Afrika moet zijn oude vaders lozen

Afrika snakt naar verandering, zegt de miljardair die strijdt voor goed bestuur. Lang zittende presidenten moeten weg.

Afrika, zegt de Soedanees-Britse miljardair, filantroop en corruptiebestrijder Mo Ibrahim, is veel groter dan Google Maps suggereert. Afrika (1,1 miljard inwoners) is bijna net zo groot als India, China, Europa en de VS bij elkaar, waar drie keer zoveel mensen wonen.

Je kunt dus veel over Afrika vertellen, maar niet dat het overbevolkt is. De grond is vruchtbaar en het continent beschikt over grote bodemschatten. Maar Afrika kent wel een groot probleem: het ontbeert good governance, goed bestuur, zegt Mo Ibrahim. Daarom is het geen paradijs. Daarom is er zoveel zelfverrijking onder de heersende elites en worden er niet genoeg banen gecreëerd voor jongeren.

Good governance is het stokpaardje van Mo Ibrahim (68), de bekendste en meest uitgesproken ondernemer van Afrika. „Goed bestuur gaat niet over corruptie, democratie, veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg, mensenrechten, rechtspraak of infrastructuur en economische ontwikkeling – het gaat over al die dingen samen”, zegt hij. „Goed bestuur is de sleutel tot vooruitgang.”

De goedlachse Mo Ibrahim, onlangs nog in Amsterdam voor een toespraak op de jaarlijkse Afrikadag, stond aan het eind van de vorige eeuw met zijn bedrijf Celtel aan de basis van de telecommunicatierevolutie in Afrika. In Afrika zijn tegenwoordig meer mobieltjes (500 miljoen) in gebruik dan in Europa, laat hij niet na om te benadrukken. Ze worden ook gebruikt bij ‘revoluties’ zoals onlangs in Burkina Faso, waar president Blaise Compaoré werd verdreven door de straat. Een les die daaruit kan worden getrokken? „De jonge generatie accepteert de bestaande situatie van werkloosheid en stagnatie niet langer klakkeloos”, zegt Ibrahim.

Bono

De verkoop van Celtel in 2005 maakte van hem een rijk man. Forbes schat zijn persoonlijke vermogen op 1,1 miljard dollar. Dat heeft hem in staat gesteld ook op de voorgrond te treden als een man met een missie, een graag geziene gast in het lezingencircuit van de prominenten van deze wereld. Hij deelt het podium met voormalige regeringsleiders en internationaal vermaarde deskundigen, maar ook met beroemdheden als zanger Bono van U2. De popster noemde Ibrahim ooit een innemende grappenmaker, die de aandacht van zijn gehoor weet vast te houden met provocerende uitspraken.

Via het fonds Satya Capital stimuleert Mo Ibrahim directe investeringen in Afrika, onder andere in de gezondheidszorg. Maar hij doet ook mee aan de The Giving Pledge, het initiatief van Bill en Melinda Gates waarbij miljardairs beloven de helft van hun vermogen weg te geven aan goede doelen.

Gezaghebbend is de Mo Ibrahim Index geworden, die zijn stichting jaarlijks publiceert. In de Index zijn de rapportcijfers van 52 Afrikaanse landen betreffende goed bestuur gerangschikt. Mauritius, Kaapverdië, Botswana en Zuid-Afrika staan in de laatste editie bovenaan, Tsjaad, Eritrea, de Centraal Afrikaanse Republiek en Somalië onderaan. De gegevens die de Ibrahim Foundation inventariseert, gelden als de betrouwbaarste en omvangrijkste die er zijn over de ontwikkelingen in Afrika.

Maar het aansprekendst is de Mo Ibrahim Prijs voor Afrikaans leiderschap: een bedrag van vijf miljoen dollar, uitgesmeerd over tien jaar, voor een voormalig regeringsleider of staatshoofd, democratisch gekozen, die ‘buitengewoon leiderschap’ heeft getoond. Na tien jaar krijgt de winnaar jaarlijks nog eens 200.000 dollar, zolang hij of zij leeft.

Begin volgend jaar wordt bekend wie de prijs over 2014 krijgt. Als hij tenminste wordt uitgereikt. De Kaapverdische oud-president Pedro Verona Rodrigues Pires was in 2011 de laatste die de prijs kreeg. De afgelopen twee jaar werd hij, net als in 2009 en 2010, niet uitgereikt, wegens gebrek aan ‘goed leiderschap’. Wel kreeg de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu in 2012 een bijzondere vermelding en één miljoen dollar voor „het vertellen van de waarheid tegen machthebbers”.

Dat het zo moeilijk is goede leiders te vinden, bevestigt het negatieve beeld van Afrika. Maar Mo Ibrahim, die onder andere in Monaco en in Londen woont, is helemaal niet pessimistisch over Afrika, zegt hij over de telefoon vanuit Monaco. „Ik pleit voor Afro-realisme.”

Burkina Faso was het eerste Afrikaanse land beneden de Sahel waar de jeugd massaal de staat op ging. Is dat positief?

„Dat is zeker een positieve ontwikkeling. Het laat zien dat de mensen in Afrika geen genoegen meer nemen met leiders die voor eeuwig aan de macht willen blijven. Het is ook een vingerwijzing voor andere leiders in de regio die overwegen om de grondwet zo aan te passen dat ze aan de macht kunnen blijven”.

Compaoré was 27 jaar aan de macht. Veel Afrikaanse leiders hebben de neiging om maar te blijven zitten.

„Ze zien waarschijnlijk geen leven out of office. In Europa vinden regeringsleiders andere taken of ze worden opgenomen door het bedrijfsleven. Sommige leiders in Afrika zien geen alternatief dan aan te blijven tot hun dood. Een andere reden is dat sommigen op een gegeven moment helaas gaan denken dat ze de vader van de natie zijn, dat het land niet zonder hen kan. Maar als je dertig jaar aan de macht bent geweest, ben je waarschijnlijk een oude man en heb je geen frisse, nieuwe ideeën meer. ”

Uw stelling is: Azië heeft grote stappen voorwaarts gezet, maar onafhankelijk Afrika is de afgelopen vijftig jaar nauwelijks vooruitgegaan. Ben u zo pessimistisch?

„Nee, helemaal niet. Lange tijd werd Afrika beschouwd als een hopeloos geval. Tien, vijftien jaar later werd gezegd: Africa is rising, het continent van de toekomst. Ik hou niet van zo’n simplistische benadering. Sommige landen gaan voorwaarts, sommige landen maken pas op de plaats, andere vallen terug. Afrika is veel complexer en veelzijdiger dan vaak wordt geschetst.”

Waarom zijn er zoveel conflicten en uitbuiting door machthebbers in Afrika?

„Afrika heeft een getormenteerde geschiedenis. Slavernij, uitbuiting, kolonisatie. Ook de Koude Oorlog heeft een zeer negatieve invloed gehad. De grootmachten koesterden cliëntstaten, niemand sprak zich uit over mensenrechten, corruptie en genocide, Maar hoe terecht de verwijten daarover ook zijn, Afrika moet zich daar niet achter verschuilen. China was een kolonie, India, veel andere Aziatische landen. Zelfs de VS waren ooit een kolonie. Toch hebben die landen grote stappen gezet en Afrika niet. Het is nu tijd voor de Afrikanen om Afrika aan te pakken en niet af te wachten wat er uit het buitenland komt.”

U zegt dat de democratie moet worden heruitgevonden in Afrika. Bestaat er zoiets als een specifieke Afrikaanse democratie?

„De gebeurtenissen in Burkina Faso onderstrepen dat vreedzame verandering van macht belangrijk is. Het is goed dat Afrika kijkt naar het democratisch proces. Maar niet alleen Afrika. Na het einde van de Koude Oorlog is het Westen een beetje zelfgenoegzaam geworden door te zeggen: we hebben het beste systeem van de wereld. Maar kijk naar wat er bijvoorbeeld in Groot-Brittannië gebeurt: elke partij richt zich op het winnen van de volgende verkiezingen, de lange termijn verdwijnt van de agenda. In de VS zegt het Congres alleen maar ‘nee’ tegen Obama. De campagnes voor de tussentijdse verkiezingen kostten vier miljard dollar. Wat is er met de democratie gebeurd? Het is hoog tijd dat we gaan nadenken over herwaardering van de democratie.”

Bestrijding van corruptie staat hoog in uw vaandel. U zegt als ondernemer nooit smeergeld te hebben betaald.

„Zeker, er is corruptie in Afrika. Maar je kunt niet corrupt zijn zonder smeergeld te krijgen. Tegenover elke corrupte ambtenaar staan twintig corrupte zakenmensen en ondernemers. Er zijn corrupte Afrikaanse zakenmensen, maar er zijn ook corrupte buitenlandse zakenmensen die in Afrika opereren. Is het redelijk om te veronderstellen dat onder hen ook Britse, Franse, Duitse en Nederlandse zakenmensen zitten? Waarom worden die niet vervolgd, waarom durven jullie alleen ons de les te lezen?”

Waarom woont u eigenlijk niet in Afrika?

„ Hahaha, u zou mij deze vraag niet kunnen stellen als ik in Khartoem zou wonen. Ik moet in staat zijn om te zeggen wat ik wil, en om me vrij te kunnen bewegen en te reizen. Ik reis veel, en dat kan heel goed vanuit Monaco en Londen”.

Het is een publiek geheim dat het bewind in Khartoem niet erg gediend is van de openlijk kritische opstelling van Mo Ibrahim jegens de regering. Anders dan zijn vrouw, die onder andere een ziekenhuis heeft opgezet in de Soedanese hoofdstad, komt hij daarom niet meer in zijn vaderland. Maar een Afrikaanse strijder voor de goede zaak blijft hij wel.

„De Mo Ibrahim Foundation is Afrikaans geld. We accepteren geen donaties van derden. Niemand kan zeggen: dit is Amerikaans imperialisme of Europees kolonialisme.”