‘We zijn nooit een weekend samen vrij’

Ralf Henry (39) en Emilia Henry (35) leerden elkaar kennen op het werk. Nu zijn ze zes jaarbij elkaar en ze werken nog steeds samen. „Het zou een aflevering uit de Bouquetreeks kunnen zijn.”

Ralf: „Wij houden Micah bewust wakker tot tien uur of half elf. Hij past zich aan ons ritme aan.” Foto David Galjaard

Doktersroman

Ralf: „Zes jaar geleden leerden we elkaar kennen. We werken allebei in de gehandicaptenzorg. Het is een instelling in Noordwijk met allemaal huisjes voor mensen met een verstandelijke handicap. ”

Emilia: „Twaalf jaar geleden ben ik naar Nederland gekomen, voor werk. Eerst heb ik huizen schoon gemaakt. Ik kom een paar maanden en dan ga ik weer terug, dacht ik. Maar het werd steeds leuker hier. Via een uitzendbureau kwam ik in Noordwijk terecht. In Polen heb ik een opleiding gedaan voor maatschappelijk werkster . Dus het werk sloot goed aan. Ik ben er de nachtzuster.”

Ralf: „En ik ben de dagbroeder. Het was niet meteen vanaf de eerste dag pats boem. Ik had toen een relatie.”

Emilia: „Ik ook.”

Ralf: „Dus het heeft wel een tijdje geduurd voordat je wat… voelt en daaraan wil toegeven. We hebben een jaar samen gewerkt voor het wat werd.”

Emilia: „Hij werkte toen ook nog in de nacht.”

Ralf: „Het zou toch wel een van de betere aflevering uit een Bouquetreeks kunnen zijn. Eigenlijk was het een doktersromannetje. Maar je kan niet de hele tijd bij elkaar op schoot gaan zitten hoor. Je bent gewoon met vijftien man aan het werk. Sinds we samen zijn, ben ik overdag gaan werken. Anders zit je vierentwintig uur op elkaars lip.”

Een avond uit op dinsdag

Emilia: „Ik werk vijf nachten en dan ben ik negen dagen vrij.”

Ralf: „Jij werkt twintig uur per week, ik 32, dat is tegenwoordig fulltime in de zorg. Er is altijd iemand bij Micah thuis, maar elke dag is anders. Als zij werkt, dan ben ik vrij. Het valt wel mee hoe weinig we elkaar zien. Als zij nachtdienst heeft, dan zien we elkaar ’s avonds voor ze gaat werken. Wij zijn alleen nooit een weekend samen vrij, want ik werk altijd in het weekend dat Emilia vrij is.”

Emilia: „Nee, ik vind het niet erg. Op elke dinsdag zijn we wel samen vrij.”

Ralf: „Wij gaan niet echt uit in het weekend. We gaan wel eens een keer naar de bioscoop of naar een concert, maar dat kan ook op een dinsdag.”

Liever niet naar opvang

Emilia: „Na een nachtdienst slaap ik meestal tot een uur of vijf.”

Ralf: „We wachten even tot moeder groen licht geeft, om te eten. Ik kook meestal, als zij werkt moet zij gewoon rustig de werkdag kunnen inglijden. Dan is het mama uitzwaaien om tien voor half elf en dan breng ik Micah naar boven.”

Emilia: „We hebben nooit op dezelfde dagen willen werken, want dan moeten we Micah in de opvang zetten en dat willen we niet.”

Ralf: „Nou ja willen we niet, er is nu altijd iemand thuis. Hij is nou een middagje in de week bij de opvang, om een beetje onder de kinderen te komen. Hier in de buurt hebben we niet zoveel kinderen, dus dat is een beetje voor het sociale aspect.”

Emilia: „Ik wil liever niet dat hij naar de opvang gaat. Misschien komt dat nog uit Polen. Tot mijn vijfde zat ik gewoon thuis.”

Ralf: „Wij houden Micah bewust wakker tot tien uur of half elf. Hij past zich aan ons ritme aan. Na het eten doen we nog even een De Wereld Draait Doortje, dan gaat Micah douchen en daarna kijkt hij Nick Junior. Dan zit hij met zijn fles op de bank tot een uur of tien, half elf.”

Emilia: „En dan zegt hij meestal zelf: ik ga naar bed.”

Ralf: „Het is er ingegroeid dat jij Micah altijd onder de douche stopt, maar dat is geen afspraak. Jij bent wel van de strijk, dat is zo gegroeid. Ik kook misschien wat vaker, omdat ik dat wat leuker vindt. En als ik door het huis loop en ik voel brokken onder mijn voeten, dan pak ik de stofzuiger.”

Eens per jaar naar Polen

Micah: „Papa, kan je auto’s zoeken?”

Ralf: „Waarom zou papa een auto zoeken? Papa heeft niet eens een rijbewijs. We doen alles op de fiets. Vakantie, dan gaan we vliegen.”

Emilia: „Eén keer per jaar gaan we terug naar Polen. Ik mis mijn familie, maar als ik er ben, dan heb ik het na een week ook wel weer gehad.”

Ralf: „Je komt in een druk huis, twee kinderen, grootouders, vader en moeder. ’s Avonds zit ik dan lekker op onze kamer een boek te lezen. Dan kan zij de laatste roddels doornemen. Ik versta er toch geen bal van.”

Emilia: „Hoef ik niet alles te vertalen.”

Ralf: „De allereerste keer voelde ik me wel verplicht. Integreren, dat moet ook de andere kant op. Maar al vrij snel had ik zoiets van, dit gaat niet werken.”

Emilia: „Mijn ouders zijn toch alleen maar met Micah bezig. Ik ben blij met één kindje. Vroeger dacht ik dat we twee of drie kinderen zouden willen, maar hij is nu drie en hij is zo druk, dat ik gewoon geen power meer voor een tweede heb.”

Ralf: „We hebben altijd wel gezegd: kinderen we laten he gebeuren. Maar als het lukt, laten we het dan wel bij eentje houden. Ik zie wel eens gezinnen met twee, drie kinderen lopen, dan denk ik: allemachtig, wat doe je jezelf aan. Die zijn de hele avond op en neer aan het rijden tussen paardrijden en voetbal.”

Emilia: „Toen Micah anderhalf was dacht ik nog: een tweede is misschien leuk. Maar nee, het is goed zo.”