or4 dat codeert voor een geurreceptor in de antenne.

Mensen ruiken naar sulcaton

De laatste stap was het koppelen van die receptor aan een geurstof. In het lab testten de onderzoekers de reactie van de receptor op allerlei typisch menselijke geurstoffen. Eén gaf een perfecte match: sulcaton, een geurstof die mensen in hoge concentraties uitscheiden. Andere dieren doen dat veel minder – en cavia’s al helemaal niet.

Sulcaton is niet het hele verhaal, waarschuwen de onderzoekers. Want gek genoeg werden cavia’s die met sulcaton waren ingesmeerd niet aantrekkelijker voor muggen. Kennelijk spelen ook andere geuren een rol.

„Het blokkeren van de Or4-receptor is een optie om te voorkomen dat de muggen mensen prikken”, zegt McBride, „bijvoorbeeld met een eiwit in een antimuggenmiddel. Maar dat moeten we eerst nog maar eens onderzoeken.”