Wat wil het kind?

Kindvriendelijk is oké als het ook oudervriendelijk betekent. Dat is Oostenrijk.

K

inderen hebben een olifantengeheugen. Jaren later dissen ze nog de onbeduidendste vakantiedetails op. En het zijn vaak die onbeduidende details waaraan ze later de warmste herinneringen hebben. Daar valt bij het boeken van een wintersportvakantie nauwelijks op te anticiperen. Geen website vermeldt dat de hotelkamer een glow-in-the-darksterrenhemel heeft of dat je in het restaurant je eigen Almdudler (Oostenrijkse kruidenprik) mag tappen. En er is ook al geen Tripadvisor met dat soort particuliere observaties van kinderen. Waar niet op staat dat het hotel zo gunstig gelegen is, maar dat er badslippers in kindermaten zijn.

Kinderen hoor je na de skivakantie ook nooit meer over het skiën. Het skiën is een gegeven. Het onderscheidende van de vakantie zit ’m in wat er buiten de piste gebeurde, en ook daar komen de door de ouders verwachte hoogtepunten niet noodzakelijkerwijs overeen met wat de kinderen achteraf het vetst vonden.

Wij waren vier dagen in het Oostenrijkse Gerlos, in Tirol. Ik zou daar desgevraagd over vertellen dat de sneeuwcondities uitstekend waren en dat het skigebied groot genoeg is voor een dag toeren. De reis was voorspoedig en het hotel comfortabel. De grote lijnen dus.

Het verslag van de kinderen ging, toen we het er later weer eens over hadden, ongeveer zo: „Ik werd misselijk in de auto toen we naar de gletsjer gingen, en de grot in de gletsjer was eng, je kon zo in zo’n spleet vallen. De gids was saai. Bovenop de gletsjer kon je Italië zien. Op de berg at ik geraspte wortel. Het gaafst was een achtbaan waar je in je eigen karretje zo hard kon als je wou. Mijn moeder gilde zo hard, dat het echode in het dal.”

Om maar te zeggen: houd met de kinderen geen rekening. Althans, niet te veel.

Dat neemt niet weg dat een kindvriendelijke locatie het verblijf voor de ouders wel uiterst comfortabel kan maken. Zolang je kindvriendelijk kunt lezen als oudervriendelijk is er niets mis mee. En dat is het Zillertal in Tirol, het dorp Gerlos en Hotel Kröller waar wij verbleven.

Het familiehotel van het echtpaar Hans en Helga maakt deel uit van de keten ‘Kinderhotels’. De kamers zijn groot – prettig, met al die grote jassen en pakken en schoenen – en hebben een aparte kinderkamer (met niet alleen die glow-in-the-darksterrenhemel, ook worden de meegenomen knuffels elke dag liefdevol onder een nieuw vouwkunstwerkje ingestopt). In de hal staat een batterij wandelwagens van het hotel. Bij het buffet ligt een stapel slabbetjes en staan potjes babyvoeding naast een magnetron. Er is een speelzaal waar je ook kunt gamen en tafelvoetballen, een zwembad en een massagesalon die ook voor kinderen geopend is. Naast het hotel ligt een minipiste waar ook les wordt gegeven. Er is een professioneel ingerichte crèche. Je zou – indien niet gekweld door schuldgevoel – zes dagen fulltime op de piste kunnen staan, en vergeten dat je ze überhaupt bij je had, kinderen.

Op dagen dat er niet geskied kan worden, zijn er in de omgeving talloze andere attracties. Het hotel heeft een manege. (Vertel dit niet op dag 1, er zijn meisjes die dan niet meer willen skiën). In de nabije omgeving zijn rodelbanen om heel hard te sleeën, de Arena Coaster (die snelle achtbaan), grotten en een ijspaleis. Maar dat is voor de folder. Als wij teruggaan, is het om ’s ochtends wakker te worden met het geluid van een klaterende bergbeek. Hoogtepunt voor het hele gezin.