‘Annes erfenis is langer beschermd’

Verlopen de rechten op haar dagboek 70 jaar na de dood van Anne? Nee, zegt het Anne Frank Fonds.

Het gezin Frank: (vlnr) vader Otto, Anne, moeder Edith en Margot. Foto Hollandse Hoogte

Het klinkt logisch: de rechten op het dagboek van Anne Frank zullen verlopen op 1 januari 2016. Dat is immers zeventig jaar nadat Anne stierf, in 1945. De algemene regel in het Nederlandse auteursrecht luidt dat het werk wordt beschermd tot zeventig jaar na de dood van de auteur. Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken wat er gebeurt als het dagboek, wereldwijd een van de meest verkochte boeken, niet langer is beschermd door copyright. Daar valt aan te verdienen.

Maar ze hebben het mis, stelt het Anne Frank Fonds in Bazel. Omdat het dagboek, door Annes vader in 1947 gepubliceerd onder de titel Het Achterhuis, geen gewoon boek is.

Het is niet dat Annes dagboek te ‘heilig’ is om ook een gewoon boek te zijn. Hoewel Yves Kugelmann, een van de onbezoldigde leden van het Fondsbestuur, zich haast te onderstrepen dat de inhoud kwetsbaar is en alle bescherming verdient die het kan krijgen. Holocaust-ontkenners hebben het dagboek geprobeerd te gebruiken om aan te tonen dat de massamoord op Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog een fabeltje is.

Otto Frank, enig overlevende van het gezin uit het Achterhuis, heeft de geschriften van zijn dochter zorgvuldig beschermd. Het Anne Frank Fonds, Otto Franks universele erfgenaam, heeft dat werk voortgezet na zijn dood in 1980.

In het verleden is wel gebleken dat een „morele aanspraak”, zoals Kugelmann het noemt, niet altijd voldoet om het dagboek te beschermen. Het fonds beheert en behoedt een erfenis van wereldwijd belang en is zich al vroeg gaan bekommeren om behoud en bescherming van de waardigheid, integriteit en authenticiteit van het dagboek, en om de persoonlijkheidsrechten van de familie Frank. „In meerdere landen hebben wij deskundigen geraadpleegd, allemaal onderschrijven ze dat de auteursrechtelijke bescherming van het dagboek nog vele jaren doorloopt.”

De Nederlandse advocaat van het fonds, auteursrechtexpert Kamiel Koelman, legt uit dat de rechten op het dagboek ook hier nog tot ver na 2016 doorlopen. Volgens hem is de zaak juridisch waterdicht. En professor Willem Grosheide van de Universiteit Utrecht, een autoriteit op dit gebied, bevestigt zijn bevindingen tegenover deze krant.

Versies

De wordingsgeschiedenis van Annes dagboeken is complex. Bovendien is er oud recht op van toepassing, aangezien ze voor het eerst zijn gepubliceerd vóór 1996. Daarom gaat de algemene regel hier niet op, maar gelden er juist uitzonderingen, zegt Koelman. „Als Anne Frank simpelweg een enkele versie van haar dagboek had geschreven en naar een uitgever had gezonden, die het boek met hier en daar wat correcties had gepubliceerd – ja, dan zouden de rechten ervan inderdaad kunnen verlopen in 2016.”

Maar in werkelijkheid is de geschiedenis van het dagboek heel anders. Anne Frank stierf in concentratiekamp Bergen-Belsen. Na de oorlog kreeg haar vader wat van haar dagboeken was teruggevonden. Anne had twee versies geschreven, deels overlappend, maar geen van beide was nog compleet. Haar vader besloot het dagboek te bewerken voor publicatie.

Er zijn, zo zet Koelman het standpunt van het Fonds uiteen, inderdaad verschillende versies van Annes dagboek. De eerste begon zij te schrijven in het beroemde boekje met de roodgeruite stoffen kaft. Deze versie staat bij ‘Anne Frank-kenners’ bekend als versie A. In maart 1944 moedigde de regering in ballingschap Nederlanders via Radio Oranje aan dagboeken te schrijven en te bewaren voor mogelijke publicatie na de oorlog. Anne begon daarna enthousiast te herschrijven. Deze herziening staat bekend als versie B.

Na de oorlog, en na veel aarzeling, besloot Otto Frank Het Achterhuis te publiceren. Hij voegde Annes twee versies samen en deed dat op zodanige wijze, zegt Koelman, dat hij zijn eigen copyright verdiende. De tekst uit 1947 is in zoveel opzichten verschillend van versie A én B, dat Otto voor het auteursrecht als „bewerker” heeft te gelden, zegt Koelman. „Hij creëerde een nieuw werk. Je kunt het vergelijken met de kunstenaar die een collage van andermans foto’s maakt. Hoewel hij de gebruikte foto’s niet zelf heeft geschoten, is het auteursrecht op de collage wel van hem.”

Postume publicatie

Bovendien moet de uitgave van 1947 volgens Koelman juridisch worden beschouwd als een ‘gemeenschappelijk werk’ waarvan Otto Frank, met Anne, co-auteur is. De rechten op Het Achterhuis lopen ook hierom tot zeventig jaar na zíjn dood, tot 1 januari 2051.

Jarenlang was Otto’s Achterhuis – die versie C wordt genoemd – de enige tekst die het publiek van Anne Frank te lezen kreeg. Bij leven hield Otto de originelen van zijn dochter voor zichzelf. Na zijn dood vermaakte hij de manuscripten aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie in Amsterdam (nu het NIOD).

Het Anne Frank Fonds, houder van het auteursrecht, zette een wetenschappelijke editie van Annes originelen in gang, die in 1986 door het NIOD werd uitgegeven. Hiermee werden Annes eigen versies A en B voor het eerst kenbaar voor het publiek, inclusief de vele passages die Otto niet in Het Achterhuis had opgenomen. Een literatuurwetenschapper die vergelijkend onderzoek deed, concludeerde dat van versie A niet meer dan de helft was opgenomen in Het Achterhuis, oftewel versie C.

Annes oorspronkelijke teksten werden dus in 1986 voor het eerst gepubliceerd – meer dan veertig jaar na haar dood. Tot 1995 bepaalde de Nederlandse wet dat de bescherming van een werk dat postuum voor het eerst gepubliceerd werd, begon te tellen vanaf het jaar van die eerste publicatie – en dan voor vijftig jaar daarna. In het geval van de versies in de wetenschappelijke editie De dagboeken van Anne Frank zijn die dus beschermd tot 1 januari 2037.

Deze bepaling werd ingetrokken in december 1995, toen de duur van het auteursrecht in de EU werd geharmoniseerd. Het artikel over de postume uitgaven werd geschrapt. Maar er werd wel een overgangsregeling ingesteld voor bestaande rechten. Koelman: „Omdat de termijn al liep bij het ingaan van de nieuwe wet in 1995, en de oorspronkelijke einddatum daarvan later ligt dan die van de nieuwe regeling, gaat de oude en later eindigende termijn voor, dus die van vijftig jaar na eerste publicatie.”

De laatste editie, D, nog altijd in druk, werd in 1991 in opdracht van het Anne Frank Fonds gemaakt door de Duitse schrijver Mirjam Pressler; de rechten erop berusten bij het Fonds. Pressler is volgens Koelman evenzeer „bewerker” als Otto Frank. En omdat zij nog in leven is, verlopen de rechten op deze editie in de verre toekomst.

Het Anne Frank Fonds heeft al snel na de dood van Otto Frank besloten Annes geschriften volledig openbaar te maken. „Daarom zijn we gestopt met het herdrukken van versie C, Het Achterhuis, en hebben we deze versie D laten maken”, zegt bestuurslid Yves Kugelmann. „Ons doel is om de erfenis van Anne Frank met zoveel mogelijk mensen te delen. Het dagboek is in vele talen uitgegeven. Het Fonds heeft toestemming gegeven de tekst te gebruiken voor theater, ballet, schoolboeken en wat al niet meer. Soms tegen een vergoeding, soms om niet.”

Maar, onderstreept Kugelmann, „we willen geen stroom van ondermaatse producten op de markt. Het is een delicate tekst. Daarom is het voor ons zo belangrijk om hem te beschermen. Of misschien moet ik zeggen: erop te passen. Voor zo lang als nodig.”