Column

Zalm, Juncker en de ‘Lux Leaks’

‘De ministers van Financiën van de Europese Unie hebben gisteren eensgezind pleidooien gehouden voor harmonisatie van belastingen. Maar vervolgens gaven de meesten toe niet te geloven dat bij deze al vele jaren slepende kwestie binnen afzienbare tijd vooruitgang wordt geboekt.”

Zo begint Ben van der Velden, oud-correspondent van deze krant in Brussel, op 28 januari 1997 zijn artikel over een Europese ministersvergadering. Frankrijk en Duitsland klaagden daar over „unfaire belastingpraktijken”: bepaalde landen lokten bedrijven bij anderen weg met fiscale stunts.

In het licht van de recente verontwaardiging over belastingdeals van bedrijven in Luxemburg is het nuttig eens in de archieven te duiken. De belastingconcurrentie waarvoor Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker verantwoordelijk wordt gehouden, en waarvoor multinationals als Starbucks en Amazon onder vuur liggen, is al decennia een issue.

Maar Europese landen houden zelf de oplossing tegen: vrijwel geen land is bereid zijn belastingstelsel aan dat van anderen aan te passen. Zelfs Parijs en Berlijn niet, die altijd het hardst klagen. Belastingen horen immers bij de soevereiniteit. Gevolg: iedereen blijft eigen tarieven heffen en regelingen treffen. Verder dan een vrijblijvende ‘gedragscode’ zijn regeringen in Brussel nooit gekomen.

Op diezelfde vergadering in 1997 kreeg Juncker, destijds minister van Financiën én premier van Luxemburg, al de volle laag. Hij verdedigde zich door te zeggen dat iedereen elkaar in Europa fiscaal vliegen afving – en niet alleen met vennootschapsbelasting. De oplossing, zei hij, is volledige Europese belastingharmonisatie. In Brussel gebruikte hij deze week identieke woorden. Destijds wilden zijn collega’s er niet van horen. De Nederlandse minister Gerrit Zalm, die de vergadering voorzat – Nederland was EU-voorzitter – zei: „Een uniform belastingsysteem in Europa willen we niet.” Volgens hem moesten landen bedrijven kunnen blijven trekken met fiscale regelingen en sociale voorwaarden. Het Duitse geklaag over oneerlijke concurrentie was een poging om schuld over tegenvallende belastinginkomsten op Europa af te schuiven, zei hij.

Dat zo’n oude kwestie toch zoveel ophef veroorzaakt, komt door de globalisering en de crisis. Door de globalisering zijn bedrijven die door tax rulings in allerlei landen soms nauwelijks belasting betalen, gigantisch geworden. Het gaat om steeds meer geld. Bedrijven sparen dat geld uit, landen wordt het uit de mond gestoten. „Privatisering van publieke gelden”, noemde de Franse europarlementariër Eva Joly, expert op dit gebied, het in deze krant. Over holdingparadijs Nederland was ze keihard. Van de twintig beursgenoteerde bedrijven in Portugal stonden er toen negentien om belastingredenen in Nederland geregistreerd.

In crisistijd hebben landen dat geld hard nodig. Het gebrek aan belastinginkomsten breekt allen op. Europese landen bezuinigen als gekken. Gewone burgers worden hard getroffen: uitkeringen en sociale voorzieningen worden beperkt, belastingen stijgen. Dividenduitkeringen bij multinationals, mede mogelijk door lage belastingtarieven, blijven echter immens. Daar is, verklaarbaar, publieke verontwaardiging over. Politici zitten klem. Kiezers willen gerechtigheid. Maar bedrijven zorgen voor werkgelegenheid, die al zo schaars is. Elke regering denkt: laat het buurland maar beginnen.

Juncker is verantwoordelijk voor deze situatie. Net als Mark Rutte en de lange stoet politici die de globalisering omarmden, maar niet begrepen dat je voor deze schaalvergroting ook ‘meer Europa’ nodig hebt. Nu sommige bedrijven machtiger worden dan staten, legt de globalisering hén meer Europa op. Regeringen moesten eerder aan Europees bankentoezicht en een euronoodfonds. Belastingharmonisatie kan weleens het volgende slagveld worden.